KAAPSE KRONIEK - 27 (02032008)

Zaterdag, 26 januari 2008. Het begin van de klim valt niet tegen en niet mee. Via de mooi gelegen en goed onderhouden botanische tuin van Kirstenbosch lopen we het bos in. “Jan Smutspad” staat er op een paaltje. Vernoemd naar Generaal Smuts die, bij wijze van ochtendwandeling, de Tafelberg regelmatig via deze route zou hebben bestegen. Het pad begint al snel te stijgen en loopt wat ongemakkelijk door de keien en, zoals dat zo mooi heet, het “vals plat”. Dankzij het bos – volop schaduw - is het goed te doen. Het plat gaat van “vals” naar “valser” op stukken waar het stijgingspercentage opeens flink toeneemt. Halverwege het bos bereiken we “de ladders”. Daar is de bergwand zo steil, dat die slechts met behulp van dit primitief ogende klimtuig – het herinnert me aan mijn militaire diensttijd - kan worden overwonnen. We worden voortdurend ingehaald door jongere en fittere wandelaars. Het ontmoedigt allerminst. Keer op keer lijkt het hoogste punt van de klim te zijn bereikt, iedere keer opnieuw verschijnt er dan een nóg hoger gelegen stuk berg in beeld. Het voordeel is wel dat het uitzicht daarna ook weer stukken mooier is. Eenmaal boven de boomgrens is de Kaapse Vlakte – Cape Flats – in volle glorie te bewonderen en is goed te zien hoe ver de Kaapse agglomeratie zich uitstrekt. Tot aan de Hottentothollandbergen achter Stellenbosch.

Ondertussen is er voldoende afleiding. Fijnbos, een bloemenpracht die er zijn mag én het feest der herkenning van de plaatsen op het Kaapse Schiereiland die ik in de afgelopen maanden heb bezocht. Links Constantia, Muizenberg, Valsbaai. Recht vooruit de Ou Kaapseweg, de pas waar zelfs een auto soms met enige moeite naar boven klimt. Die weg ligt nu een stuk lager en lijkt vanuit de hoogte een fluitje van een cent. Verder weg de Kaappunt, het meest zuid-westelijke punt van Afrika. Rechts komt Houtbaai in zicht, de andere kant van het schiereiland, dat daar op het smalst is. Steeds vaker heb ik behoefte om te rusten. Bij voorkeur in de schaduw van een rots of de bergwand, totdat er geen schaduw meer is te vinden. Mijn lichaam protesteert, de bovenbenen worden zwaar. De laatste banaan wordt gegeten, de tweede fles water aangebroken. De pauzes tussen wandelen, stilstaan en uitblazen worden steeds korter. Een ding weet ik echter zeker: teruggaan? Nooit! Niet alleen om de praktische reden dat – als ik mijn metgezel mag geloven - het grootste deel van de klim er op zit. Veel erger zou het gezichtsverlies zijn dat ik dan zou lijden. Die wil om de top te halen, wordt na een uur of vier beloond. “Nog 100 meter” roept mijn zichtbaar fittere metgezel. Omhoog kijkend zie ik inderdaad wat mensen op wat echt het hoogste plateau is. Niet dat het me vleugels geeft, wel nieuw elan om door te stappen en de top van de 1085.9 meter hoge Tafelberg te bereiken! Jeetje, wat is Kaapstad klein vanuit de hoogte, jeetje wat is de natuur hier adembenemend mooi. En het uitzicht, haast mooier dan vanaf de Corcovado in Rio de Janeiro, dat het risco loopt naar de tweede plaats op mijn lijstje van mooist gelegen steden te worden gedegradeerd. Qua saaiheid wint Kaapstad het zonder meer van Rio, helaas met straatlengten voorsprong!

Maclear’s Beacon heet de hoop stenen die in 1844 door Sir Thomas Maclear bovenop de Tafelberg werd gestapeld. Een namaak topje boven op het kleine plateau dat het echte hoogste punt is. Niks aan. Het was toentertijd echter een belangrijke schakel in de driehoeksmetingen om de omvang en vorm van de aarde te bepalen. De weinige bezoekers staan op hun beurt te wachten om bovenop het baken een foto voor het familiealbum te schieten. Alsof ze zojuist Mount Everest hebben bedwongen. Aan dat soort onzin doe ik niet mee. Meer nog nadat ik tot mijn afgrijzen gedwongen getuige ben van een bijna geschreeuwd mobiel telefoongesprek. Iemand die met de kabelbaan naar boven is gekomen en daarna de korte wandeling naar de top heeft gemaakt, belt een kennis in Australië “Ik sta boven op de Tafelberg!” Wat baal ik daar verschrikkelijk van. De uitvinder van de mobiele telefoon had van deze berg gegooid moeten worden voordat hij dat rotding uitvond. We blazen uit en genieten van het unieke uitzicht. We zien wat de eerste bekende Europese beklimmer van de Tafelberg – Antonio de Saldanha - meer dan 400 jaar geleden zag. Min of meer althans. Toen was de Kaap nog Bijbels woest en ledig, nu nadrukkelijk verstedelijkt. Om dat goed te zien moet er dichter naar de rand van de afgrond worden gelopen. Links in de rotswand is een plaquette geschroefd die Generaal Smuts nogmaals in herinnering brengt, waarom eigenlijk? Iets uit de kust Robbeneiland, rechts de Duivelspiek, links beneden de Leeuwenkopberg. Vanaf mijn terras lijkt de 670 meter hoge Leeuwenkop heel wat. Net een sfinx, vind ik. Af en toe lijkt het of een lange rij mensen de nek van de leeuw opklimt. Als je wat langer kijkt, ontdek je echter dat het een rij licht gekromde bomen is. Vanaf de Tafelberg is de Leeuwenkopberg alles behalve imposant. Aan de overkant van de Tafelbaai de voorsteden. Table View, Milnerton, Blaauwberg gelegen aan de Atlantische kust. Het Kaapstadse industriegebied. Dichterbij het stadscentrum, de oudste stadsuitbreidingen, Oranjezicht, Tamboerskloof, Bo-Kaap, Zonnebloem dat beter bekend is als District Six.

We lopen onvervaard verder naar het station van de kabelbaan. Je moet geen hoogtevrees hebben, door een kleine misstap kan je inderdaad van de berg vallen. Of .... er worden geduwd. Onbewust leun ik ietsje naar links, ik moet er niet aan denken op deze plek mijn evenwicht te verliezen. Opnieuw een – wat mij betreft overbodig - waarschuwingsbord dat dit een gevaarlijke route is. We bereiken het einde van de klim en de wandeling. Tijd voor wat flessen bier om het vochtverlies van de afgelopen uren teniet te doen. Het is veel te lang geleden dat ik me zo voldaan voelde.

wordt vervolgd