|
KAAPSE KRONIEK - 30 (18032008) Zondag, 24 februari 2008. Het is goed toeven in de lommerrijke voormalige voortuin van Gouverneur Simon van der Stel aan de achterkant van de Tafelberg. De omgeving doet vermoeden dat het koloniale leven in de 17e en 18e eeuw zeer draaglijk was. Zo te zien, is er geen enkele reden om medelijden te hebben met de vaderlandse expatriates van het eerste uur. Het huis is een schoolvoorbeeld van de Kaaps-Hollandse stijl. Het heeft een klokgevel die aan de Amsterdamse grachten niet zou misstaan. Als je het geveldeel rond de voordeur goed bekijkt, zouden het de bovenste verdiepingen van een grachtenhuis kunnen zijn, waarvan de lagere etages zijn weggezakt in de zachte Hollandse veengond. Het is echter alles behalve een rijtjeshuis – want dat zijn die grachtenhuizen toch? – niet zo hoog en het dak is met riet gedekt in plaats van met pannen. In de bijgebouwen – waren het stallen, opslagruimtes, wijnkelders? – is tegenwoordig een restaurant gevestigd en een wijnmuseum. De gebouwen worden aan alle kanten omringd door wijngaarden. Aan de horizon bergen en de Valsbaai. Het land werd van der Stel in 1685 cadeau gedaan, het bedrijf bouwde hij zelf op. Hoewel, goedkope arbeidskrachten waren toen, net zoals nu, wat zo mooi een “key success factor” heet. Het is het oudste wijn producerende bedrijf in Zuid-Afrika. Een bezoeker in het jaar 1798 noteerde hoe de wijn werd geperst door slaven “die dansten in de wijnpers terwijl ze op een trommel sloegen”. Hendrik Cloete, een van de latere eigenaren, zou zelfs een slavenorkest hebben gehad dat ’s ochtends vroeg voor de slaapkamer de Cloetes een serenade bracht. Volgens de analen was Constantia in de 18e en 19e eeuw in een felle concurrentiestrijd gewikkeld met wijnboeren uit Madeira. Dezer dagen, zo vermoed ik, met de rest van de wereld. Het is niet langer één wijngoed, het zijn er in de loop der tijd vijf geworden: Groot Constantia, Klein Constantia, Buitenverwachting, Constantia Uitsig en Steenberg. Alle vijf gaan prad op hun afkomst, alle vijf zijn ze herhaaldelijk in andere handen over gegaan, alle vijf zijn in de afgelopen drie eeuwen verwaarloosd, bijna failliet gegaan en opnieuw tot bloei gebracht. Zo op het oog, lijken alle vijf in het jaar 2008 prima te boeren. Een meer dan smakelijke lunch de in de schaduw van de bomen. Struisvogelbiefstuk, mijn Zuid-Afrikaanse favoriet, en witte wijn. Wat anders? Na de koffie een bezoek aan het ruim bemeten gerestaureerde huis dat al jaren een museum is. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Dit type huis zou wellicht een waardige aanwinst kunnen zijn voor het Arnhemse Openluchtmuseum, zó vaderlands ziet de inrichting eruit. Oudhollands meubilair, oerhollandse keukeninrichting, potten en pannen, schilderijen, Delfts blauw, Chinees aardewerk en andere huishoudelijke voorwerpen uit de tijd van de VOC en daarna. Meer daarvan is te zien in de achter het huis gelegen wijnkelder uit de tijd van Cloete, waarvan de timpaan van de hand van de beeldhouwer Anton Anreith zou zijn. De allegorische voorstelling bevat alle elementen van een bacchanaal: blote engeltjes met druiventrossen, geheven wijnkruiken, slempende Romeinse goden. Ter afsluiten een wandeling door de wijngaard: ranken zwaar beladen met trossen witte en blauwe druiven, Kaapse viooltjes! Ja, die horen hier natuurlijk thuis, die zijn immers naar de Kaap vernoemd? Geloof ik. Maar komen ze er ook vandaan? Ik zie ze zelden en die plantjes heten hier waarschijnlijk helemaal niet zo. Dinsdag, 26 februari 2008. Schandalen ontstaan onverwacht en vaak onbedoeld. Blanke studenten haalden vorig jaar september een studentenstreek uit en legden die vast op video. Ze lijken te pissen in het eten – ze verzekeren dat water was - dat ze daarna door de zwarte huishoudelijke hulpen lieten opeten. De video komt in handen van iemand die de beelden doorspeelt aan de pers, het schandaal is geboren en groeit razend snel. Als het zwarte studenten waren geweest, was er waarschijnlijk over “kwajongens” gesproken en had dit “nieuws” nooit de voorpagina van welke krant dan ook gehaald, laat staan alle globale satellietzenders die ik in Kaapstad kan ontvangen tot en met de NRC en andere Nederlandse dagbladen. Gelijktijdig wordt een nieuw woord aan het Afrikaans toegevoegd; “kotsvideo”. Een woord in de categorie “lokhomo” en “comadrinken” die het afgelopen jaar aan de Nederlandse taal “verrijkten”. “Reitz” heet het studentenhuis op de campus van de Universiteit van die Vrijstaat in Bloemfontein waar het incident plaats vond. Het huis wordt door blanke studenten bewoond, zoals alle andere studentenhuizen óf blank, óf zwart zijn. Veertien jaar na het opheffen van de apartheid is de campus een getrouwe afspiegeling van de indeling van de woonwijken in steden en dorpen in het hele land. Het studentenhuis is bovendien vernoemd naar de oprechte Afrikaner Deneys Reitz. Een held uit de Boerenoorlog, die aan het eind van die oorlog liever in vrijwillige ballingschap ging, dan in een door de Engelsen geregeerde kolonie te moeten leven. Zoiets ken ik uit Argentinië. De echtgenote van mijn vorige huisbaas heette de Bruyn en was de kleindochter van Afrikaners die aan het einde van de Boerenoorlog Zuid-Afrika de rug hadden toegekeerd. Ze kregen land toegewezen in Patagonië en stichtten daar de “Colonia Escalante”, in de buurt van de stadjes Sarmiento en Comodoro Rivadavia in de provincie Chutbut, alwaar ze zich op de schapenteelt gingen toeleggen. Bruce Chatwin verhaalt er over in het boek “In Patagonia”. Sinds de afschaffing van de apartheid gingen tienduizenden blanke Zuid-Afrikanen die niet onder een ANC regering willen leven de andere kant op, naar Perth in Australië. De grote boerentrek om aan “ongewenste overheersing” te ontsnappen duurt onverminderd voort. wordt vervolgd |