KAAPSE KRONIEK - 38 (25042008)

Zondag, 23 maart 2008. Na “Boerassic Park” via het echte perron naar het Museum/Naseum. Niet erg groot, wel erg apart. Volgens Pieter-Dirk Uys huist in de voormalige wachtkamer “ongetwijfeld de beste collectie Afrikaner politieke volkskitsch ter wereld”. Nadat ik mijn ogen goed de kost te hebben gegeven, moet ik toegeven dat hij niet overdrijft. Behalve de vele brieven van politici van voor en na de apartheidsdagen is het een zooitje ongeregeld dat de fanatieke kant van het Afrikanerdom toont. Toegegeven, door een anders gekleurde bril, zouden het als uitingen van toewijding aan de Afrikaner zaak kunnen worden gezien. Bustes van Hendrik Verwoerd, schaalmodellen van ossenwagens, die de herinnering aan de Grote Trek hoog moeten houden, talloze afbeeldingen van het Voortrekkermonument in de buurt van Pretoria. Die stad heet tegenwoordig overigens officieel Tshwane. Meerdere malen de ingelijste tekst van het Afrikaander volkslied “De Stem”. Affiches van politieke partijen uit de apartheidsjaren ‘BLY BLANK MY VOLK” luidt de slagzin van de HNP, de Herstige Nasionale Partij, de Kaapse conservatieve afscheiding van de Nasionale Partij. De dubbelzinnige krantenkop van Die Burger, de spreekbuis van het regime, “ALL BLACKS VEILIG IN SA”. Dat sloeg uiteraard niet op de zwarte bevolking van het land, maar op het rugbyteam van Nieuw-Zeeland. Flinke aantallen herdenkingsprullaria. Mokken, theelepeltjes, asbakken, dienbladen. Foto’s van diverse blanke regeringen en helden uit de Boerenoorlog. Dat is iets van ver voor de apartheid toen er in Nederland heel anders over de “volksgenoten” aan de andere kant van de wereld werd gedacht. Duizenden Nederlanders vochten als vrijwilliger mee aan de kant van de Boeren, waaronder de broer van Multatuli. Koningin Wilhelmina stuurde in 1900 het slagschip de Gelderland naar Mozambique om de daar naartoe gevluchte President Paul Kruger op te halen. Den Haag en Amsterdam hebben een Transvaalbuurt. In Rotterdam herinnert de aan het begin van de vorige eeuw op de zuidoever van de Maas gebouwde Afrikaanderbuurt aan die periode. Rond het centrale Afrikaanderplein, liggen straten met de namen van Paul Kruger, Joubert, Cronje, Schalk Burger, Christiaan de Wet, de Pretorialaan. Wie van de tegenwoordige bewoners van de wijk, vrijwel 100% medelanders, zou weten naar wie hun straat is vernoemd?

Koffietijd. Op naar het restaurant waarvan de muren zijn behangen met nostalgische prenten, op de tafeltjes servethouders met het portret van Tannie Evita. Uit de luidsprekers klinken ogewekte Afrikaanse deuntjes. Nee, geen Sarie Marais of Suikerbossie, maar wel heel herkenbaar “En ek wil jou he en ek sal jou kry!” en iets dat heel erg op “Kleine Annabel, muß nicht traurig sein” lijkt, maar dan met Afrikaanse tekst. Al luisterend, bestel ik koffie en bestudeer het menu. Uiteraard wil ik Tannie’s wereldberoemde koesksisters en melktert proeven. Koeksisters, die ergens worden beschreven als “in stroop gedoopte donuts” zien er eerder uit als kleine in stroop gedoopte hondendrollen. Na twee happen is het meer een slecht gerezen compacte mini oliebol, doch zonder krenten, rozijnen of sukade. Proefondervindelijk stel ik vast dat het nooit en te nimmer een favoriete versnapering zal worden en dat terwijl haar koeksisters, volgens Evita althans, iedere man in haar omgeving over de streep trekken om de dingen te doen die zij van hem verwacht. De traditionele melktert – volgens het menu “affirmative tart” smaakt heel wat beter. Ja, ja, een positief discriminerende taartpunt, gay muffins, blanche noir roomijs. Met de vooroordelen van weleer wordt korte metten gemaakt in Darling, tot en met op de toiletten. Nooit eerder in mijn leven heb ik in een zo politiek beladen omgeving een plasje gepleegd. Rond de pisbak zijn de muren behangen met politieke cartoons, de afgesloten ruimte is nog mooier. Op mijn gemak ga ik op het gemak zitten om de muren die vol hangen met affiches van de democratische verkiezingen van na 1994 te bewonderen. Tegenover de uitgang van het restaurant hangen meerdere affiches met de tekst “EVITA FOR PRESIDENT”, die het zo genoemde theaterprogramma van Evita Bezuidenhout annonceren. Einde van een apart bezoek aan een dorp van niets.

Langs de weg terug naar Kaapstad ligt Mamre, een ander slaperig dorp. “MAMRE MORAVIESE KERK, gestig 1818” staat op een lichtbak aan de toegangsweg. Bij de rotonde aan de rand van de bebouwde kom hangen vlaggen om de 200ste verjaardag van het dorp aan te kondigen. Ergens klopt er iets niet. Na een paar honderd meter word ik met de wat twijfelachtige opvattingen van de Moravische Kerk over de uitleg van de Bijbeltekst “Heb uw naaste lief als uzelf” geconfronteerd. “EIENDOM VAN DE MAMRE MORAVIESE BROEDERKERK, OORTREDERS SAL VERVOLG WORD”. Lekker zondigen op zondag, ik rijd gewoon verder. Geen asfalt meer, maar een zandpad. Geen mens te zien, slechts een paar loslopende koeien. Aan het eind van het pad de stralend witte oude kerk, een school, huizen met rieten daken. Sommige zijn bewoond, want er staan auto’s op het erf. De kerkdeuren staan open. Binnen overheerst de strenge Calvinistische soberheid. Harde, wit geschilderde kerkbanken waarop het ongemakkelijk zitten is. Een eenvoudige kansel, borden met de orde van de gezangen die tijdens de ochtenddienst werden gezongen. Het mooie pijporgel is de enige vorm van uitbundigheid. En dan die gekke vlaggen in de kerkzaal. Dezelfde vlaggen die langs de weg de verjaardag van de zendingspost aankondigen “MORAWIESE KERK – VAN SAAD TOT SIERAAD. MAMRE 200”. Met dank aan het Gemeentebestuur van Kaapstad. Bij het verlaten van Mamre voel ik zowaar enige opluchting als ik het bord aan de overkant van de weg zie: “WAARSKUWING. GEWAPENDE WAGTE! OORTREDERS SAL GESKIET WORD.”

wordt vervolgd