|
KAAPSE KRONIEK - 46 (06062008) Zondag, 18 mei 2008. De pleuris is uitgebroken en verspreidt zich razendsnel. Bloedige rellen in de townships, de sloppenwijken, rondom Johannesburg. In townships zoals Alexandra waar ik minder dan twee maanden geleden doorheen reed, het zag er toen buitengewoon vredig uit. De onderkant van de Zuid-Afrikaanse samenleving heeft het helemaal gehad met de miljoenen, veelal illegaal, in het land verblijvende burgers uit andere Afrikaanse landen. Hun huizen, of wat daar voor door gaat, worden in de fik gestoken, wie zich verzet wordt met hamers of kapmessen vermoord, winkels worden massaal geplunderd. “Ze stelen ons werk en onze vrouwen” is een veelgehoord argument. Het betreft vluchtelingen en economische migranten uit Zimbabwe, uit Mozambique, uit Angola, uit Kenya, uit Soedan, uit de DRC – het voormalige Zaïre, en andere Afrikaanse landen. Maar Zuid-Afikanen die per ongeluk Shangaan of Venda spreken zijn net zo goed de sigaar, die talen worden namelijk ook aan de andere kant van de grens gesproken dus dat zouden wel eens buitenlanders kunnen zijn. In geval van twijfel moeten ze een moeilijk uit te spreken Zuluwoord zeggen. Kun je dat niet, dan zit je fout. Zoals in de Tweede Wereldoorlog een goed Nederlands sprekende Duitser kon worden ontmaskerd door hem “Scheveningen” te laten zeggen. “Xenofobie” is opeens het meest gebruikte woord in de media. Een argeloze Zuid-Afrikaanse collega vraagt me wat het woord betekent! Dinsdag, 20 mei 2008. Het is net alsof de apartheid herleeft. De televisiebeelden en de foto’s in de dagbladen van het politie optreden in de zwarte woonoorden roept sterke herinneringen op aan die jaren. Tot en met de “necklace” is terug. Dat was een middel om lotgenoten die als collaborateurs van het apartheidsregime waren “geïdentificeerd” in het openbaar af te straffen. Autoband om de nek, bezine over de kleding en de vlam erin. Zo werd de verrader levend verbrand. Nu overkomt sommige buitenlanders hetzelfde. Net als toen zwaar bewapende politiemannen – blanke en zwarte - en pantservoertuigen die door de straten patrouilleren. Het hele land is in rep en roer. “Net als vroeger” melden mijn collega’s en “Die gasten – ze bedoelen de blanke politiemannen – krijgen nu eindelijk de kans om te doen waar ze al zo lang op wachten”, dat wil zeggen in opdracht van een door het ANC gedomineerde regering op zwarte landgenoten te mogen schieten. Ze worden geacht overal in het land de uit hun huizen verjaagde buitenlanders te beschermen, dus wat let ze. Wat op zondag in Johannesburg begon, is inmiddels overgeslagen naar Durban en Kaapstad, de twee andere grote agglomeraties van het land. De beelden - tot en met het langs de weg sterven van in elkaar geslagen mensen - zijn buitengewoon tragisch. Woensdag, 21 mei 2008. De ontheemden worden opgevangen in kerken, gemeenschapsruimtes en overhaast opgerichte tentenkampen. Anderen gaan met de bus terug naar huis, naar Mozambique en Zim. Velen hebben “Ghana must Go tassen” bij zich, grote vierkante tassen die in Nigeria zo werden genoemd toen daar lang geleden vele duizenden illegale Ghanezen het land werden uitgeschopt. Het land wordt overvallen door een gevoel van schaamte. Burgers van landen die tijdens de strijd tegen de apartheid onderdak boden aan Zuid-Afrikaanse vluchtelingen en verzetsbewegingen zijn nu in datzelfde Zuid-Afrika het slachtoffer van een uitbarsting van xenofobie. Iedereen geeft iedereen de schuld, dus is per definitie iedereen schuldig. Men begint zich zorgen te maken over de economische gevolgen “Xenofobie kan toeriste weghou” kopt Die Burger. Collega’s klagen dat hun huishoudelijke hulpen en klusjesmannen uit Zim niet meer komen opdagen. Hoewel uit extreme hoek wordt verkondigd dat blanken moeten worden afgemaakt in plaats van de zwarte broeders en zusters, gaat mijn dagelijks leven rimpelloos verder. In de supermarkt ontdek ik een nieuwe smaak ijs “Extremely Creamy Madagascar Vanilla Bean”. Kom daar maar eens om in Europa. De smaakpremière heeft wel iets aparts, toch geeft het me een licht schuldgevoel in deze voor anderen zo moeilijke tijden. Zaterdag, 24 mei 2008. Vandaag wordt Afrikadag alvast gevierd. Een feestdag om de oprichting van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in 1963 te herdenken. Het is een officiële vrije dag. In het park voor het Observatorium staat een podium waarop jonge zwarte meisjes in traditionele kleding traditionele dansen uitvoeren. Dat wil zeggen in een minimaal rokje van het formaat van een wat te breed uitgevallen centuur en verder niets. Vooral de ontluikende borstjes trekken de aandacht van hun mannelijke klasgenoten die met andere meisjes, goed verpakt in hun schooluniform, langs de kant staan te flirten. Geen volwassene in zicht, noch Zuid-Afrikanen met een andere huidskleur, noch andere Afrikanen. De winkels bij mij in de straat waar toeristische hebbedingtjes worden verkocht, zijn bijna allemaal gesloten. De verkopers zijn vrijwel uitsluitend buitenlanders. Frans en Portugees zijn de onderling meest gesproken talen. De Afrikaanse eenheid heeft nog een lange weg te gaan. ’s Avonds spreekt President Thabo Mbeki het volk toe. Het staatshoofd verschijnt voor het eerst in het openbaar sinds de aanvallen op de vreemdelingen zijn begonnen. Wel wat laat, maar het lijkt mij een mooie gelegenheid om duidelijk te maken dat dit echt niet kan. De toespraak is echter verbijsterend afstandelijk, de President is ogenschijnlijk totaal gedesinteresseerd. Alsof Mbekei absoluut niet op de hoogte is van wat er de afgelopen week is gebeurd! Zo ben ik er ongewild getuige van hoe de erfenis van Nelson Mandela wordt verkwanseld. wordt vervolgd |