KAAPSE KRONIEK - 48 (2062008)

Dinsdag, 27 mei 2008. Langs de Heerengracht loop ik van mijn werk naar huis. Het is verre van een echte gracht. Het is niet meer dan in beton gevangen stilstaand water dat wordt omzoomd door palmbomen en saaie kantoorgebouwen aan de beide kanten van de weg in plaats van prachtige grachtenhuizen. De jonge Somaliërs, sinds kort een bedreigde menselijke soort in Kaapstad en omstreken, hebben hun kraampjes weer opgezet. Ze verkopen zoete en zoute snacks, water, frisdranken en fruit aan kantoorpersoneel uit de buurt of aan mensen die onderweg zijn van en naar het station aan de overkant. In de ondergrondse super halverwege, zijn de kant en klare maaltijden uitverkocht. In pizza heb ik geen trek, dan maar struisvogelburgers met “Mrs. H.S. Ball’s oorspronklike resep Blatjang”. Chutney gemaakt door Unilever volgens een traditioneel recept uit Nederlandsch-Indië, waarover ik gisteravond toevallig iets las in het boek “Kikuyu” van Etienne van Heerden. Lekker mild, maar niet scherp genoeg voor mijn smaakpapillen. Volgende keer de hete versie eens proberen.

Op Magic World, kanaal 113, een prachtige Afrikaanse film “Le silence de la forêt“ die in de Centraal- Afrikaanse Republiek speelt. Het land van mensenetende Keizer Jean-Bedèl Bokassa! De hoofdpersoon is een overidealistische onderwijsinspecteur die zich niet wenst te gedragen zoals wordt verwacht van een landgenoot die in Frankrijk heeft gestudeerd. Hij wil helpen om zijn land verder te ontwikkelen en wordt depri van het behandelen van de vele klachten tegen onderwijzers die met hun studentes slapen. De gevestigde orde heeft weinig op met deze wereldverbeteraar, zij hebben duidelijk andere idealen die meer met geld en macht hebben te maken. Op een dag neemt de inspecteur abrupt het besluit om het oerwoud in te trekken om de daar wonende pygmeeën te gaan emanciperen door hen toegang tot onderwijs te verschaffien. Dat is zijn roeping. De zak! Zijn landgenoten beschouwen pygmeeën als apen! Mooie beelden van het regenwoud, pittige West-Afrikaanse muziek terwijl hij door een gids naar een in de jungle verborgen pygmeeëndorp wordt begeleid. Na te hebben overnacht is de gids verdwenen en moet hij het verder zelf maar uitzoeken. Hij verdwaalt en loopt in een valstrik, waar de dorpelingen – het was hun strik - de totaal uitgeputte man vinden. Hij wordt verliefd op de jonge vrouw die hem verzorgt en trouwt met haar zodra hij is hersteld. Daarna gaat hij “native” zoals dat in expatkringen heet. In plaats van de dorpelingen te onderwijzen, beginnen zij hem bij te brengen hoe diep in de jungle wordt overleefd. Dat valt niet mee voor een stadsmens. Tijdens een onweersbui slaat de bliksem in een boom, die valt op zijn huis en doodt zijn vrouw en hun baby. De pygmeeën vinden dat de inspecteur ongeluk over hun dorp heeft gebracht en verjagen hem. Gedesillusioneerd keert hij terug in de lawaaierige bewoonde wereld, waar hij de stilte van het woud verschrikkelijk mist. Ik ben dol op deze verhalen vol met Afrikaanse symboliek.

Zaterdag, 31 mei 2008. In de lunchkamer ging het gesprek gisteren over een bruidsschat. Een hoogopgeleide zwarte vrouwelijke collega schatte haar kansen spoedig te zullen trouwen vrij laag in. De reden? De bruidsprijs die haar vader zal vragen en die uit “heads of cattle” - vee - bestaat. “Hoeveel dan wel?”, wil ik weten. Zelf heb ik ooit met dat bijltje gehakt toen de familie van mijn Nigeriaanse geliefde haar bruidsprijs ging vaststellen. Dankzij het degelijke voorbereidende werk van mijn schoonmoeder zou ik worden behandeld als iedere andere jongeman uit haar geboortedorp en niet worden overvraagd. Hetgeen inderdaad niet gebeurde. Hoewel ik op het laatste moment, bij het overhandigen van het monetaire bestanddeel, even apart werd genomen door twee ooms die vonden dat het best wat meer mocht zijn. Door ervaring wijs geworden, had ik echter niet meer geld bij me dan het gevraagde bedrag, hetgeen de discussie aanmerkelijk verkortte. Het was geen “koopsom”, zo werd me meerdere malen verzekerd, maar een vergoeding voor wat de familie allemaal had gedaan om mijn geliefde te maken tot wat ze op die dag was. Direct nadat het geld was overhandigd, werd het verdeeld volgens een verdeelsleutel die zij allemaal begrepen en ik absoluut niet. “Hoeveel stuks vee” vraag ik haar nog eens nadat ik over de door mij betaalde bruidsprijs had verteld. Ze bloost, ja zwarte vrouwen blozen ook, en zegt het echt niet te weten. “Moet je maar aan mijn vader vragen”.

Mijn ochtendkoffie drink ik vrijwel naast de deur in “Portobello”. Een vegetarisch restaurantje waar – volgens eigen zeggen – alles organisch, spritueel en/of biodynamisch is. Niet dat ik vegetariër ben, maar deze plek is stukken gezelliger dan de ook in Kaapstad als paddestoelen uit de grond schietende Starbucks imitaties. Ik zit erbovendien graag omdat het grote winkelraam, dat de bovenste helft van de voorgevel beslaat, bij mooi weer geopend wordt en je dan aan de vensterbank koffie kan drinken, de krant lezen en de voorbijgangers kunt bestuderen. Een omgekeerde etalage als het ware. Na de koffie, boeken kijken in de Langstraat. Op verzoek van een neef speur ik al een tijdje, zij het zonder succes, naar tweedehands of oudere boeken over Brazilië en Rio de Janeiro. Het enige dat ik vandaag tegenkom is “Dances from the Netherlands” - waarin zowaar de “Horlepiep” wordt uitgelegd - en “The complete works of Rabelais”. Die titel herinnert me aan een langer dan gepland verblijf in de Malinese hoofdstad Bamako doordat de retourvlucht naar Lagos plots was opgeheven. Air Afrique betaalde toen voor een paar aangename dagen in hotel “Le Rabelais”. Dat verblijf in 1994 was net zo ontspannen als het begin van dit weekeinde in 2008.

wordt vervolgd