KAAPSE KRONIEK - 49 (25062008)

Zondag, 1 juni 2008. Over de in 1859 gestichte zendingspost Wittewater heb ik een artikel in de rubriek “Bewaring & Bemachtiging” oftewel “Monumentenzorg & Emancipatie” in “Die Burger” gelezen. Het ging over de restauratie van 8 van de 32 historische arbeidershuisjes in het dorp. Wittewater ligt in de buurt van Piketberg, zo weet ik. Maar waar precies? Geen idee! Op mijn kaart was het in ieder geval niet te vinden. Op het gevoel dan maar. Richting Piketberg, de rest komt vanzelf. Terwijl het nog winter moet worden, ligt er over de velden alweer een voorjaarsachtig groen waas! Dat kan toch helemaal niet? De bergtoppen in de verte hangen, zoals het hoort in deze tijd van het jaar, keurig in de wolken. Voor de afwisseling bestudeer ik onderweg de namen van de boerderijen: Langgewens, Withoogte en Swartberg, die Brug en Misverstand, Somersverdriet – wat zou daar zijn mis gegaan? – en passeer afslagen naar Middelburg en Gouda. Kan het vaderlandser? In Piketberg geen wegwijzer naar Wittewater te zien en niemand op straat om de weg te vragen. Het stadje door. Aan de andere kant een afslag naar de Versfeldpas en Piket-Bo-Berg - Piket bovenop de Berg. Bij een abri staan een man en een vrouw te liften. Hoewel het levensgevaarlijk zou zijn om lifters mee te nemen, vooral lifters met een gekleurde huid, doe ik het toch. Morgan en Eileen heten ze. Ze spreken Afrikaans en vrijwel geen woord Engels, we behelpen ons dus met mijn best mogelijke Afrikaans. “Meneer is een bietjie aan het toeren?” willen ze weten om de conversatie op gang te brengen. “Wittewater ligt de andere kant op”, vertellen ze. Het maakt me geen moer uit. Dit is de manier om het land ontdekken waarvan ik houd. Boven op de berg liggen de boomgaarden waarin zij werken: appels. peren, pruimen, kersen, black berries. Je zou er de Tafelberg kunnen zien – op meer dan 100 kilometer afstand – en Wittewater in de diepte. Ik zie geen van beide. Wel een andere zendingspost die Genadenberg heet. Zo dan heb ik nu tenminste de berg van de Genade gezien, het dal (Genadendal) ligt de andere kant van Kaapstad en wordt binnenkort met een bezoek vereerd.

De lifters worden afgezet bij de poort van de “Heldervue Estate“ het landgoed waar ze wonen en werken. Ik maak rechtsomkeert en daal langzaam rijdend de berg weer af. Spectaculaire vergezichten over de vallei tot aan de volgende bergrug. Net zoals in Argentinië verraden plukjes bomen waar boerderijen zijn. Piketberg en haar twee cementfabrieken zijn eveneens goed te zien, maar geen Wittewater of Tafelberg. Alle borden met het verzoek “HOU ONS BERG SKOON” zitten vol met kogelgaten. Zouden betrapte vervuilers ter plekke worden gefusilleerd? Nogmaals Piketberg door, nu neem ik de weg naar Velddrif. Na een minuut of tien een kruising: Moravia linksaf, Wittewater rechtsaf. In minder dan geen tijd sta ik oog en oog met alweer een kerk die op slot zit. Zoals te doen gebruikelijk stralend wit gekalkt, de kerkklok ernaast. Door de half openstaande ramen kan ik het sobere interieur bekijken. Ongemakkelijke wit geverfde houten banken, een kansel die bestaat uit een tafel en een plastic tuinstoel op een verhoging, geen enkele vorm van opsmuk. In de gevel de tekst “TOT HIER TOE HEEF ONS DE HEER GEHOLPEN”, in de zijgevel “ANNO 1909”, ernaast een gedenksteen “HIER IS VIR DIE EERSTE KEER DIE EVANGELIE VERKONIDIG TE WITTEWATER DEUR DIE EERSTE LERAAR EERW. J.W.A. STOLTZ OP 15 MEI 1859” De arbeidershuisjes liggen langs de straat achter de kerk. Ongevraagd heb Ik gelijk een begeleider, maar dat is eerder handig dan lastig in dit soort gesloten gemeenschappen. John Salomon heet hij, net als andere dorpsbewoners, lid van de Moravische Kerk én medewerker van het restauratieprojekt. We wandelen langs opgeknapte en vervallen huizen. Het werk ligt stil, het geld is op. John vraagt iemand om de sleutel van een leegstaand opgeknapt huis te gan halen, de “modelwoning” vermoed ik. Het is de bedoeling om er een klein museum en bibliotheek te gaan huisvesten. Een keuken waarin een houtvuur moet worden gestookt, een kleine woonkamer, de ouderslaapkamer en een grote ruimte die als slaapzaal voor het nageslacht dient. Vrijwel geen privacy, overdadig gebrek aan comfort.

De huisjes in Wittewater lijken sprekend op die ik vorige week in Elim zag. Zou aan de zendelingen naast een stapel bijbels een pakket bouwtekeningen zijn gegeven voordat ze in verre landen op karwei gingen? De deels zwaar tot totaal vervallen huizen die nog moeten worden gerestaureerd, overtuigen me ervan dat het werk dat al is verzet aanzienlijk is geweest. Van een paar huizen staan niet meer dan de resten van de muren overeind, die zijn uiteraard onbewoond. De nog bewoonde huizen – waarvan de meeste in het vaderland al lang “onbewoonbaar” zouden zijn verklaard, zijn veelal zwaar verminkt. De rieten daken zijn vervangen door golfplaten die echt golven omdat de balken eronder het niet lukt het dak te ondersteunen. Scheuren in de buitenmuren, ongeverfde kozijnen, vervallen stoepen. Op een veldje staan kleine wiite bouwsels met aan de achterkant een soort schoorsteen met in de wind draaiende ventilatiekap erop. Het zijn de buitentoiletten, eentje voor ieder huis. Er wordt gevoetbald, domino gespeeld in de schaduw, gebiljart in de hangplek waar aan de gevel een “skotel” hangt voor satelliettelevisie. Geen alcohol, niet roken, wel televisie. “Ja dat mag hoor” wordt me verzekerd. Moderner dan de buurtschap waar ik lang geleden woonde. Daar was een televisietoestel het “oog van de duivel” en werd het de autochtone kinderen verboden om bij ons thuis met mijn importkinderen te spelen toen was ontdekt dat wij zo’n duivels ding hadden. Tegen lunchtijd nemen we afscheid, er komt rook uit de schoorstenen. Nee, niet van een gezellige open haard, maar van het hoogstnoodzakelijk kookvuur in de kombuis, de keuken.

wordt vervolgd