|
KAAPSE KRONIEK - 53 (14072008) Woensdag, 11 juni 2008. Geëmotioneerde slachtoffers van de uitbarsting van vreemdelingenhaat beschuldigen de regering ervan dat ze zijn opgesloten in concentratiekampen. Zo ervaren zij hun schuilplaats althans. “Typisch Zuid-Afrikaans” speelt er door mijn hoofd. Het concentratiekamp werd immers tijdens de Tweede Boerenoorlog door de Britten in ditzelfde land uitgevonden. De “uitvinding” wordt mede toegeschreven aan Lord Baden-Powell, de oprichter van de o zo idealistische padvindersbeweging. Tienduizenden vrouwen en kinderen werden in die kampen gegijzeld met het doel om hun mannen en vaders te dwingen de strijd op te geven. Naar schatting 20.000 mensen zouden er zijn gestorven. Bij de Nederlandse padvinderij – die tegenwoordig scouting heet – heb je een oudere in rang die “Oubaas” heet, een Zuid-Afrikaans woord voor iemand die ouder in jaren is of hoger in rang. Dit in tegenstelling tot blanke jongens, die gewoonlijk met “Kleinbaas” werden aangesproken. Mijn krant heeft dezer dagen een speciaal “Xenofobie” katern waarin over het wel, maar vooral over het wee, van de uit hun buurten verjaagde buitenlanders wordt bericht. Op maandag gaat het over een vermeende massale poging tot zelfverdrinking van wanhopige Somaliërs in de oceaan bij Noordhoek, op dinsdag wordt de politieke naijver met betrekking tot het vluchtelingenprobleem tussen de tot het ANC behorende Eerste Minister van de provincie iWest-Kaap (ANC) en de Burgemeester van Kaapstad – leider van de oppositionele Democratische Alliantie - breed uitgemeten. Wie moet wat betalen? Moeten de kampen worden gesloten en de vluchtelingen terug naar de gemeenschappen die hen hebben weggejaagd? Weinig verheffend, in en in triest. Vrijdag, 13 juni 2008. De Duitse medicus Dr. Matthias Rath is vandaag door het Hooggerechtshof in Kaapstad officieel tot “kwakzalver” verklaard en het is hem verboden om zijn middeltjes tegen AIDS nog langer te verkopen of klinisch te testen. Volgens Rath, een verklaard tegenstander van de toxische AIDSremmers, zouden zijn preparaten vol met vitaminen en mineralen, AIDS op natuurlijke wijze een halt toe roepen. Hij is beslist niet de enige die goedkope “alternatieve” AIDSremmers aan de man brengt. De flyer van Dr. S.W. Saibu die mij onderweg naar huis bij het station in de hand wordt gedrukt, raadt aan “BEL NU VOOR HET TE LAAT IS”. Tijdens een consult dat 20 Rand (ongeveer €2) kost, wordt daar werk van gemaakt. In slecht Afrikaans wordt duidelijk gemaakt dat “Dr Saibu se geïmporteerde tradisionele medicynes vanaf Sentraal- en Wes-Afrika sowel as Indië het ’n kragtige kwaliteit wat u kan help waar ander niet geslaag het nie. Hy het baie kennis in geneesing van siekte ondervind in die nege Afrika lande waarby sy betrokke was. Hy is ook begaafd deur om jou handpalm te lees en om met die voorouerlike geeste te komunikeer. Hy benadering is gewaarborg om die volgende probleme op te los, waaronder “Bring down HIV/AIDS”. Zo gaat dat in een land waarvan de President en leidende figuren in de regeringspartij AIDSontkenners zijn en de leider van het ANC beweert dat AIDS kan worden gemeden door na geslachtsgemeenschap met een HIV positieve partner een stevige douche te nemen. Het houdt me bezig omdat ik zondag naar “Hebron” ga, een HIV/AIDS project. Zondag, 15 juni 2008. De Tafelberg houdt zich gedeisd en veschuilt zich achter een wolkenlaag. Net “Jantje lacht, Jantje huilt”. Gisteren helder weer, vandaag bewolkt. Het motregent. Maar goed dat ik voor vannacht een kamer heb gereseveerd, anders zou ik vast en zeker thuis zijn gebleven. Hoewel mijn bestemming via de kortste weg in een uur of twee via de N7 is te bereiken, neem ik de grootst mogelijk omweg. Kaapstad, Du Toitskloof, in de regen even stilstaan bij het monument voor de Italiaanse krijgsgevangenen uit de Tweede Wereldoorlog omdat ik heb ontdekt dat de vader van een collega met een Italiaanse achternaam één van hen was. Na de bergrug is het plotseling droog en af en toe zelfs zonnig! Rawsonville, Slanghoek, Pruimboskloof, Wolseley, Tulbagh, Nuwekloof, Gouda, Porterville, Piekenierskloofpas, Hebron. Onderweg uiteraard bergruggen, mooie valleien, ontelbare wijngaarden, prachtige vergezichten. Soms veel te veel van het goede tot aan vervelens toe. Dezelfde reactie als na een overdosis van het een of ander: een totale afknapper. Na de Nuwekloof door het Swartland, aan deze kant van de langgerekte vallei vrijwel geen wijngaarden, maar eindeloze landerijen. Via de R44 en de R349, die parallel langs de voet van de Groot Winkelshoekbergen en de Olifantsrivierbergen lopen, naar de aansluiting met de N7 halverwege de stadjes Piketberg en Citrusdal. Hoewel sommige akkers hier nog de kleur van het korstje van crème brulée hebben, ligt over de meeste al een frisse groene waas dat - vlak voordat de winter begint - het voorjaar al weer aankondigt. Voor mij de zoveelste bevestiging dat de Zuid-Afrikaanse natuur de winter gewoon negeert. Langs de weg ten noorden van Porterville – verbroeder met Maarkedal – België - de naamborden van de boerderijen die onzichtbaar ergens in de verte liggen, af en toe vier, vijf boven elkaar: BORRELFONTEIN, UITSIEN, PLATRUG, PORSELEINKLOOF met de namen van de eigenaren eronder. Eenzame bomen midden in een veld of de vervallen muren van een verlaten dienstwoning verbreken hier en daar de eentonigheid. Niemand haalt mij in, ik zie minder dan een handvol tegenliggers. Plattelandsrust waarvan men elders slechts kan dromen. wordt vervolgd |