KAAPSE KRONIEK - 54 (20072008)

Zondag, 15 juni 2008. Vlak onder de top van de 519 meter hoge Piekenierskloofpas parkeer ik de auto in de berm om van het uitzicht te genieten. Mag helemaal niet, maar een kniesoor die daar op let. Buiten de stad zie ik zelden politie op de wegen, de kans op een bon is dus vrijwel nihil. Vanuit de diepte klinken de heldere stemmen van spelende kinderen, het kwinkeleren van vogels, blatende schapen, het geloei van koeien die vinden dat het de hoogste tijd is om te worden gemolken. Even waan ik me terug in de Dogon, in Mali. Aan de rand van de Sahara, aan de voet van de 350 meter hoge steile bergwand van de Falaise de Bandiagara. Na daar ’s nachts op het dak van een huis te hebben geslapen, werd ik bij het aanbreken van de dag gewekt door vrijwel dezelfde geluiden van een ontwakend dorp die weerkaatsten tegen de bergwand. Als ik mijn ogen dicht doe, kan ik dat nog steeds horen. Even over de top de afslag naar Paleisheuwel, een wijnboerderij, een paar honderd meter later “Hebron” het pension waar ik ga overnachten.

Hebron was niet de eerste keus voor dit lange weekeinde. Oudtshoorn, de struisvogelhoofdstad van Zuid-Afrika, daar wilde ik naar toe. Maar voor de tweede keer was er in het enige hotel waar ik per se de nacht wilde doorbrengen geen enkele kamer vrij. “Er is een hondenshow” was het excuus waar ik geen moer van begreep, totdat me werd uitgelegd dat het één van de weinige hotels in Oudtshoorn en omgeving is waar die huisdieren welkom zijn. Op zoek naar een alternatief was ik het “Hebron project” vlakbij het dorp Citrusdal – inderdaad het centrum van de Zuid-Afrikaanse citrusteelt - tegen gekomen. De informatie op de gelikte website was aan de ene kant wat minder, maar aan de andere kant juist erg positief. Wat me nogal tegenstond was het overmatig etaleren van de geloofsovertuiging van de eigenaresse “Dit project is het uitvloeisel van de door God’s genade in het hart van Jenny geplante wens om HIV/AIDS kinderen – met name wezen of die in de steek gelaten – in Citrusdal te gaan helpen”. Maar mijn nieuwsgierigheid en de belofte dat “natuurlijk wordt een deel van het geld dat u betaalt, besteed aan onderhoud en andere kosten die uw verblijf met zich meebrengt. Maar.....wat er overblijft gaat naar de stichting die tot doel heeft om huizen voor HIV/AIDS wezen op het terrein van Hebron te bouwen. Ze zullen door pleegouders worden verzorgd, oudere kinderen krijgen een opleiding en zullen worden aangemoedigd hun weg in het leven te vinden”. Intrigerend en leerzaam lijkt het me om een nachtje in dit AIDSproject te gaan slapen.

De gebouwen van Hebron liggen rondom een mooi aangelegde tuin met een onbelemmerd uitzicht op de Cederbergen en, al je wat moeite doet, op de Citrusdalvallei. Aan de achterkant een sinaasappelboomgaard. Een slim aangelegd zwembad, dat er vrijwel net zo uitziet als dat in de Air France televisiereclame. Het is gebouwd aan de rand van de tuin, die daarna onmiddelijk steil naar beneden afloopt. Zo’n beetje op de rand van de afgrond. Als je uit een bepaalde hoek kijkt, lijkt het zwembad door te lopen totaan de bergrug die kilometers verder ligt. Smaakvol ingerichte kamers ook, intieme eetzaal, gezellige televisiekamer, maar er ontbreekt iets. Datgene waarvoor ik hier naar toe ben gekomen: de stemmen van de kinderen en de huizen van het AIDSproject. Als ik Jenny vraag waar die huizen staan, wijst ze naar de bosrand een stuk verderop “het is de bedoeling die te gaan bouwen op de plek waar de bomen zijn gekapt”. Wat een afknapper. Geen huisjes, geen AIDSwezen, geen door hun ouders in de steek gelaten kinderen, geen zorgzame peetouders. Kortom: geen project. Tegenwerkende buren, problemen met de wijziging van het bestemmingplan om te mogen bouwen in een natuurgebied, maar wel een prima draaiend guesthouse aan de grote weg van Kaapstad naar Namibië. Hoewel ik hoogstwaarschijnlijk niet belazerd ben, voelt het wel een beetje alsof.

Maandag, 16 juni 2008. Het plan voor vandaag is door de Cederbergen en via Ceres terug te gaan naar Kaapstad. Een flinke omweg die de moeite waard moet zijn. Volgens Jenny is de alternatieve weg van Citrusdal naar Algeria en vervolgens door de bergen naar Ceres geen enkel probleem voor mijn VW Polo Classic. De Citrusdalvallei ligt nog verborgen onder de ochtendmist, die gelukkig snel optrekt. De wegwijzer in het centrum van van het dorp met “Keerom” erop had me aan het denken moeten zetten, maar ik rijd onbezorgd verder. Na de bebouwde kom houdt het asfalt meteen op en begint een weg die bij de minste neerslag in een onbegaanbare glijbaan moet veranderen. Sinaasappelboomgaarden aan beide kanten, dat heeft wel iets aparts. Links beneden de Olifantsrivier en de snelweg. Aan het einde van mijn weg ligt het gehucht Kriedouwkrans en een T-kruising naar Algeria. Nog meer appeltjes van oranje en een kamp met onderkomens in de vorm van grote iglo’s. Arbeiderhuisjes. Losse steenslag, opwaaiend stof van toevallige tegenliggers. De weg klimt hoger en hoger. De Nieuwoudtspas, 12 kilometer lang en tenminste 1.000 meter hoog, nog ongeveer 200 kilometer naar Ceres. Steeds vaker scherpe bochten, geen vangrail, een enkele stuurfout kan fataal zijn. Vanaf de oceaan zie ik wolkenvelden vol met regen aankomen. Als het gaat regenen, kan ik geen kant op met mijn kleine auto. Op een iets breder stuk weg stop ik en kijk de diepte in naar Algeria. Zie daar wat boerderijen. En kijk de hoogte in naar de Algeriapiek en de Proteapiek, beide rond de 1.500 meter hoog. Doorrijden of teruggaan? Na nog een paar honderd meter klimmen, ben ik het met mezelf eens. In geval van twijfel niet verder gaan, dus keer ik om.

wordt vervolgd