|
KAAPSE KRONIEK - 55 (25072008) Maandag, 16 juni 2008. De berg weer af én terug naar af. Bij Kriedouwkrans de Olifantsrivier over via de weg – beton op lage paaltjes - die door de rivier loopt. Een doorwaadbare plaats op een verhoging, die in het Afrikaans zo mooi “een drif” heet. Het waarschuwingsbord spreekt boekdelen, als de weg onder water staat moet je omrijden via de niet geasfalteerde weg naar Citrusdal - die ik minder dan een uur geleden nam - die dan vast en zeker eveneens onbegaanbaar zal zijn. Tenzij ...... je in een 4x4 rijdt. Via de N7, de “grote” doch slechts tweebaansweg naar Kaapstad, terug naar Citrusdal. Ondanks de nationale feestdag staan de dagloners voor de fruitpluk overal in groepjes te wachten om te worden ingehuurd. Tot mijn schande vind ik het zowaar heel gewoon dat het zonder uitzondering kleurlingen zijn. Vandaag is het “Jeugddag”, de dag waarop de studentenprotesten van 1976 in Soweto en de doden die er toen vielen worden herdacht. In dat jaar gingen leerlingen uit het voortgezet onderwijs de straat op om vreedzaam te demonstreren tegen het verplichte onderwijs in het Afrikaans. Helaas zou de demonstratie uitlopen in een bloedbad. Langs beide kanten van de weg eindeloze boomgaarden en veel stalletjes waar lemoene – sinaasappels -, suurlemoene – citroenen – en naartjies – mandarijnen worden verkocht. Op de kaart heb ik ondertussen een alternatieve route gevonden die, naar ik hoop, geen onmogelijke eisen aan mijn niet voor moeilijk begaanbaar terrein gebouwde auto zal stellen. Vlak voor Citrusdal staat een reclamebord voor Outspan, tijdens de apartheidsjaren een overal in Europa geboycot merk Zuid-Afrikaans fruit, net zoals er rond diezelfde tijd geen Angola koffie mocht worden gedronken. Een perceel verder staat de aankondiging “JESUS HET JOU LIEF!”. Een dergelijke stellige, doch totaal onbewijsbare bewering mag ik graag zien. Maar niet heus. Nogmaals de wegwijzer “KEEROM” op de kruising midden in het dorp en opnieuw weiger ik daar aan toe te geven. De bebouwde kom eindigt vrijwel onmiddellijk, volgens de richtingaanwijzer is het naar Op-Die-Berg nog 90 kilometer, naar Ceres 115. De R303, begint veelbelovend met asfalt, maar de vreugde is van veel te korte duur. Jeetje, deze weg is stukken slechter de Nieuwoudtspas die ik een half uur geleden de rug toekeerde. Ruig natuurschoon, doch weinig tot geen gelegenheid om daarvan te genieten vanwege de vele scherpe bochten, het ontbreken van een vangrail langs de afgrond en de gaten in en de keien op het wegdek. En dan zijn er af en toe ook nog eens tegenliggers, zonder twijfel met bestuurders die de weg op hun duimpje kennen, die dit bergpad als hun prive autocrossbaan beschouwen. Aan de opkomende drang om nogmaals om te keren en terug naar huis te rijden via de meest voor de hand liggende weg – de grote weg – wens ik deze keer niet toe te geven. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Daar reken ik althans op. En niet ten onechte. Aan het eind van de korte afdaling na het hoogste punt van de Middelbergpas ligt een naamloos gehucht. Niemand op straat, witbont vee in de weide. Dan, als een geschenk uit de hemel. verandert het wegdek in deze zeer dun bevolkte streek opeens van losse steenslag en zand in glad asfalt! Vast en zeker een cadeautje van de apartheidsregering aan hun trouwe stemvee om ervoor te zorgen dat het inderdaad trouw stemvee zou blijven, suggereert een van mijn collega’s een dag later. In de luwte van de bergrug rijd ik door het Koue Bokkeveld, een ruim duizend meter hoge eindeloze hoogvlakte. Bij Op-Die-Berg een afslag naar de weg door het Cederberg natuurreservaat waar ik eerder ietwat angsthazig op mijn schreden was teruggekeerd. Beter blo Jan, dan do Jan. Het dorp stelt niet veel voor, een typisch nietszeggend plattelandsdorp, één van de vele Nergenshuizen aan de Kaap. De vlakte die ik doorkruis is iets minder nietszeggend. Hoewel: bergen, fijnbos, landerijen, af en toe een boerderij in de verte. Het week in, week uit door min of meer soortgelijke landschappen rijden, leidt op den duur tot een vorm van blindheid voor het natuurschoon. Daardoor is het aantal “Aha Erlebnissen” zowat tot het nulpunt gedaald. Ik dreig blasé te worden! Wat helpt, is dat de natuur, een week voordat de winter begint, alweer ontwaakt uit haar winterslaap. Ik parkeer de auto af en toe in de berm om de uitlopende protea’s – Zuid-Afrika’s nationale bloem – van dichterbij te bewonderen. Al doende zie ik dat de bergen net een enorme hoop los gestorte sintels zijn en ontdek aan de einder zowaar een berg die een tweelingbroertje van de Tafelberg zou kunnen zijn. Vrijwel zonder het te merken, ga ik over de Gyra Pas, die ’s winters af en toe zou zijn gesloten wegens sneeuwval, en overschrijdt de grens tussen het Koue Bokkenveld en het Warme Bokkenveld. Prince Alfred’s Hamlet nadert, een iets groter dorp met nauwelijks oudere huizen of gebouwen, de schuld van een aardbeving in 1969. Slechts een paar kilometer verder de – voor mij onverwachte – afdaling naar Ceres. Een complete verrassing – dus toch een Aha Erlebnis! - hoe diep het dal is waarin het stadje ligt en hoe steil de afdaling is. Tot mijn spijt is het onmogelijk om van de linker baan – tegen de bergwand aan - naar rechts over te steken om op een parkeerplaatsje van het adembenemende uitzicht te genieten. Te veel tegenliggers, te veel scherpe bochten, te veel afremmen. Het uitzicht op Ceres en de boomgaarden er omheen, was vanuit de hoogte stukken fraaier dan de werkelijkheid in het dal. Wat een dump! De volgende pas door richting Swartland, tamme bobbejanen bedelen om voedsel en – hoewel streng verboden - krijgen het. Terwijl de Witsenbergen, de Groot Winterhoekbergen, de Kasteelberg tot en met de Tafelberg tegenover mjn appartement in Kaapstad met het hoofd in de wolken liggen, begint het gelukkig pas te regenen als ik met een glas wijn in de hand op mijn terras zit na te genieten van het achteraf toch wel aangename lange weekeinde. wordt vervolgd |