KAAPSE KRONIEK - 57 (06082008)

Zaterdag, 21 juni 2008. De wijn is gekocht, wat rest is een bezoek aan de karamat van Tuan Masad die dus aan de andere kant van Rawsonville moet zijn te vinden. Nu ik met de mevrouw van de VVV heb uitgedokterd waar de heilige plaats ongeveer is, kan het haast niet meer mis gaan. Die overtuiging wordt verder versterkt na het passeren van de boerderij die “Gevonden” heet. Dat lukt mij vast en zeker ook! De afslag naar de “Brandvlei Korrektiewe Dienste”, het gevang, is het volgende ijkpunt. Nog immer op het rechte pad! Toch sta ik even later voor de ingang van “Nekkies” aan de ene kant en de brug over de Breede Rivier aan de andere. Retour naar Brandvlei. Nog eens hetzelfde stukje weg rijden, maar nu met andere ogen kijken. Daardoor herken ik de als een mini skischans oplopende hoop zand aan de linkerkant deze keer als “het uitkijkpunt” van de Cape Mazaar Society. De instructies verder volgend “met de neus van de auto in de richting van Worcester” zie ik links de winters uit zijn bedding gebarsten snel stromende Breede Rivier. Rechts over mijn schouder liggen met fijnbos begroeide heuvels. “Breede alluviale fynbos” volgens een brochure die ik ergens heb opgepikt. Iets verderop, midden in de lage begroeing, ontdek ik na enig speuren de enige, en dus niet te missen, boom. Ernaast, aan een lange stok, hangt een lap rode stof. Voor vrijwel iedereen een vod, voor mij het onmiskenbare bewijs dat daar de schrijn moet zijn!

Het terrein blijkt te zijn omheind! Het pad dat ik met de auto zou kunnen volgen, ligt achter prikkeldraad én achter een ondiepe sleuf die, als een sloot, evenwijdig aan de afrastering is gegraven en de toegang totaal verspert. Zou dit de buitenkant van de gevangenis zijn? Of misschien van de waterwinplaats die ergens aan de andere kant van de heuvels moet liggen? Hoe dan ook, het is geen vrij toegankelijk terrein. Nu ik de karamat in het zicht heb, zal ik die koste wat het kost van dichtbij bekijken. Er zit niets anders op dan over de sleuf te springen, over het prikkeldraad te klimmen en er lopend naar toe te gaan. Plassen water, modder, grote keien en kleinere, hoogteverschillen. Kortom moeilijk begaanbaar terrein. Hoewel de lege plastic flessen en frisdrankblikjes die ik tegenkom het bewijs leveren dat anderen mij hier zijn voorgegaan. Naast een struik vlakbij het einddoel liggen twee eenvoudige graven die worden gemarkeerd door keien die de groen lappen die er overheen liggen op hun plaats moeten houden. Op één ervan staat de tekst: “LAA ILAAHA ILLALLAHU MUHAMMADUR RASOOLLULLAHI – ER IS GEEN ANDERE GOD DAN ALLAH EN MOHAMMED IS ZIJN BOODSCHAPPER“. De laatste rustplaats van Tuan Masad is een tiental meters verder. “SAYED MASOET” staat op een steen aan de kop van het graf. Er boven bengelt een trommel met het opschrift “SURAHS” aan een boomtaK. Daar horen Koranteksten in te zitten, zo weet ik, wellicht zelfs een complete soera, een hoofdstuk uit de Koran. Ik trek de schufklep omhoog en ben teleurgesteld dat het ding leeg is. “Sheik Tuan Masud” staat er met plakletters op een bordje aan de zijkant van de tombe. Gevonden!

De karamat is tot mijn spijt “opgeknapt”. Met moderne gladde rode bakstenen is een bak gemetseld waarin de resten van Tuan Masud zouden rusten. Zo’n smakeloze plantenbak die je wel eens in lelijk aangelegde tuin ziet, met nota bene aan de voet een half rond betonnen tuinbankje! De inhoud is afgedekt met een groene doek die met keien – het terrein ligt er vol mee - op haar plaats wordt gehouden. Het is net of aan de kopse kant een in doeken gerold mens met opgetrokken knieën ligt te slapen, op mijn porren wordt echter niet gereageerd. Om het graf heen liggen vier of vijf andere slordig door keien gemarkeerde graven die eveneens zijn afgedekt met groen-blauwe doeken of gewoon met een stuk plastic. Een eenvoudige, haast onbereikbare, heilige plaats met uitzicht over de Breede Rivier en de in de wolken hangende bergen aan de andere kant van de op dit punt vrij smalle vallei. Het “waarom’ van deze ver van de stad gelegen schrijn en de graven er omheen intrigeert me, dus doe ik navraag bij een gelovige en in deze ter zake kundige collega. Hij is allerminst verbaasd en vertelt over de Daawah, het door voorbeeldig gedrag uitdragen van het geloof. Tuan Masud was vast en zeker een zeer gelovig man die de opdracht om de Islam te verspreiden serieus had genomen en daartoe naar de afgelegen streek was getrokken. Waarschijnlijk was hij tijdens zijn missie overleden en ter plaatse begraven. En die andere graven dan? Volgelingen natuurlijk, die dicht bij hun leraar wilden worden begraven. De onvindbare plaats is gevonden, de kofferbak ligt vol met wijn. Tevreden aanvaard ik de terugreis.

Vrijdag, 27 juni 2008. Hoewel ik de Senegalese film “Madame Brouette – Mevrouw Kruiwagen”, van regisseur Moussa Sene Absa, al eens in Buenos Aires heb gezien, is het in Kaapstad naar een Afrikaanse film kijken toch weer anders. Vooral omdat het eraan herinnert hoe zeer Zuid-Afrika verschilt van het andere Afrika waar ik heb gewoond, heb gewerkt en heb gereisd. Van Gabon, van Nigeria, van Togo, van Ghana, van Mali, van Ivoorkust, van Niger, van Benin van São Tomé. Ja eigenlijk van wat zo achteloos “Äfrika ten zuiden van de Sahara” of “Sub-Sahara Afrika” wordt genoemd, Zwart-Afrika dus. Alsof het om een homogeen gebied gaat. Terwijl Zuid-Afrika het enige land is dat is geindustrialiseerd, waar landbouw zeer grootschalig wordt bedreven, waar voortreffelijke wijnen worden gemaakt, dat een goede infrastructuur heeft, waar je kunt rondreizen zonder om de haverklap door gewapende politie of militairen te worden gestopt. Desondanks bezorgt zo’n film uit een minder ontwikkeld en minder comfortabel Afrikaans land me keer op keer een licht gevoel van heimwee.

wordt vervolgd