|
KAAPSE KRONIEK - 59 (17082008) Zondag, 29 juni 2008. “Het is het enige bekende graf van een slaaf in Zuid-Afrika”, verklaart Lorraine met grote stelligheid, “heb je het al gezien?’ Nog niet dus. Voor een wandeling over een begraafplaats ben ik echter altijd te porren. Ze rijdt voor me uit naar de dodenakker die aan de rand van de bebouwde kom ligt. Activisten hebben met rode verf het Engelse “Graves” overgeverfd en het Afrikaanse “Grave” laten staan. In Goedverwacht is het onderwijs in het Afrikaans en Afrikaans is de voertaal. Zou er een taalstrijd aan het ontkiemen zijn? Vlak na de ingang, afgesloten door zo’n hek dat bij een koeienweide hoort, staat een zwaar geërodeerde steen met een hekje erom heen. Aan de voet ervan een kleine gedenksteen “TER ERE VAN HENDRIK SCHALK BURGER, STIGTER VAN GOEDVERWACHT 1810”. Lichte geschiedvervalsing, want Schalk Burger kocht in 1810 een bestaande boerderij op het land waarvan het dorp ligt en noemde het naar zichzelf: Burgerskloof. Maar wie ben ik om vandaag en juist op deze plek de betweter uit te gaan hangen? In de uiterste rechterhoek ligt “hét graf”. “DE LAATSTE SLAAF. Dit is het graf van de laatste slaaf. Geboren op 26 mei 1796 op de boerderij “Zanddrift”. Op 22 september 1850, op 54 jarige leeftijd werd ze Christiane Louis gedoopt. Ze overleed op 22 december 1888 op 92 jarige leeftijd.” Dat is de toelichting bij het graf van Hester, dochter van de slavin Maniesa. En de langst levende erfgenaam van Schalk Burger. Op de grafsteen wordt alles nog eens dunnetjes overgedaan met de tekst “HIER RUST GETROUWE MAAGD DES HEEREN – DE GEDAGTENIS DER REGTVAARDIGEN ZAL TOT ZEGENING ZYN”. Op de verder slordig onderhouden begraafplaats – overal hoog opschietend onkruid - staat naast het graf van de “getrouwe maagd des Heeren” één enkele grote boom. In de schaduw daarvan liggen de graven van de leraren – de dominees. Hoewel een ieder in de ogen van de Heer gelijk is, hebben en hadden die beroepsgelovigen kennelijk toch een streepje voor en hebben het mooiste plekje voor zichzelf bestemd. Een rotsblok, dat zo te zien onmogelijk verplaatst kon worden, is tot monument verheven voor de vrouw die door Schalk Burger in 1791 op de Kaapstadse slavenmarkt werd gekocht. Bordje erop, klaar is kees. “HULDE AAN ONS SLAVIN MOEDER MANISA. PER SLAWESKIP AAN KAAP GEKOM IN DIE JARE 1790/91. OORLEDE 27.4.1828 TE BURGERSKLOOF”. Verder vooral eenvoudige graven waarop stenen liggen en staan met teksten die zijn doordrenkt van een grenzeloos vertrouwen in het geloof dat hier door de blanke buitenlandse zendelingen werd gepredikt in de taal van de voormalige koloniale heersers. De “bevrijdingstheologie” van toen voor hen die door de overige blanken werden geminacht? De lidmaten van de Moravische Kerk zijn hoofdzakelijk “bruinmense”, mensen met gemengd bloed. De mensen die tijdens de apartheidsjaren niet blank genoeg waren en in het nieuwe Zuid-Afrika niet zwart genoeg zijn. Een klacht die ik meerdere malen heb gehoord en gelezen en die met enige regelmaat op de opiniepagina van mijn Afrikaanse krant opdook. Mijn begeleidster is het een beetje zat en neemt afscheid “Doe je het hek dicht als je weggaat? Ze duwt me een foldertje in de hand en nodigt me uit voor het jaarlijkse “Snoek & Patatfees” dat volgend weekeinde in Goedverwachtbij zal plaats vinden. Snoek, in tegenstelling tot Nederland, hier een zoutwatervis, patat, roosterbrood, korrelkonfyt – traditionele, pittige druivenjam - en koffie zijn de lekkernijen die de plaatselijke bevolking ongetwijfeld zullen lokken. Hoewel ik even twijfel als ik zie dat er boegoewater zal worden verkocht en vooral gerookte snoek best lekker vind, is een tweede bezoek aan het toch wat doodse dorp iets teveel gevraagd. Maandag, 30 juni 2008. “Africa Magic”, een hoofdzakelijk in Nigeriaanse soaps gespeciliseerde tvzender, zendt af en toe – ik ben er van overtuigd dat het per vergissing is – kwaliteitsfilms uit. Vanavond “Moolaadé”, een film naar het gelijknamige boek van regisseur Sembène Ousmane. één van mijn favoriete Afrikaanse auteurs. Het verhaal gaat over de besnijdenis van meisjes en het verzet daartegen. “Besnijdenis” vind ik een wat verhullend woord. “Female genital mutilation” oftewel “genitale verminking” beschrijft het verwijderen van de clitoris en het soms gelijktijdig dichtnaaien van de vagina - die dan tijdens de huwelijksnacht door de bruidegom mag worden opengeknipt – stukken beter. Het is een zeer pijnlijk primitief gebruik om zogenaamd de vrouwelijk seksuele lust in bedwang te houden. Lang geleden had ik korte tijd een geliefde die aldus was verminkt en tot mijn verbazing geen clitoris had. Dat was een behoorlijk verrassende ervaring die ik niet licht zal vergeten. De film speelt in een dorpje in het binnenland van Burkina Faso waar een groep meisjes, die op het punt staat te worden besneden, “Moolaadé – bescherming” zoekt bij een oudere vrouw. Ze zijn bang en willen zich niet aan het ritueel onderwerpen. Traditie, geloof en de moderne tijd botsen tot en met het verbranden van alle in het dorp aanwezige radio’s op het plein voor de mooie moddermoskee. Een gebouw van klei dat met “modder” is afgewerkt, dat wil zeggen klei met water aangelengd om het tot een strijkbare massa te maken. De lokale variant van stucwerk die ik op veel plaatsen aan de zuidelijke rand van de Sahara heb bewonderd. Ja, die radio’s moeten dus worden verbrand om met name de vrouwen in het dorp te beschermen tegen de ketterij die via dat medium wordt gepredikt en als een van de redenen wordt beschouwd voor de “opstand tegen het geloof en de traditie”. De vrouw die de meisjes beschermt, wordt door haar echtgenoot nog even en plein public met een zweep afgerost omdat zij door haar handelen hem te schande heeft gemaakt. De dorpsoudsten en andere mannen zijn het daar uiteraard van harte mee eens. De traditie vereist dit nu eenmaal. Maar eind goed al goed, de meisjes krijgen hun zin en kunnen hun leven zonder lichamelijke verminking voortzetten. Het zijn vast en zeker losbollen geworden. Dat verhaal moet echter nog worden geschreven. wordt vervolgd |