GAUCHITO GIL (23022009)

“Ondanks de lichte regen zijn al meer dan 200.000 mensen bij Gauchito Gil langs geweest om, op de dag dat hij zo tragisch aan zijn einde kwam, deze wonderbaarlijke gaucho eer te bewijzen”. Dat was op 8 januari. Mijn reisgenoot en ik hebben een wat rustiger moment gekozen om naar Mercedes, in de provincie Corrientes, te gaan. Zo krijgt het korte bezoek aan de verzameling altaartjes voor Gauchito Gil, die we een week geleden langs de weg even buiten La Plata tegenkwamen, zowaar een vervolg. De beelden die op de televisie van zo’n massale pelgrimage toont, zijn zonder meer indrukwekkend. Rood is de kleur van Gauchito Gil, rood is de overheersende kleur van de pelgrims. Van de vlaggen die ze bij zich hebben, van de sjerpen, de halsdoeken, de overhemden en de hesjes die ze dragen. En de kleur van de kaarsen die ze ter ere van de door hun aanbeden held zullen gaan branden. Zoals bij vrijwel iedere volksheilige het geval is, zijn er verschillende versies van de gebeurtenissen die de aanleiding zijn voor de promotie van eenvoudige gaucho tot een bijna heilige. Bijna heilig, omdat de heren in het Vaticaan die zo goed weten wie aan de heiligheidseisen voldoet en wie niet, er nog niet echt van overtuigd zijn of Antonio Mamerto Gil Núñez – zoals Gil voluit heette - wel uit het goede heilige hout is gesneden.

Het verhaal gaat als volgt. Antonio Gil was een boerenknecht. Een rijke weduwe werd verliefd op hem of de twee hadden een affaire. Toen haar broers en het hoofd van de politie dit ontdekten – die gozer had eveneens een oogje op de weduwe – beschuldigden ze hem van diefstal en probeerden Gil te vermoorden. Hij ontsnapte door dienst te nemen in het leger. Het was de tijd van de “Triple Alianza”, de oorlog tussen Paraguay aan de ene kant en Brazilië, Argentinië en Uruguay aan de andere. Gil keerde uiteindelijk terug als een oorlogsheld en werd daarna onmiddellijk gedwongen dienst te nemen om in de burgeroorlog tussen federalisten en de voorstanders van een centraal geregeerd Argentinië te vechten. De goede man was echter oorlogsmoe en deserteerde. Na verloop van tijd arresteerde de rivaliserende politieman hem, hij werd gemarteld en met zijn voeten aan een boomtak gehangen. De dood was nabij. Dat was, op 8 januari 1878, dat was het cruciale moment. Het moment dat naderhand bepaalt of je als een doodgewone sterveling de geest geeft of als een bijna heilige. Vlak voor de executie zei Gil tegen zijn executeur “ Je zoon is ernstig ziek. Als je me smeekt hem te redden, dan beloof ik dat te zullen doen. Zo niet, dan zal hij sterven”. Desalniettemin sneed de politieman Gil de keel af. Toen hij na gedane arbeid thuiskwam, bleek zijn kind inderdaad ernstig ziek. Ten einde raad bad bij tot Gauchito Gil om zijn kind te redden. En zo geschiedde. Uit pure dankbaarheid zorgde hij ervoor dat Gil waardig werd begraven en bouwde een schrijn voor hem. Bovendien vertelde hij iedereen die het wilde horen over de wonderlijke genezing van zijn kind door Antonio Gil. Het legendarische verhaal dat tot vandaag de dag de ronde doet.

Mercedes ligt op zo’n 700 kilometer van Buenos Aires. Grote weg richting Rosario, na Campana rechts af. Noordwaarts richting Gualegauychú, een redelijk onbetekenend grensstadje, ware het niet dat het sinds 2005 het middelpunt is van een serieus conflict tussen Argentinië en Uruguay dat – gelukkig maar - wordt uitgevochten voor het Haagse Internationale Gerechtshof. De regering van Uruguay had in 2005 de gore moed om twee bedrijven – een Spaans en een Fins – toestemming te geven om aan de oever van de rivier tegenover Gualeguaychú “papeleras” - fabrieken voor papierpulp - te bouwen! Milieuactivisten spoedden zich naar Gualegauychú om de brug naar Uruguay te blokkeren, de kortste verbinding tussen beide landen voor vakantiegangers die niet met de ferry vanuit Buenos Aires naar de overkant van de Río de la Plata wensen te gaan. Ondanks dat aan de hoogste Europese milieueisen zou worden voldaan, waren vrijwel alle Argentijnen ervan overtuigd dat de fabrieken de ergst denkbare water- en luchtvervuiling zouden veroorzaken. Ons kent ons nietwaar? De Uruguayanen zouden het bovendien het grensverdrag van 1975 hebben geschonden door geen toestemming aan de Argentijnse regering te hebben gevraagd. Ondertussen ging de bouw van de fabriek van het Finse Botnia gewoon door en die is sinds november 2007 volop in bedrijf. Zonder dat er volgens onafhankelijke deskundigen sprake is van milieuvervuiling. En terwijl rond Buenos Aires geen moer wordt gedaan aan de ernstig vervuilde en daardoor vrijwel dode Riachuelorivier, mogen de buren geen “schone” papierpulpfabriek bouwen vanwege “mogelijke vervuiling”. Jaloezie omdat de keuze niet op de Argentijnse oever van de rivier is gevallen? Uitspraak volgt.

We vreten kilometers. Bij Concordia, 200 kilometer verder, dat voluit zo fraai San Antonio de Padua de la Concordia heet, is de brug naar Uruguay niet geblokkeerd en slaan de meeste vrachtauto’s af. Nog 300 kilometer te gaan. Nu eens geen eindeloze akkers met soja, maar een afwisselend landschap met weiden, rivieren en bosbouw. Vlakbij het drielandenpunt met Uruguay en Brazilië, rijden we ter hoogte van Monte Caseros de provincie Corrientes binnen. De duisternis valt, op de kruising van drie snelwegen zonder verkeerslichten is een zwaar ongeluk gebeurd. Argentijnse automobilisten zijn redelijk roekeloos, er vallen gemiddeld meer dan 20 verkeersdoden per dag. Wij arriveren een uur later echter heelhuids in Mercedes. Dankzij een helpend handje van Gaucho Gil?

wordt vervolgd