HAITIAANSE HERINNERINGEN - 2 (21012010) Als ik ooit aan de bedelstaf zou raken, dan word ik “gomero – bandenplakker” in de Dominicaanse Republiek. Die gasten verdienen volgens mij goud geld met het plakken van de nooit ophoudende stroom lekke banden die worden veroorzaakt door het hier en daar erbarmelijk slechte wegdek. Onverwachte gaten in het asfalt, verkeersdrempels die veel te hoog zijn voor een normale personenauto of uithollingen over dwars die als goten voor regenwater dienen, vergallen het rijplezier danig. Na drie lekke banden binnen twee uur, weet ik uit de eerste hand dat er heel veel geld omgaat in deze bedrijfstak. Zwart geld, welteverstaan. Waarschijnlijk heb ik de afgelopen maanden gewoon geluk gehad. Duizenden kilometers gereden zonder al te veel problemen. Naar het verre oosten van het eiland, naar het noorden, naar het midden westen en het midden oosten zonder pech onderweg. Dat geluk heb je nodig in een land waar de wegenwacht, laat staan een concurrent, niet bestaat. Bij pech onderweg moet de Dominicaanse automobilist het zelf maar uitzoeken en dat doet ie dan ook. Na ongeveer twee uur rijden, vlak na Azua de Compostella de eerste lekke band. Het is even wennen om na een jaar of vijftien weer een band te wisselen. De eerste de beste gomero constateert dat er geen sprake is van een lek, maar dat de band door de harde aanraking met een gat in de weg, of een steen, is leeg gelopen. Vijftig Pesos, €1,25. Dat valt reuze mee. Vol goede moed gaan we oonderweg naar naar Barahona, de volgende stad. Mooi landschap, de suikerrietkap is in volle gang, natuurgebieden met prachtige vergezichten. Een schijnbaar zorgeloze rit. Na Barahona slingert de weg langs de kust. Blauwe zee, veel te veel bochten, net de weg langs de Costa Brava voor de aanleg van de autopista. Vlak voor Paraiso, jawel Paradijs, met echt een wonderschoon uitzicht op strand en zee, rijd ik weer lek. Aardige jongens op een motoconcho, een bromfietstaxi, helpen bij het wisselen van de band (20 Pesos) en wijzen de weg naar de volgende gomero. Daar worden we, achteraf bezien, flink verneukt. Opnieuw wordt een gat in het wegdek als oorzaak gediagnosteerd. De klap is kennelijk dusdanig hard aangekomen dat er een binnenband in de tubeless moet worden gelegd om het probleem op te lossen. We hebben nog bijna twee uur voor de boeg door een vrijwel verlaten uithoek van het land, goedkoop kon wel eens duurkoop worden. Helaas heeft het benzinestation vlakbij geen binnenband op maat in voorraad. Maar het zit mee, de gomero heeft “toevallig” een band van een vriend liggen waarvan hij met bloedend hart voor 500 Pesos wel afstand wil doen. Een kwartier later en met 550 Pesos (€14) minder op zak kachelen we verder. San Rafael, San Miguel, Oviedo. Een woeste blauwe Caribische Zee, goede surfgolven, beschermde natuurgebieden, castussen die op het punt staan in de bloem te schieten, een gladde weg. Nog 40 kilometer of zo, in het niemandsland tussen Oviedo en Pedernales gaat het opnieuw mis. Bij het passeren raak ik twee kattenogen in het midden van de weg en rijd weer plat. De band met de nieuwe binnenband heeft het begeven we zijn goed belazerd daar in het Paradijs. Even stoom afblazen, hartgrondig vloeken dus, maar de band wordt nu routineus gewisseld. Na bijna zes uur rijden, arriveren we zowaar in Pedernales, zo’n 300 kilometer ten westen van Santo Domingo, op de grens met Haïti. “In verband met de huidige veiligheidssituatie worden niet-essentiële reizen naar Haïti ontraden. Het aantal overvallen, ontvoeringen en moorden in Haïti is hoog. Bij reizen in Haïti is het daarom raadzaam rekening te houden met gewelddadige en gewapende overvallen.” Aldus luidt het reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Toch wandel ik onbezorgd richting Haïti. De antropologe met wie ik op ad ben, wordt ietwat nerveus. De door haar georganiseerde begeleiders zijn minder betrouwbaar dan dat ze had gedacht. De drie lekke banden hebben voor een uur vertraging gezorgd, een uur teveel op de laatste werkdag van het jaar voor hen die ons zouden opwachten. Als ik vraag of er iets aan de hand is, zegt ze bezorgd “Jij bent vier keer zoveel waard als ik”. Ik reageer gemaakt gepikeerd “Vier keer? Minstens tien keerl!” Mijn huidskleur detoneert flink met de omgeving, zij valt dankzij haar donkere huid nauwelijks op. Wel door haar kleding, die stukken eleganter is dan die van vrijwel alle anderen in de buurt. Behalve dan de hippe outfits van de rondhangende Haïtiaanse prostituees die er oogverblindend uitzien. Die jonge meiden verdienen waarschijnlijk ietsje meer dan de 2 dollar per dag waar 80% van de bevolking mee moet zien rond te komen, maar zouden best eens tot de 50% analfabeten kunnen behoren of de 1 op 15 Haïtianen die HIV/AIDS onder de leden hebben. Daar zou het Ministerie van BZ eens tegen moeten waarschuwen! Een hartenwens, om tenminste een keer in mijn leven voet op Haïtiaanse grond te zetten, gaat zo dadelijk in vervulling. Dat de chauffeur en begeleidster aan de kuierlatten hebben getrokken, zal de pret niet drukken. Met mijn auto mag ik de grens niet over, daar schijn je een speciaal document voor nodig te hebben, dus parkeren we in de zandvlakte vlakbij die grens en lopen verder. De grens was overigens makkelijk te vinden: volg de weg na het bord “Mercado Internacional” tot je niet verder kunt. De antropologe, overheidsfunctionaris, schudt de handen van de geuniformeerden en wappert met haar identiteitskaart. Vandaag ben ik voor de verandering een buitenlandse adviseur die haar ministerie van waardevolle adviezen voorziet voor een grensoverschrijdend project. We kletsen wat met de commandant van de grenspost, die in het geheel niet in paspoorten of anderszins is geïnteresseerd. Hij wuift ons met een vriendelijk, of mischien wel veelbetekend, “Vaya con Dios” naar de overkant, naar Haïti! wordt vervolgd |