TERUG VAN WEGGEWEEST - 12 (10032010)

Om 16 uur 32 staat in Buenos Aires vlucht AR1260 naar Asunción, de hoofdstad van het buurland Paraguay, vertrektijd 10 uur 55, trots bovenaan op het beeldscherm dat de vertrekkende vluchten annonceert. Eerder vond ik al dat er wel erg veel vliegtuigen van Aerolineas Argentina bij de onderhoudshangars stonden geparkeerd. Vlucht AR1260 was daar vast en zeker één van. Bijna twee jaar na de hernationalisatie van de luchtvaartmaatschappij, de Spaanse aandeelhouders hadden er zogenaamd een zooitje van gemaakt, moeten er iedere maand vele miljoenen dollars uit de schatkist worden gehaald om de verliezen te dekken. De Spanjaarden hadden er alles behalve een zooitje van gemaakt. Het waren eerder de aan de Peronistische partij gelieerde vakbonden die onder een hoedje met de regering speelden en de Spaanjaarden simpelweg uit het land aan het wegpesten waren. Alle vluchten naar of via Santiago de Chile hebben het evenmin gemakkelijk, het vliegveld van de Chileense hoofdstad werd zwaar beschadigd door de aardbeving van afgelopen zaterdag. “Kunnen we wel langs de taxfree?”, vragen bezorgde Chileense dames – eenvoudig te herkennen aan hun accent – die nu naar Mendoza vliegen en vandaar waarschijnlijk met de bus over de Andes naar Santiago gaan. Vakantiegangers die in een hotel zonder radio of televisie logeerden en niet eens weten dat de aarde nogal stevig heeft gebeefd? Of kan het ze gewoon geen reet schelen?

“Expats gaan 20 jaar eerder dood” werd kort geleden beweerd in een semi-wetenschappelijke studie van likmevestje van het Rotterdamse Havenziekenhuis. “Expats die terugkeren naar Nederland onderschatten hoe moeilijk het is om weer te integreren” werd daarvoor in een landelijk dagblad betoogd. Terwijl ik volgens de broddelaars van het Havenziekenhuis statistisch gezien al dood ben, begin ik desalniettemin toch maar met mijn tijdelijke integratie. ’t Is altijd stukken makkelijker als je over een paar weken weer weg mag. Maar toch. Bij aankomst op Schiphol waait een ijskoude wind. Het vroege voorjaar waar ik op rekende, blijkt een misrekening. Naast het weer laat ook mijn mobiele telefoon het afweten. De volgende dag word ik wat meewarig aangekeken na te hebben bekend het ding al ruim twee jaar niet te hebben gebruikt. In dat geval pikt T-mobile gewoon je beltegoed én je nummer in. Het simkaartje van €5 van de HEMA doet het niet. Niet alleen zijn tegoed en nummer ingpikt, het toestel zit bovendien op slot! In mijn onschuld vraag ik de baliemedewerker of hij dat er niet even af kan halen. Dat kan alleen het hoofdkantoor doen en dat duurt 10 werkdagen. Moet ik dan soms een nieuw mobieltje kopen? “Nee, meneer”, zegt die aardige jongen op vertrouwelijke toon “op de markt of bij een belhuis halen ze het voor 5 Euro af”. Bij het eerste belhuis krijgen ze het niet voor elkaar, bij de collega aan de overkant is het zo gepiept. Geld opnemen bij mijn bank kan ook niet meer. De kas is opgeheven. “We hebben alleen nog een contant geld in Den Haag, Amsterdan en Den Bosch”. Daar heb ik dus niets aan. “U kunt hier wel pinnen”. Daar is een pinpas voor nodig, die ik niet heb. “Wordt binnen een week afgeleverd”, zegt de bank die “klantvriendelijkheid” dit jaar het allerbelangrijkste vindt. Anderhalve week later wacht ik er nog steed op.

“Een pond veren kan niet vliegen, tenzij er een vogel inzit” staat op een vuilniswagen. Ware woorden van de dichter Bert Schierbeek. Op de gevel van een hotel staat “Wij zijn niets dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn”. Regels van Mark Boog. Stukken minder poëtisch vind ik het beeld “Cascade” van Joep van Lieshout dat tijdens de Museumnacht werd onthuld. Een traditionele Rotterdamse naam, dat wel. Eerdere eigenaren van mijn pied-a-terre in het vaderland keken destijds uit op het in een noodgebouw gevestigde café-restaurant Cascade schuin aan de overkant. Lia Dorana zong over de “Kaskadee” in het lied Ali Cyaankali “de gevaarlijkste vrouw van Rotterdam". De nieuwe Cascade is een stapeling van 18 olievaten, die een aanklacht tegen onze consumptiemaatschappij zouden zijn. Op de dag dat een vat ruwe olie ongeveer 80 dollar kost, 18 vaten dus niet meer dan vijftienhonderd dollar, wist van Lieshout voor zijn aanklacht 230.000 Euro te vangen. Aanklacht tegen wat dan wel?

De Rotterdamse “blunderput” ligt er nog net zo bij als toen ik er 2½ jaar geleden vanuit het Museum Boijmans op neerkeek. Alleen het water is er nu wel uitgepompt. Van de nood is geloof ik een deugd gemaakt, onder de parkeergaarge komt een ondergrondse wateropslag. De verbouwing van het Centraal Station schiet nauwelijks zichtbaar op. Op de laatste foto die vlak voor mijn vertrek naar Kaapstad nam, staat “het doek is gevallen” en het door de overbodige neonlettere gevormde “TRAAN LATEN”. Terug van weggeweest ziet het er naar uit dat sinds die traan werd gelaten, niemand de moeite heeft genomen om het gevallen doek op te rapen. De voorgevel is verdwenen, het betonnen skelet van het gebouw staat echter nog fier overeind. Het Architectuur Instituut wordt ietwat verziekt door een lelijke tweede brug over de vijver. Naar de nieuwe boekwinkel, die je met een paar stevige rubberlaarzen ook lopend door het ondiepe water zou kunnen bereiken. Kijk dat zou nu eens een ludieke oplossing zijn geweest die het uiterlijk niet verminkt zou hebben. Met het openbaar vervoer mag ik alleen nog maar mee met een OVkaart, de strippenkaart is afgeschaft in Rotterdam. Ook klop ik tevergeefs aan bij mijn vertrouwde postkantoor. Volgens een mededeling op de gesloten voordeur moet ik voortaan naar Albert Heijn of een andere buurtsuper. Als ik een paar dagen later mijn aanvraag voor een nieuw rijbewijs met een vanzelfsprekend gebaar bij AH in een soort oranje vuilnisbak gooi, weet ik pas echt zeker niet door de vaderlandse moderne tijd te zijn ingehaald.