NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 18 (05062009)

Zaterdag, 2 mei 2009. Bij de gratie Gods wil ik niet zeggen, maar iets dat daar verdomd dicht bij ligt zorgde ervoor dat ik vandaag dan toch de San rotstekeningen langs de Ochre Trail – het Okerpad - mag bewonderen. “Minder dan twee bezoekers doen we niet”, meldde Louise Brodie nadat ik haar zowaar aan de telefoon kreeg. Het internet deed het niet, de vaste telefoonlijn deed het niet, ten einde raad belde ik de VVV van de Hexvallei om in mijn beste Afrikaans te vragen of de Ochre Trail nog wel bestond. De aardige mevrouw daar beloonde mijn goedbedoelde pogingen met het nummer van de mobiele telefoon van Louise. Ons kent ons in de vallei. Nadat ik had verteld hoe moeilijk het is om haar te bereiken, concludeerde zij dat ik de Ochre Trail wel heel erg graag moest willen zien om zoveel moeite te doen. Hetgeen ik natuurlijk grif beaamde. Aan het einde van het gesprek, vroeg ze om over een paar dagen terug te bellen, misschien zouden er dan meer aanmeldingen zijn. Waarop gaf ik mijn standaard reactie, dat ik het zeer op prijs zou stellen als zij voor een leuke tweede deelnemer zoud kunnen zorgen. Een leuke vrouwelijke deelnemer uiteraard. Altijd maar weer “Komt u alleen?”. En als ik dan wel eens met iemand anders ben die een eigen kamer wil hebben, is het ook weer niet goed, want dat is toch eigenlijk zonde van het geld. Toen ik Louise terugbelde, was ik tot mijn blijde verrassing zelfs in m’n eentje welkom en werd bovendien uitgenodigd om na de wandeling met haar gezin te lunchen. Vlak voor uit “Arbeid Adelt” te vertrekken, laat ik weten dat ik er aan kom. De Ochre Trail ligt aan het begin van de vallei, boven Sandhills, 20 kilometer in de richting van Kaapstad, aan de andere kant van zowel de Hexrivier als de Amandelrivier.

Zoals de meeste blanke inwoners van de Hexvallei, stammen Louise en haar man uit een geslacht van druiventelers. Zoals voor de meeste andere druiventelers, is schaalvergroting voor hun belangrijk. Maar binnen de van bergvoet tot bergvoet in cultuur gebrachte vallei is er gewoon geen extra grond beschikbaar. Om te groeien was het dus eten of gegeten worden, zij besloten om hun gaarden te verkopen. Met uitzondering van een flinke lap hoog gelegen onvruchtbare grond. Daar wilden ze een huis bouwen waar hij zich kon gaan bezig houden met het fokken van hooglandvee en zij zich kon toeleggen op haar beroep, de fotografie van fruit. Uit de vallei weggaan werd nooit overwogen. Nu hebben de zitkamer met het allermooiste uitzicht over de vallei, inclusief hun voormalige boerderij. Aan het huis wordt gebouwd als er geld is, het is bewoonbaar doch verre van klaar. Hetzelfde geldt voor een bouwsel dat in de steigers staat. Dat wordt het bezoekerscentrum en een eenvoudig onderdak voor hen die willen blijven overnachten. Hoewel die officieel bij de autoriteiten moeten worden ingeleverd, liggen er in en rond het huis wat vondsten die op het terrein zijn gedaan. Vooral door gebruik glad gepolijste maalstenen van de oorspronkelijke bewoners van de vallei. Louise ontdekte deze en de rotstekeningen tijdens de lange wandelingen met haar hond over hun land. Voordat met de bouw van hun huis werd begonnen, hadden ze er niets te zoeken, er groeide immers niets. Dit zelfde geldt voor de een vriendin en dochter, eveneens geboren en getogen in de vallei, die ze voor de wandeling heeft uitgenodigd.

Vol goede moed gaan we van start. Tijdens de ruim twee uuur durende wandeling zullen we zes vindplaatsen bezoeken. Na mijn toch wel wat teleurstellende eerstse kennismaking met de “Boesman tekeninge” van “Oudrift” reken ik er op deze keer volop aan mijn trekken te zullen komen. Ondanks de deskunge begleiding door Louise, slaat de twijfel al snel toe. De eerste tekeningen die we bekijken zijn niet al te scherp en vlekkerig door de blootstelling aan zon en regen. Behalve de stevige handafdruk, een symbool dat ook in het moderne Zuid-Afrika veelvuldig wordt gebruikt. Zo is er bij mij in de buurt door kinderen met handafdrukken een portret van Mandela op de schutting van een een bouwplaats, en hebben we op kantoor handafdrukken en onze namen op een groot vel papier gezet onder de ”goede voornemens” voor het komende jaar. Wat niet is, kan nog komen. Naarmate de wandeling vordert, wordt het echter duidelijk dat het Okerpad van veel mindere kwaliteit is dan wat ik de vorige keer aan het andere uiteinde van de Cederbergen heb bekeken. Aardige gids, goede uitleg, prachtige omgeving, heerlijke wandeling, maar geen rotskunst om over naar huis te schrijven. Vlekkerig blijft het en vooral vaag, geen enkele verzameling heldere tekeningen. Uiteindelijk maakt de lunch het nog enigszins goed. Frisse sauvignon-blanc in overvloed, bobotie als hoofdgerecht, een tip voor een andere wandeling in de bergen boven Clanwilliam: de Sevilla Trail. Het toetje zijn sterke verhalen over militaire dienst in Namibië, Angola en de sloppenwijken van Zuid-Afrika in de tijden van zwarte onrust. “We hadden Luanda – de hoofdstad van Angola – zo in kunnen nemen” of “aan de ander kant van de rivier lagen de SWAPO’s – de strijders van de Namibische bevrijdingsbeweging - we zwaaiden af en toe naar elkaar, verder gebeurde er geen reet” of “in een Casspir – de vroege Zuid-Afrikaanse versie van de Humvee – de township in, spannend. Er kon je niets gebeuren, behalve als een woedende massa zo’n ding omkieperde”. Leuk en aardig, maar voor stoere soldatenverhalen was ik nauurlijk niet naar de Hexvallei afgereisd. Al mijn moeite is gewoonweg voor niets geweet. Tijdens dit weekeinde adelde de arbeid niet echt.

wordt vervolgd