NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 19 (11062009)

Dinsdag, 5 mei 2009. Het schemert vroeg vandaag. In of bij het water verdwijnen Robbeneiland, het Groenpuntstadion, het chique winkelcentrum V&A Waterfront en de overkant van de Tafelbaai langzaam maar zeker in de opkomende avondmist. Aan de landkant steekt de Signal Hill scherp af tegen de ondergaande zon. Met een glas sauvignon blanc in de hand, zie ik het vanaf mijn terras op de zevende verdieping gebeuren. Bevrijdingsdag in de de herfst in Kaapstad is bevrijdend anders.

Zaterdag, 9 mei 2009. Voordat het te laat is, ga ik vandaag het geboortehuis van Generaal Jan Smuts in het Swartland bezoeken. Tot mijn lichte ontsteltenis las ik in de krant dat er een aanvraag is ingediend om het te slopen! Niet dat dit zou moeten ontstellen. Zoiets gebeurt nu eenmaal in een land waar 90% van de bevolking zwart is en waar de monumenten vrijwel louter “blank” zijn. Het evenwicht is overduidelijk zoek. En wat wil de voornamelijk Afrikaans sprekende bevolking in de Riebeekvallei nu eigenlijk met het geboortehuis van iemand die in hun kringen vaak als een verrader van de Afrikaanse zaak wordt afgeschilderd. Eerst groot strateeg in de Boerenoorlog tegen de Engelsen, om daarna aan de kant van diezelfde Engelsen een belangrijke rol te spelen in hun Zuid-Afrikaanse kolonie en in hun leger tijdens de WO II. Hij schopte het tot veldmaarschalk en was lid van het Britse oorlogskabinet. Dat laatste, plus zijn langzaam maar zeker groeiende tegenstand tegen de rassensegregatie, was dusdanig tegen de zin van de meerderheid van de blanke kiezers, dat hij in 1948 de verkiezingen verloor van zijn dorpsgenoot D.F. de Malan en zich terugtrok uit de politiek.

Het dorp Riebeek-West, waar Smuts in 1870 werd geboren op de boerderij “Ongegund” en Malan in 1874 op de wijnboerderij “Allesverloren” ligt aan de voet van de Kasteelberg. Het is een typisch West-Kaaps Afrikaner plattelandsdorp. Niet groot, Afrikaans als voertaal, een boven alle bebouwing uitstekende statige Nederduits Hervormde kerk in het centrum. De gekleurde mede Zuid-Afrikaners wonen op veilige afstand van de blanke dorpskern. Zo was het, zo is het, zo zal het ongetwijfeld nog jaren blijven. Op zondag is alles potdicht, behalve de kerk. Het zou een zwartekousendorp op de Veluwe kunnen zijn. In en rond het dorp liggen wijngaarden en olijfgaarden. Iets buiten de bebouwde kom enorme graanakkers zover het oog reikt, dat wil zeggen tot aan de Witzenbergen aan de oostkant van de vallei. ’t Is wel apart dat de staatslieden Smuts en Malan beiden afkomstig zijn uit zo’n klein dorp, beide naar dezelfde Afrikaanse universiteit par excellence van Stellenbosch gingen en als zeventigers grote politieke tegenstanders zouden zijn. De zwaar conservatieve theoloog Malan was een verklaard voorstander van de apartheid. Smuts was langzaam maar zeker behoorlijk liberaal geworden. Hoewel hij eerder de stelling “Gedeeld kiesrecht leidt regelrecht naar het gedeelde bed en bastaardschap” steunde, publiceerde zijn regering kort voor de verkiezingen van 1948 een rapport waarin volledige raciale segregatie als onwerkbaar werd beschouwd en vond dat de beperkende maatregelen om de zwarte migratie naar de stedelijke gebieden binnen de perken te houden, moesten worden opgeheven. Het zou Smuts politiek de kop kosten.

Bijna aan het einde van de bebouwde kom staat passeer ik de wijngaarden van “Allesverloren” waar ergens het geboortehuis van D.F. Malan moet liggen. Achter-achterneef Danie Malan zwaait er nu de scepter over het familie erfgoed. Op de gevel van het huis is een gedenksteen aangebracht ter nagedachtenis aan zijn illustere oudoom: “Glo in God, Glo in Jou Volk, Glo in Jouself” staat erop. Niet dat ik dat met eigen ogen heb gezien, het huis ligt te ver van de weg af en is niet voor het publiek toegankelijk, laat staan dat er bordjes langs de weg staan die er naar verwijzen. Kort daarna de afslag naar de kalksteengroeves en de fabriek van de PPC, de Pretoria Portland Cement maatschappij, op wiens terrein het geboortehuis van Smuts staat. Hier wel richtingaanwijzers. De twee kemphanen woonden in hun jongensjaren hemelsbreed niet meer dan een kilometer of twee, drie bij elkaar vandaan. Melden bij de beveiliging, registreren, instructies om langzaam te rijden en vooral niet van de voorgeschreven route af te wijken, daarna gaat de slagboom omhoog. Voor mijn ogen ontrolt zicht een stoffig grauwgrijs maanlandschap. Onvoorstelbaar dat hier ooit werd geboerd.

Een smal zandweggetje leidt naar een door bomen omzoomde groene oase waarin het met de sloop bedreigde huis zich in de herfstzon koestert. Niet echt imposant, niet echt een toeristische trekpleister en beslist geen bedevaartsoord van naar het verleden hunkerende Afrikaners, ik ben de enige bezoeker. In het oude koetshuisje is een goedbedoeld overzicht te zien van het leven van Smuts. Het bestaat voornamelijk uit foto’s in uniform en in burger - soms met de groten der aarde zoals Winston Churchill - vergeelde documenten en brieven, waaronder een van Koning George V. Een plattegrond van de voormalige boerderij toont aan hoeveel er in de loop der jaren al werd gesloopt: het woonhuis, stallen en schuren. Smuts werd geboren in een bijgebouw waarin een wiegje staat. Het zijne? Het is niet groot, eenvoudige meubels, bijbels op tafel, een huisorgeltje, in de salon en de slaapkamers houten vloeren, in de overige ruimten aangestampte klei. Achter in de tuin staat een borstbeeld van de Generaal, geschonken door zijn vroegere partijgenoten van de Verenigde Party. Net als Smuts al lang ter ziele.

wordt vervolgd