|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 22 (27062009) Dinsdag, 26 mei 2009. Sinds vanmiddag heeft de economische recessie officieel ook in Zuid-Afrika toegeslagen. Het aantal stakingen dat dagelijks wordt aangekondigd, zou echter anders kunnen doen vermoeden. Volgens de media is deze tijd van het jaar het “stakingsseizoen”, werknemers eisen zonder uitzondering fors hogere lonen. Iets dat ik me goed kan voorstellen, want sinds mijn vorige verblijf in Kaapstad zijn de kosten van levensonderhoud behoorlijk omhoog gegaan. De frequentie waarmee ik het maximum bedrag uit de flappentap moet halen, ligt stukken hoger dan voorheen. Iedereen heeft zo zijn eigen manier om inflatie of de stand van de economie te meten. Zo las ik in mijn digitale krant dat de bewezen oliereserves aan de Oegandese kant van het Albertmeer wel eens tegen zouden kunnen vallen omdat er zich nog geen prostituees in het gebied hebben gevestigd. Die dames schijnen een zevende zintuig te hebben voor wat betreft de plekken waar al dan niet goed geld valt te verdienen. Zodra de eerste hoeren zich in zo’n gebied vestigen, is het bewijs geleverd dat het wel goed zit met die oliebronnen. Aldus worden peperdure geologen overbodig en in een klap brodeloos gemaakt. Volgens het vooraanstaande Britse weekblad The Economist is de economische crisis ook niet aan Letland en met name de Letse prostituees voorbijgegaan. De koppeling van de Letse Lat en de Euro is er de schuld van dat met name Britse en Ierse hoerenlopers niet langer naar Letland komen. De dames van lichte zeden in Praag zouden inmiddels stukken goedkoper zijn. De prijs van een wip als economische graadmeter. Dat soort veldonderzoek lijkt me stukken leuker om te doen dan dat voor de eveneens door The Economist bedachte “Big Mac Index”. Zaterdag, 30 mei 2009. Sinds vroeg in de ochtend meldt de radio dat er een stuk of vijftig moordwalvissen (killer whales) zijn aangespoeld op het strand van Kommetjie, een villadorp halverwege Kaapstad en Kaap de Goede Hoop. Op deze ijskoude herfstdag – de eerste wintersneeuw wordt dit weekeinde verwacht - spoeden voornamelijk in surfpakken geklede blanke Kapenaren zich naar het strand om de walvissen terug de zee in te helpen. In de uren die volgen, wordt er dringend opgeroepen om vooral weg te blijven. Volgens de autoriteiten hadden de hulpdiensten het tijdens de eerste uren van de reddingsactie drukker met het redden van “helpers” dan met het redden van walvissen. Tegen het einde van de dag zendt de televisie directe beelden uit vanaf het strand. Iedere hoop dat de walvissen nog gered kunnen worden is opgegeven. Walvissen die terug de zee in waren geholpen, spoelden opnieuw aan en zijn totaal uitgeput. Een jonge bioloog legt zeer deskundige uit dat de enige oplossing om de dieren uit hun lijden te verlossen is door ze af te schieten “to euthanise them” zoals dit in het jargon schijnt te heten. Dat klinkt in ieder geval stukken acceptabeler dan “afschieten”. Tragische beelden van het dood schieten van de vissen, verzet, geschreeuwde beledigingen naar de politie, veel tranen. Een zeer dramatische dag nadert het einde “Daar was g’n keuse” bezweren de deskundigen keer op keer opnieuw. Zaterdag, 6 juni 2009. Na een regenachtige herfstweek met twee dagen dat het zó donker was, dat het leek of er een dag of wat werden overgeslagen, schijnt ‘s ochtends om acht uur totaal onverwacht de zon! Hier moet zonder dralen van worden geprofiteerd. Zouden in de Hexriviervallei de verkleurde blaadjes nog aan de druivenranken hangen? Die zouden volgens welingelichte kringen de vallei het uiterlijk geven dat sterk aan de Nederlandse bollenvelden in het voorjaar doet denken. Terwijl ik de krant lees en een kop koffie drink, ontstaat in mijn hoofd de reisroute voor vandaag. Als dit geen schoolvoorbeeld van multitasking is, dan weet ik het ook niet meer. Eerst wijn kopen in Malmesbury, vervolgens via Wellington en de Bainskloofpas naar de Hexriviervallei en dan terug naar huis via Worcester, Villiersdorp, Grabouw en Sir Lowry’spas om te kijken of de wegwerkzaamheden op de N1 opschieten. Er is me zoveel verteld over het oponthoud daar, dat ik die weg al drie maanden heb gemeden. Een rit van een paar honderd kilometer over het echte Zuid-Afrikaanse platteland. De landerijen langs de weg zien er opmerkelijk fris groen doch modderig uit. Aan de klimkant van de Bainskloofpas beginnen de protea’s al uit te lopen, aan de veel ruigere daalkant storten van heel hoog grote massa’s water naar beneden, de rivierbeddingen staan voor de verandering eens vol of lopen over. Tegen het geldende parkeerverbod in – de weg is zo smal dat het gewoonweg niet kan - zet ik de auto toch aan de kant om dit natuurgeweld te bekijken en vooral te beluisteren én om kort de zuiverst mogelijke lucht in te ademen. Dankzij het vrijwel ontbreken van wegverkeer, industrie en luchtverkeer is het een bijna religieuze ervaring voor iemand die in het door slecht afgestelde dieselbussen vervuilde Buenos Aires 24 uur per dag verkeerslawaai en vuile lucht om zich heen heeft. Gelijk na het binnenrijden van de Hexriviervallei is er een hooggelegen parkeerplaats met wonderschoon uitzicht. Want mooi is het. Aan de voet van de bergrug ligt een enorme lappendeken van rode, bruine, bronzen en gele percelen doordat de blaadjes van iedere druivensoort in de herfst verschillend verkleuren. ’t Is meer bronsgroen eikenhout dan kleurrijke bollenvelden, maar veel indrukwekkender door het decor van hoge bergen. Dat is, wat mij betreft, vele malen mooier dan tulpenvelden in groene polders op zeeniveau. wordt vervolgd |