|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 24 (04072009) Woensdag, 10 juni 2009. Nog een jaar te gaan tot de aftrap voor het wereldkampioenschap voetballen. Volgens mijn lijfblad Die Burger “Net 365 slapies” oftewel nog maar 365 nachtjes slapen. In Zuid-Afrika kijkt men er echt naar uit, die 365 dagen kunnen niet snel genoeg voorbij gaan. Hoewel degenen die niet worden verblind door de euforie van het moment – waarvan ik er een ben – denken dat er minimaal dagen van 26 of misschien wel 30 uur nodig zullen zijn om de infrastructuur rond te krijgen. Het afbouwen van de stadions lukt wel, de vliegvelden ook, de pijn zit in het openbaar vervoer in de grote steden en tussen de steden waar zal worden gespeeld én de verbetering van het wegennet. Men is vandaag echter optimistisch gestemd, het is een feestelijke mijlpaal. De negatieve berichtgeving in de buitenlandse pers over het vermeende gebrek aan veiligheid voor de bezoekende supporters wekt veel ergernis. Volgens een veiligheidsexpert doen de Oranjefans er goed aan om, behalve dan tijdens de wedstrijden, in het openbaar liever geen oranje kleding te dragen. Het grootste beveiligingsbedrijf ter wereld is van mening dat Zuid-Afrika een veel gevaarlijker bestemming is dan Irak of Afghanistan want “er worden gemiddeld 50 mensen per dag vermoord”. Dat is zeker niet niks, maar in de bijna twee jaar dat ik hier nu woon, werk en rondreis, ben ik niet beroofd en heb ik me nooit bedreigd gevoeld. Toch wandel ik iedere dag keurig gekleed van en naar mijn werk en in veel weekeinden leg ik meer dan duizend kilometer buiten de betreden paden af. Toegegeven, ik doe dat allemaal zonder oranje kledingstukken te dragen, dat helpt natuurlijk. “Alles waar je bang voor bent, zal je overkomen” is mij geleerd, derhalve vind ik al die “stormwaarschuwingen” niets anders dan bangmakerij. Maar volgens de experts ben je in Kabul of Baghdad toch stukken beter af dan in Zuid-Afrika. Wat een ergerlijk gelul! De reden waarom ik in Kaapstad witte wijnen drink is omdat volgens mijn smaakpappillen geen enkele Zuid-Afrikaanse rode wijn de vergelijking met de Argentijnse Malbec kan doorstaan. Volgens Britse wijnschrijvers en andere heren die beroepsmatig veel wijn innemen en zichzelf daarom wijnexperts noemen, zouden veel Zuid-Afrikaanse rode wijnen naar verbrand rubber of teer smaken. En dat wordt dan vervolgens gepubliceerd in twee veel gelezen kranten. Grote verontwaardiging in de West-Kaapse wijnstreken, want het gaat hier wel om hun grootste exportmarkt. Zou het in deze recessietijd wellicht om een kwade fluistercampagne van de concurrentie gaan? Om zure druiven? Dat lijkt onwaarschijnlijk, dit hardnekkige gerucht deed al in de jaren 70 van de vorige eeuw de ronde. Wijnschrijver Tim Atkins schreef in 2007 “Bij blindproeven haal je een rode Zuid-Afrikaanse wijn er gemakkelijk uit. Behalve het onhandige gebruik van eikenhout, gaat een hoog alcoholpercentage vaak gepaard met een vleugje verbrand rubber”. Dat gebruik van eikenkrullen of snippers eikenhout tijdens de fermentatie dat naderhand de suggestie moet wekken dat de wijn in een eikenhouten vat is gerijpt, is kennelijk heel gewoon. Maar dat de wijnboeren er ook nog eens gesnipperde afgedankte autobanden bij zouden doen, kan niet anders dan een fabeltje zijn. Vrijdag, 12 juni 2009. Greenpoint, de wijk waar ik met zoveel plezier woon, is een dorp in de stad. Lang geleden lag het buiten de bebouwde kom. De doden met de verkeerde huidskleur werden er begraven, er was grasland waar vee werd geweid, er was en is een ruige kustlijn waar met enige regelmaat schepen vergingen en nog steeds vergaan of aan de grond lopen. Vandaar dat in Mouille Point de oudste nog werkende vuurtoren van het land staat. Door de hoogbouw langs de boulevard, ziet het gebouwtje er inmiddels behoorlijk nietig uit. Oude prenten tonen aan dat het torentje van slechts 22 meter sinds de bouw in 1824 van een vuurtorenwachterswoning is voorzien en dat de twee olielichten van voorheen zijn vervangen door één enkele electrische. Het werd ook nog eens opgefleurd met van die rood-witte banden, de laatste dolkstoot voor het originele uiterlijk van dit stukje industrieel erfgoed. De veilgheid van de scheepvaart en esthetica schijnen niet samen door één deur te kunnen. Het grote groene hart van Greenpoint, een ouderwetse village green, is veranderd in een gigantische bouwput waar een voetbalstadion wordt gebouwd. En een parkeerterrein, en aanvoerwegen en wat dies meer zij. Op het stuk dat niet gebetonneerd wordt, zal een stadsparkje worden aangelegd. Nu het hoogste punt van het stadion is bereikt, is pas goed te zien hoe zeer de kolos uit de toon valt bij de rest van de omgeving en hoe het dorpse karakter van de wijk is verziekt. En dat terwijl er aan deze kant van Kaapstad nauwelijks voetbalsupporters wonen, die wonen op de Kaapse vlakte, aan de andere kant. Volgens zeggen was het aanvankelijk de bedoeling om het nieuwe stadion daar te bouwen, maar de FIFA – de wereldvoetbalbond – vond een stadion met de Tafelberg op de achtergrond belangrijker dan fans die van ver weg moeten komen. Een witte olifant die verdwaald is in de grote stad? Weggegooid geld? De tijd zal het leren, doch ik ben bang dat de critici gelijk zullen krijgen. “Ieder nadeel hep zijn voordeel”. Deze uitspraak van de befaamde voetbalfilosoof Johan Cruijff is zeker óók van toepassing in Greenpoint. Hoewel mij dat tot nu toe niet is opgevallen, wordt er volgens een recente krantencolumn flink getippeld bij mij in de wijk. Daar bij buitenlandse supporters tijdens het vorige kampioenschap in Duitsland op grote schaal behoefte bestond aan seksuele dienstverlening, kunnen de tippelende dames er bij voorbaat al zeker van zijn dat zij over 365 dagen, hoewel niet op het veld, vast en zeker zullen scoren. wordt vervolgd |