NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 29 (28072009)

Zaterdag, 20 juni 2009. Op de eerste winterdag sta ik bij het krieken van de dag op, de Sevilla Trail wacht! Er hangt een dichte ochtendmist boven de Brandewynrivier, eerst het nachtverblijf en het openhaardhout afrekenen – bedrag afhankelijk van hoeveel er is gestookt - en de toegang voor de wandeling langs de trail betalen. Dit culturele erfgoed is particulier bezit, want de rotstekeningen liggen op het land van Haffie Strauss. Ik kijk er al naar uit sinds de eigenaren van de Ochre Trail boven de Hexriviervallei mij in april vertelden dat hier hele mooie rotskunst is te zien. Haffie geeft me een folder met een kaartje van de wandelroute en een korte beschrijving van de belangrijkste tekeningen. “Waarom heet dit de Sevilla Trail?”, vraag ik haar. “Omdat mijn vader deze farm kocht toen ik op vakantie in Sevilla was”, luidt het eenvoudige, doch alles verklarende antwoord. Naast de brug over de rivier is een kruipdoorsluipdoorhek, waar je alleen doorheen kunt door bijna op je knieën te gaan. “PRIVATE PROPERTY – NO ENTRY WITHOUT PERMIT” staat er bijna onleesbaar op een houten plankje. ‘BESKERM ONS ROTSKUNS” op een roestend ander bord. Van het volgende, dat de Sevilla Rock Art Trail aankondigt, bladdert de verf af. Het ziet er nogal verlopen en weinigbelovend uit. “Hoe je moet lopen, wijst zich vanzelf” had Haffie gezegd. Daar vertrouw ik dan maar op.

Ondanks dit alles wandel ik vol verwachting in t-shirt met korte mouwen en een paar flessen water in de rugzak het enige zichtbare pad op. De weg wijst zich inderdaad vanzelf. De wandelaar wordt geholpen door de op onregelmatige afstanden op de stenen en rotsen geschilderde “witte voetjes”, het is ook handig dat de rotswand aan de linker hand ligt en de rivier rechts. Als ik de weg zou kwijt raken, gewoon naar de goed hoorbaar ruisende rivier lopen en die stroomafwaarts volgen, dan kom je vanzelf weer bij de brug uit. Verdwalen is gewoonweg onmogelijk, wel een beetje jammer eigenlijk. Na een kort zandpaadje beginnen de rotsen. Er moet worden geklauterd, klimmen is niet echt nodig, hetgeen wordt aangegeven door een wit voetje dat omhoog wijst. De vogels zingen, ik hoor af en toe dassies wegschieten, de stapeltje op konijnenkeutels lijken drolletjes bewijzen hun aanwezigheid. Na ongeveer een kilometer te hebben gelopen, geeft een bordje “SITE 1” aan, de eerste tekeningen. Over vervaagde okertekeningen is in het zwart een samenkomst, een vergadering van menselijke figuurtjes gezet. Zo lijkt het althans. Er zit iets in de kleurstof die de maker heeft gebruikt dat de groei van korstmossen aantrekt die zich precies op de afbeelding groeien en die langzaam maar zeker “opeten”. Zo’n grote geordende groep heb ik niet eerder gezien. Net of men rond een grote vergadertafel zit, iets waar ik wel bijna iedere dag mee wordt geconfronteerd en op deze plek liever niet aan word herinnerd. Als toegift groeit er volgens mijn gidsje kruidje-roer-my-nie (melianthus major) in de buurt. Ik kan het niet ontdekken. Beter maar, het schijnt behoorlijk giftig te zijn en de dood tot gevolg te kunnen hebben. Als je het eet tenminste.

Vlakbij de vergaderplaats is Site 2 die wat handen en voetenwerk vereist om naar boven te klimmen, hetgeen wordt beloond met prachtige tekeningen onder een overhangende rots. Bijna te gek voor woorden. Bizarre monsterachtige afbeeldingen van mensen en dieren. Zouden die in trance of onder de invloed van iets zijn gemaakt? Een dinosaurus of twee. Maar hoe kan dat nou, die dingen zijn toch al vele honderdduizenden, zo niet miljoenen jaren geleden uitgestorven? Een op een zebra lijkend dier, dat vermoedelijk een ook al uitgestorven quagga is. En natuurlijk veel afbeeldingen van mensen, meestal in de meerderheid zijn op deze ceremoniële plaatsen. Grote stevige mensen in dit geval, met zo’n typische dikke Afrikaanse derrière. Aan de overkant, op iets meer dan 100 meter, ligt Site 3. Weer een klim naar boven en als het gidsje niet had vermeld dat de tekeningen zich in de uitholling aan de onderkant van een fors rotsblok bevinden en dat je die alleen maar kan zien door op je rug onder de rots te schuiven, dan had ik hier naar een nietszeggend rotsblok staan kijken. De plek voldoet wel keurig aan een vindplaats van rotstekeningen: wat hoger gelegen, enigszins beschut, een klein plateau waarop een ceremonie kon plaats vinden, goed uitzicht over de weidegrond en het water waar het vee kon grazen en worden gedrenkt. De afbeeldingen bestaan uit dierenlichamen zonder kop – quagga’s? – en een vervaagde afbeelding van een trekkend gezin met hun bezittingen en pijl en boog over de schouders. Nog niet eens halverwege de wandeling heb ik al meer gezien – en veel mooier - dan tijdens eerdere bezoeken aan Oudrif, de Bushman’s Cave en de Ochre Trail bij elkaar opgeteld!

Site 4 stelt niet al te veel voor, maar bij Site 5 is het opnieuw raak! Jeetje, wat fascinerend. Onder een overhangende rots, verstopt achter een oude wilde vijgenboom, zijn in de ondiepe grot tientallen vervaagde tekeningen te zien én enkele heel erg scherpe. Een groepje trekkende vrouwen en meisjes met hun last op de rug, in tegenstelling tot vele andere Afrikaanse volken dragen ze de last niet op het hoofd. Ik herinner me het neerbuigende commentaar van een vroegere Gabonese geliefde. Bij haar volk, de Fang, droeg men de last eveneens op de rug. Alle andere ethnische groepen in Gabon droegen hun last op het hoofd en werden door de Fang als “niet geëvolueerd” beschouwd, om niet te zeggen “primitief”. Ontelbare figuren op zowel de achterwand als het plafond, ik kom ogen tekort. Onder dergelijke omstandigheden is de enige oplossing om te gaan zitten en op de platte gat meter voor meter met je ogen af te grazen om vooral geen detail te missen.

wordt vervolgd