|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 37 (05092009) Zondag, 9 augustus 2009. Waar naar toe vandaag? Zeker niet nog een nacht in het toch wel wat doodse Calvinia, dat weet ik zeker. Ook niet via dezelfde weg terug naar Kaapstad, dat is tegen de met mijzelf gemaakte afspraak om als het maar enigszins kan niet dezelfde weg heen én terug te rijden. De niet geasfalteerde weg naar Sutherland via Middelpos is goed te doen voor mijn Polo Classic, zo wordt mij verzekerd. Hetgeen per omgaande telefonisch wordt bevestigd door een tante die daar “een heel mooi pension” heeft. De minstens twee keer zo lange weg via Williston en Fraserburg, die meer stukken met asfalt zou hebben, trekt me niet echt aan. In Sutherland, zo weet ik, staat de grootste telescoop van het zuidelijk halfrond en het is de beste plek in Zuid-Afrika om de sterrenhemel te bewonderen, hetgeen me erg aanspreekt. Buiten Calvinia zie ik zowaar alsnog schapen in het heide-achtige terrein. Het zijn “Dorpers”, het veel in Zuid-Afrika voorkomende ras dat gemakkelijk is te herkennen aan de zwarte kop. Een T-kruising: Williston via de R63 rechtdoor, rechtsaf de R354 naar Middelpos en Sutherland. Alleen de richting wordt aangegeven, hoeveel kilometers het zijn, mag de weggebruiker raden of, zoals in mijn geval, zelf ontdekken. De R354 is een redelijk berijdbare zandweg door de vrijwel verlaten en boomloze Hantam Karoo, een uithoek van de eindeloze Grote Karoo semi-woestijn die zo’n beetje de hele Noord – Kaap beslaat. Daar rijd ik aan de achterkant van de Hantambergen en de Gifberg en geniet van prachtige rotsformaties en vergezichten. Sommige van die rotsformaties zouden voor een designprijs in aanmerking kunnen komen, zoals die met de bijna perfecte ronde platte kroon bovenop de gestolde lavakegels. Andere bestaan uit verweerde en geërodeerde klompen vulkanisch gesteente die door de natuur uit de losse pols, maar op een artistiek verantwoorde manier, zijn gestapeld. Zo wordt deze verder redelijk saaie weg alsnog een beetje bijzonder. Keer op keer wordt de weg gekruist door stroompjes waar met enige voorzichtigheid doorheen moet worden gereden. Aan bruggen doet men hier niet. En dan staan er in de verte opeens op een A-woning lijkende plaggenhutten, zouden de schaapsherders en hun families daarin wonen? Nee dus. Wat van veraf hutten of tenten lijken, zijn van dichterbij een in de vorm van een driehoek gestapelde hooibalen. Aldus wordt mijn soms licht overspannen voorstellingsvermogen vrijwel onmiddelijk door de werkelijkheid gecorrigeerd. De loop van de weg dwingt de automobilist links weg te draaien als Middelpos in zicht komt. Maar goed ook, het is een gehucht van niets dat een dusdanig treurige indruk maakt, dat de passant haast als vanzelf weet dat ie er niets te zoeken heeft. Ter compensatie verschijnen zowaar weer bloemen in de bermen om die depri beelden weg te poetsen. Het moeten onverzetbare doorzetters zijn geweest die in dit lege niemandsland aan het boeren sloegen en dat vele generaties later nog steeds doen. De oude en nieuwe grafstenen op de begraafplaats aan huis naast de boerderij van de familie Nel leveren daarvoor het bewijs. Niet dat vanaf de weg is te zien dat die boeren zo heten, dat is pas naderhand te zien op de vergroting van de foto’s die ik maak. Een goed zichtbare dode hangt op het hek naar de schapenweide, een vosje dat waarschijnlijk tijdens de jacht op lammetjes werd betrapt en ter plekke werd geëxecuteerd. Het dient als afschrikwekkend voorbeeld voor eventuele navolgers. Na een uur of twee rijden: “WELKOM IN SUTHERLAND – hoogte 1.550 meter, inwoners 2.030”. Waar ook ter wereld roepen dit soort borden bij mij de vraag op hoe vaak die nou worden geactualiseerd, het inwonertal blijft toch niet jarenlang hetzelfde? Waarom er maar zo weinig van die 2.030 inwoners op straat lopen, ondervind ik aan den lijve als ik bij het bezoekerscentrum van SALT – South Africa Large Telescope - uit de auto stap: het is ijskoud! En dat is niet het enige wat tegenvalt, want de telescoop is op zon- en feestdagen gesloten. Rest niets anders dan een blik te werpen op het uiterst lullige model dat in de voortuin staat, in plaats van door de echte telescoop één van de mooiste sterrenhemels te bewonderen. Wat een afknapper! Opeens is het stukken minder erg dat er in het pension van de tante geen kamer vrij was, hier blijf ik ook niet. Ik rijd de hoofdstraat nog maar eens op en neer op zoek naar iets waardoor ik verrast zou willen worden. Iets dat er niet is. Voor het, zoals te doen gebruikelijk, strenge kerkgebouw bekijk ik het op een hoop afval lijkende gedenkteken ter ere van de in Sutherland geboren schrijver en dichter N.P. van Wyk Louw “VIR SY BYDRAE TOT AFRIKAANS”. Over van Wyk Louw, die in de jaren 50 van de vorige eeuw hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde, geschiedenis en cultuur was aan de Universiteit van Amsterdam, zei Adriaan van Dis in 2001 in een interview over “het beslissende boek”: “Van Wyk Louw was een blikseminslag in mijn ziel” hem zijn schroom om te schrijven deed overwinnen. Dat soort inspiratie is voor mij in zijn geboortedorp niet weggelegd, bijna zonder gas te geven waai ik de bebouwde kom uit. Een beslissingsmoment: linksaf naar het verlaten Klein-Roggeveld of rechtdoor naar de Verlatekloofpas om aan deze koude hoogvlakte te ontsnappen. Dat laatste dus maar. wordt vervolgd |