GEEN GEHIJG OP NUMMER 5 (17102010)

Ook als ik mijn adem inhoud, is er bij de voordeur van Rue de Verneuil nummer 5 geen gehijg te horen. Zelfs geen zuchtje. In deze keurige straat in het zevende arrondissement op de Rive Gauche van Parijs, kun je zoiets ook nauwelijks verwachten, toch had ik er stiekem wel een klein beetje op gehoopt. Namaak gehijg was ook goed geweest, het gaat meer om de sfeer dan om iets anders. Op dit adres woonde een jaar of veertig geleden een van de meest aanstootgevende stellen op aarde. Nou ja, zo’n beetje het meest erotische stel. Ze stonden voortdurend in schijnwerpers van de publiciteit: Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw, kregen zij het zo’n beetje werelwijd aan de stok met een wanhopige censuur die – vast en zeker likkebaardend - niets anders dan de toenmalige status quo wenste te handhaven en derhalve niets ophadden met de in hun ogen en oren veel te seksueel geladen films en muziek van het Frans/Britse duo. “Je t’aime, moi non plus” was kort na de revolutie van 1968 een megahit en dat nog wel in het tijdperk waarin de Beatles en de Rolling Stones de hitparades beheersten. Met een orgeltje op de achtergrond zingt Serge en fluistert Jane buitengewoon zwoel het merendeel van de tekst, iets dat ze afwisselt met een gefingeerd orgasme. Op de achterkant staat een lied met de dubbelzinnige titel “69, Annee Erotique”. Negenenzestig, het meest erotische Franse getal dat ik ken. Mede door de controverse - in Frankrijk mocht het pas na 11 uur ’s avonds op de radio worden gespeeld! - werd het een enorm succes, waarvan meer dan vier miljoen 45 toerenplaatjes werden verkocht.

De absolute rust in die straat verbaast me iedere keer opnieuw als ik doorheen loop. Aan de overkant, op nummer 6, is er tenminste zo’n obligate “hier woonde” gedenkplaat op de gevel geschroefd. Daar woonde voorheen Robert Schuman, één van de initiatiefnemers van de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de EU. Een nogal saaie politicus, levenslang vrijgezel en conservatief katholiek. Gelukkig was de man al jaren eerder gaan hemelen toen de familie Gainsbourg de woning aan de overkant betrok, want met zo’n buurman zou er weinig lol te beleven zijn geweest. Terwijl vrijwel niemand meer weet wie Robert Schuman was, weten nog velen wie Serge Gainsbourg en Jane Birkin waren, maar vooral Serge. Zij hebben helemaal geen gedenkplaat nodig, het zijn hun fans die de herinnering levend houden door de buitenmuur van nummer 5 vrijwel zonder ophouden van verse graffiti en andersoortige – veel met de hand geschreven - boodschappen te voorzien. Die aan de bovenkant blijven langer staan, zoals het getekende karikaturale portret van een superslanke Serge en Jane met een cartoonballonnetje waarin “Je t’aime.....” staat geschreven. Wat die sleutel, die er een half jaar geleden nog niet was, betekent, is onduidelijk. Er zijn nogal wat korte groeten: “Tu es un Artiste!!! Bisous Pat et MarMo 03/10/10 I LOVE YOU” en “GAINSBOURG VIE HEROIQUE, MES COUILLES !” oftewel "DE BALLEN" en de zeer gemeende hartekreet "REVIENS! – KOM TERUG!”. Maar dat zit er dus echt niet in.

Als je niet van een café houdt dat is volgestouwd met tweedehands boeken, dan loop je op de Boulevard Beaumarchais straal langs nummer 111. Even doorbijten, de pijpenla met boekenkasten door en dan wandel je een winkelparadijsje binnen waar uitsluitend consumenten met een modieuze smaak en een goed gevulde portemonnee aan hun trekken kunnen komen. “MERCI” heet het, de eigenaren danken je al bij voorbaat, dus achteraf niet zeuren dat het toch wel wat prijzig was, want dat is het beslist. Het thema van de maand is “la soie sauvée des flammes – de zijde die uit het vuur werd gered”, zijden stoffen van het exclusieve Italiaanse merk “Mantero”. Om de ontwerpen écht exclusief te houden, verbrandt Mantero aan het einde van ieder (mode-) seizoen alles dat niet werd gebruikt of verkocht! Deze keer is er een uitzondering gemaakt. Op een hoge zijmuur is een kleurige collage gemaakt van de rollen met restjes zijde, die dit jaar overbleven. Bijna een concurrent van de buitenmuur van het huis van Serge Gainsbourg. Het “gered van de vlammen” wordt heel ludiek verbeeld. Door de hele winkel staan rode brandblusapparaten en op het binnenplein voor de hoofdingang is het “logo van Merci” – een rode Fiat 500, oud model – omgebouwd tot brandweerauto inclusief een blauwe zwaailamp op het dakje. Als er hier ooit brand zou uitbreken, dan kan de verzekering een behoorlijke schadeclaim tegemoet zien. Op de meubelafdeling staan stevig geprijsde afgedankte en alledaagse Franse park- en tuinstoeltjes waarvan de duurste, na betaling van meer dan duizend Euro, mee naar huis mag worden genomen. De goedkopere “chaise jardin blanche metal”, gaat voor iets minder €300. Bon marché - een koopje waarvoor in mijn handbagage gelukkig geen plaats is. Hoe dan ook is dit een buitengewoon elegante winkel, van de originele emaille eetserviezen tot en met het beslist onaantrekkelijke zijden damesondergoed uit grootmoeders tijd en de papieren “un sac de lumière – een zak licht”. Die zak bevat drie kleinere zakjes met waxinelichtjes die waar dan ook kunnen worden opgehangen als sfeerverlichting. Zonder iets te hebben gekocht, moet ik toch even bijkomen van de overdaad aan indrukken, maar zelfs op het toilet valt dat niet mee. De ongeveer één vierkante meter plafond is tot een klein kunststukje verheven waarvan je slechts met volle teugen kunt genieten door op de handen te gaan staan en dan naar boven te kijken. Het is een klein grasveldje vol met kleurige veldbloemen. Maar om daarvoor nu op mijn kop te gaan staan? Nee, merci.