|
MOOI EN MINDER MOOI (27102010) Belleville, in het twintigste arrondissement van Parijs, is niet echt een “belle ville”. Zo op het eerste gezicht streelt het op schreeuwafstand van Père-Lachaise gelegen stadsdeel het oog beslist niet, het ziet er hier en daar zelfs buitengewoon onaantrekkelijk uit. Verwaarloosde sociale woningbouw en aardig wat oudere panden die slooprijp zijn. De “hoofdstraat”, de Boulevard de Belleville, straalt saaiheid uit. Hoe de dagelijkse werkelijkheid van dit quartier waar voornamelijk immigranten en/of hun nageslacht wonen er uitziet, ontdekt de nieuwsgierige wandelaar pas in de zijstraten. Een paar in kleurig Afrikaans tenue gestoken jongens bieden me een pamflet aan, in mooi Frans met sterk Afrikaans accent vragen ze vriendelijk, doch dringend, om het goed te lezen. “SANS PAPIERS EN GREVE – LA LUTTE CONTINUE!”. Zouden ze soms de gratis cursus “le Droit de Grève – het Recht om te Staken” hebben gevolgd? Een cursus die, zo zag ik, door op lantarenpalen geplakte met de hand geschreven annonces wordt aangekondigd. Met ondersteuning van de CGT – de Franse vakbondscentrale – zijn illegale buitenlanders al maanden aan het staken om gelegaliseerd te worden én om een eind te maken aan de uitbuiting door met name genoemende bedrijven die zouden profiteren van hun goedkope arbeid. Geen papieren betekent immers zwart werken, een hongerloon, dus uitbuiting? Dat is althans de conclusie die ik trek. Terwijl ik me nog loop af te vragen hoe je als illegaal een legale staking kunt organiseren en dan helemaal geen inkomen meer hebt, ben ik al bij de Rue Ramponeau. Mijn Parijse vriend Lex heeft me aangeraden daar in de buurt op ontdekkingsreis te gaan en zelf te ontdekken wat hij er lang geleden heeft ontdekt. De straat in, rechts lelijke nieuwbouw met vier tot vijf niveaus de diepte in. Kleine achter elkaar en op elkaar gestapelde etagewoningen die elders als mensenpakhuizen zouden worden bestempeld. Door het drukke menselijke verkeer wekt het de indruk een mierenhoop te zijn. Dan, opeens, aan de linkerkant, ietsje voorbij de Rue Dénoyez, een open ruimte die is ontstaan door het slopen van een gebouw. Onkruid, veel onkruid, erg veel zwerfvuil, achterin oude stoelen en een paar tentjes waarin wordt gewoond, maar vooral gladde hoge muren waarop graffitikunstenaars zich kunnen uitleven. Want dat is wat ze hier doen, hier in de “Belleville Zoo”. De hoger tegen de muren aangebrachte schilderingen moeten haast wel met behulp van een hoogwerker zijn gedaan, want hoe kunnen ze daar anders bij? Protesten “Contra el Poder – Tegen de Macht“, een bloederige afbeelding met het woord “POLICE” erin, vast en zeker gericht tegen recent hardhandig optreden en poëzie “Pour toi, que j’ai aimé et qui es monté là-haut rejoindre les anges“ staan zij aan zij met surrealistische afbeeldingen ter herinnering aan “1967 – 2010” en uiteraard de bizarre letters, de handtekeningen van de graffiteurs. Om de hoek is de Rue Dénoyez van het begin tot het einde bewerkt met de spuitbus, met uitzondering van twee of drie gevels die door de bewoners zelf zijn behandeld. Zoals die van “La Maison de la Plage”, het atelier van drie beeldende kunstenaars, waarop schelpen en tegeltjes met familieportretten de boventoon voeren. Het staat echter buiten kijf dat het onaanzienlijke Belleville een waar graffitiparadijs is. Tot en met de bestelauto’s die in de buurt staan geparkeerd zijn met de spuitbus bewerkt! Of dat met of zonder toestemming van de eigenaars is gebeurd, blijft een voor mij onbeantwoorde vraag. Tussen het Louvre en de l’Institut de France stroomt de Seine en ligt de Parijse brug der zuchten, de Pont des Arts. Het is geen klassieke Parijse brug zoals stroomafwaarts de Pont du Carrousel of de Pont Neuf stroomopwaarts. Het is een moderne voetbrug die in 1984 werd voltooid als vervanger van de eerste, uit 1804 daterende, metalen brug over de Seine. Boven alles is het echter de meest romantische brug van de stad. Vanuit de hele wereld komen verliefde stelletjes er naar toe, bevestigen een hangslotje met hun namen of initialen aan het hekwerk en gooien de sleutel in het water. Zo kan hun wederzijdse liefde nooit worden verbroken. ’t Is maar waar je in wilt geloven. In mei van dit jaar maakte het gemeentebestuur – hoewel het ten stelligste werd ontkend - een bruut einde aan dit ceremonieel toen midden in de nacht een grote hoeveelheid sloten met harde hand werden verwijderd. Ze zouden de structuur van de brug bedreigen. Grotere onzin werd zelden uitgekraamd. Gelukkig hangt de brug minder dan een half jaar later weer even vol als voorheen. Een toeristisch hoogtepunt is van de ondergang gered, de eeuwige liefde kan opnieuw bloeien. Wat eveneens van de ondergang wordt gered is de Carreau du Temple, een oude overdekte textielmarkt midden in de Marais. Curieus is dat op een deel van het terrein waar nu het carreau – vierkant – staat, tegen het einde van de 18e eeuw de Rotonde du Temple, een gebouw in de vorm van een renbaan stond. De rotonde werd in 1864 afgebroken om het carreau uit te kunnen breiden, aldus ontdekten de Parijzenaars al vroeg “how to square a circle”. De markthallen van gietijzer en glas – mooi architectonisch erfoed - herinneren me sterk aan de markthal van de Mercado de São José in het Braziliaanse Recife, die zou volgens zeggen door Eiffel zijn ontworpen. Zogenaamd daadkrachtige politici wilden de carreau slopen om plaats te maken voor dingen als een parkeergarage, hetgeen dankzij de inspanningen van een buurtcomité werd voorkomen. Zo blijven de mooie decoraties – de pluimpjes bloemen op het dak, de cirkels in het metaal, de rozetten in de gevels – én de prachtige lichtval door de vele ramen, gelukkig bewaard. Net zoals de eeuwige liefde op de Pont des Arts en tegen de stroom van de moderne tijd in, op het nippertje gered uit de handen van de sloopfanaten. |