|
EEN GAUDI MET COKE (01112010) Platja d’Aro heette voorheen Playa de Aro, Girona was Gerona en Figueres was Figueras. Dat was in het Catalonië van voor de fanatieke Catalonisering toen “gewone” Spaanse namen nog werden geaccepteerd. Dat was zo’n 25 jaar geleden, de laatste keer dat ik in Spanje op bezoek was. Dat de alledaagse realiteit sindsdien radicaal is veranderd, merk ik gelijk al na aankomst in Mollet des Vallès, het stadje even buiten Barcelona waar ik ga overnachten. Het Sidorme hotel heeft de route van het station naar het hotel op een dusdanig slechte manier beschreven, dat een wandeling van iets meer dan 10 minuten een puzzelrit te voet van bijna drie kwartier wordt. Aan de bewoonde kant van het station heeft niemand ooit van de straat gehoord waar ik naar op zoek ben. Aan de andere kant van het spoor ontdek ik slechts verlaten fabrieksgebouwen. In één daarvan huist een geïmproviseerde moskee waar zich in traditoneel tenue geklede Afrikanen naar toe haasten voor het vrijdagse gebed. Ook hier heeft de verkleuring toegeslagen. De andere kant nog maar eens geprobeerd. Twee keer vraag ik in mijn Argentijnse Castilliaans – de taal van Madrid – naar de weg en twee keer wordt mij onverschillig geantwoord dat men nog nooit heeft gehoord van de straat die ik zoek. En dat terwijl ik zeker weet dat het hier in de buurt moet zijn. De tweede keer zelfs niet meer dan 30 meter, zo ontdek ik. Misschien sprak ik de naam verkeerd uit, maar juist daarom liet ik toch mijn spiekbriefje toch zien? ’t Is zoals in Wallonië de weg vragen in het Nederlands, bedenk ik achteraf. Gelukkig heet Barcelona nog wel Barcelona, dat geeft tenminste een beetje houvast. Als dank voor het volhouden, word ik hartelijk verwelkomd in een langs de snelweg, aan de rand van een saaie nieuwbouwwijk, gelegen moderne blauwe bunker. Daar mag ik voor minder dan 100 Euro drie nachten blijven slapen. Gratis internet en 24 uur per dag koffie uit de automaat inbegrepen. Het is een minimalistisch hotel in de overtreffende trap, maar de kamers zijn schoon, net als de douche – warm en koud stromend water! - en het toilet, het internet werkt en is snel, het bed is comfortabel, en bovendien heeft de kamer een plasma televisie met 25 kanalen en airconditioning op de koop toe. Kortom er is hier sprake van een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding voor de niet overdreven veeleisende reiziger. Tijdens het eerste kopje gratis koffie in het sfeerloze restaurant ontdek ik dat er in Mollet vorig jaar een belangrijke archeologische vondst werd gedaan. Een heuse menhir. De in het Catalaans geschreven folder laat zich stukken makkelijker lezen dan ik had verwacht. Het woord “menhir” is Bretons legt de folder uit, “men” betekent “steen”, “hir” is “groot”, een grote steen dus. Die dingen kunnen geheel alleen worden aangetroffen of in groepen. Soms zijn ze van een decoratie voorzien waarvan niemand weet wat het betekent. Tot nu toe ging mijn kennis van menhirs niet veel verder dan wat Asterix en Obelix mij wilden doen geloven. Behalve in hun stripboeken dan, heb ik nog nooit zo’n menhir gezien, maar hier zou dat dus kunnen! Een onverwachte opsteker. Geduld echter, want wie deze unieke vondt wil bewonderen moet rekening houden met bezoektijden. Alsof dat ding in de intensive care van een ziekenhuis ligt. Maar eerst even naar Barcelona, dat nog net zo’n elegante stad is als ik me herinner. Hoe kan het ook anders met die mooie gebouwen langs de Rambla, de Plaça de Catalunya en de Passeig de Gràcia. De laatste is veruit de duurste straat van de stad en dat is goed te zien. Het zijn niet zozeer de winkels waar de veel te dure en overbekende merktassen en merkkleding worden verkocht die het geheim weggeven, het zijn veeleer de paleisachtige gebouwen die vaak zeer terecht “palau – paleis” heten. Behalve dan die twee die werden ontworpen door Antoni Gaudí, die heten heel bescheiden Casa Milà – algemeen bekend als La Pedrera - en Casa Batlló. Terwijl juist deze hoogtepunten van het modernisme het meest spectaculaire uiterlijk van de hele boulevard hebben en zelfs niet aan de aandacht van een totaal gedesinteresseerde passant kunnen ontsnappen. Al was het alleen maar om de rijen toeristen die er staan te wachten om en masse het interieur te bekijken of de stad vanaf het dak. Hoewel ook enkele naastgelegen panden om aandacht smeken. Zoals het Casa Lleó Morera op de hoek dat een torentje heeft dat nogal op de klassieke pauselijke tiara lijkt of het Palau Amattler dat het uiterlijk van een chique Hanzehuis heeft of de modernistische straatverlichting en de straatbanken. Niets, helemaal niets haalt het bij de bijna architectonische hallucinaties van Gaudí. Voor de deur van het Palau Amattler is een koperen schijf in het trottoir aangebracht die het begin van de “Europese Route van het Modernisme” markeert. Een beetje raar dat Buenos Aires, Rosario, Algiers, New York, Chicago en Tunis in de “Europese” route voorkomen en geen enkele Nederlandse stad. Of zou het modernisme volgens de Catalaanse normen soms aan Nederland zijn voorbij gegaan? Dat is iets wat ik de Catalanen wel kan vergeven, maar niet het commercieel te grabbel gooien van de scheppingen van Gaudi. Het allerergste wat me in jaren is overkomen, moet me nu net op een caféterras in Barcelona overkomen. Op het vrijkomende tafeltje is Coca-Cola uit blik gedronken. Als ik die blikjes aan de kant schuif, zie ik het helaas: caricaturale afbeeldingen van de Sagrada Familia en Casa Batlló, het huis waar ik net nog voor stond. Ben ik Buenos Aires aan de confiteria met de naam Gaudí ontsnapt, kom ik hier zijn werk nota bene op colablikjes tegen. Heiligenschennis van de ergste soort! Dit pik ik niet! Ter plekke neem ik me dan ook plechtig voor die rotzooi nooit van mijn leven meer te zullen drinken. |