|
DE EIEREN VAN SALVADOR DALI - 2 (15112010) Mijn hoofd zit zomaar opeens vol met twijfels als we na het bezoek aan Figueras richting Middellandse Zeekust rijden. Via Cadaqués naar Port Lligat - vlak onder de Spaans-Franse grens - twee andere “Dalídorpen”. Hoewel ik zeker denk te weten dat ik tijdens mijn laatste bezoek aan Catalonië, bijna 25 jaar geleden, in Gerona een Dalimuseum bezocht waar een roze Cadillac op de binnenplaats stond met een wulpse Mae West of Marilyn Monroe liggend op de motorkap, lijkt het erop dat mijn herinnering stukken mooier is dan de werkelijkheid. Mijn reisgenote weet van niets, terwijl de foto’s van dat bezoek gelijktijdig met een vorig huwelijk verloren zijn gegaan. Je dingen herinneren die niet bestaan of zijn gebeurd, vind ik bijna net zo erg als een Alzheimermoment. Gelukkig komen geen van beide al te vaak voor. Wat ik wel zeker weet, én met in het digitale tijdperk genomen foto’s kan aantonen, is dat ik in 2007 in Guatemala City in restaurant “Dalí” dineerde omringd door serviesgoed en servetten met zijn handtekening erop en met kopieën van zijn schilderijen aan de wanden. Zoals het slappe horloge in een verlaten landschap en een kleine versie van het portret van Gala dat de achterwand van het podium in het museum van Figueras siert. De voorgevel van dat restaurant was een quasi imitatie van de zij- en achtergevel van het museum, inclusief de Dalí-eieren op de dakrand. De gouden beelden hadden het niet gered in Guatemala, want alleen hun voetstukken stonden er maar. Te duur om na te maken, gejat of van hun voetstuk gevallen? Een dun bevolkte landstreek, die tussen Figueras en de kust. We volgen de weg naar Roses, dat voorheen Rosas heette. Ter afleiding staan er af en toe wat opzichtig geklede en gemaquilleerde jongedanes langs de weg. Niet al te veel bewoners, maar kennelijk wel voldoende hoerenlopers om deze zzp’ers een redelijk inkomen te verschaffen. Een groot deel van de streek bestaat uit beschermd natuurgebied, terwijld Cap de Creus – Kaap Creus, waar we naartoe onderweg zijn, het meest oostelijke punt van het Iberisch schiereiland is. Na de provinciale weg achter ons te hebben gelaten, slingert een zeer bochtige smalle weg zo’n veertig kilometer door het voorgebergte van de Pyreneeën voordat de zee in zicht komt. Er zijn veel kleine terassen aangelegd op de berghellingen, maar er zijn niet veel olijfgaarden of andere sporen van landbouw of veeteelt meer te ontwaren. Dichterbij Cadaqués wordt duidelijk waarom. Daar zijn de hellingen bezaaid met zomerhuizen, werkgelegenheid in de toeristenindustrie heeft de noeste handarbeid op het land overbodig gemaakt. Port Lligat zou een buitenwijk van Cadaqués kunnen zijn, op de kaart zijn de dorpen zo’n beetje aan elkaar gegroeid. Gelukkig zit er nog een heuvelrug tussen die de intimiteit van het dorp, waar Dalí en Gala tot de dood van Gala hebben gewoond, garandeert. Voor zo lang als dat gaat duren tenminste. Automobilisten, of ze het willen of niet, moeten parkeren aan de rand van het dorp, de weg houdt er gewoon op. Eigenlijk wel slim bedacht. Uit de verte is Dalí’s huis vrij gemakkelijk te identificeren door het eenzame ei dat op een dak staat. Zo’n vinger op de borst gebaar van “hier woon ik. Of, bij Dali is immers alles mogelijk, het zou zelfs het equivalent van een bedrijfslogo kunnen zijn. Via een voetbrug en het strand bereikt de bezoeker de woonkern, alwaar een buitengewoon serene, bijna saaie, sfeer heerst. Oei, zou het dan toch een vergeefse reis zijn geweest? Men kan het huis van de grote meester niet zomaar op de bonnefooi bezoeken, wisten wij veel. Net of je naar een medisch specialist gaat: bezoek slechts op afspraak! We boffen dat het geen hoogseizoen is en zijn over een half uur al aan de beurt. Voor afleiding wordt gezorgd in een huisje aan de overkant waar een documentaire over Dali’s leven wordt vertoond en waar maquettes staan die demonstreren hoe hij geleidelijk een flink aantal aan elkaar grenzende vissershuisjes en stukken land kocht en die omtoverde tot het magisch domein dat we zo dadelijk gaan bezoeken. In zijn boek “Het geheime leven van Salvador Dalí” legt hij uit dat: “het huis is precies zo gegroeid als een echte biologische structuur, scheut voor scheut. Iedere nieuwe scheut, iedere nieuwe ruimte, heeft te maken met een nieuwe fase in ons leven”. Pas tijdens het bekijken van het huis ontdek ik hoe waar deze woorden zijn. Port Lligat was gedurende ruim 50 jaar de enige “vaste woon- en verblijfplaats” van het echtpaar. Na Gala’s dood in 1982 kon Dali er niet langer wonen, trok de deur achter zich dicht en verhuisde naar Púbol. Iedere tien minuten mogen tien bezoekers naar binnen, ze krijgen tien minuten om onder begeleiding drie verschillende ruimtes te bezoeken, daarna mag je buiten rond hangen zo lang je wilt. Binnen en buiten, alles straalt Dalí uit, hoe kan het ook anders. Het huis staat vol met objecten die vast en zeker dienst hebben gedaan als “model” in een van zijn werken. Het atelier is niet onaardig, maar het meest onder de indruk ben ik van de enorme op twee niveaus gelegen slaapkamer. Beneden een zithoek met open haard, boven twee bedden die groot genoeg zijn om een kleine orgie in te organiseren. Flinke ramen zorgen voor veel licht én een mooi uitzicht over de baai, terwijl een strategisch geplaatste spiegel ervoor zorgt dat je vanuit bed de zon kunt zien opkomen. Ik zou er geen oog dicht kunnen doen, al was het alleen maar om nooit een zonsopkomst te hoeven missen. Iets dat natuurlijk helemaal niet kan. Maar wie weet herinner ik me over vijfentwintig jaar wel dat ook dit echt is gebeurd. |