EEN NIET AL TE HEILIGE FAMILIE (20112010)

De Basiliek van de Sagrada Familia in Barcelona moet een van de beter lopende projecten van de Kerk van Rome zijn, want waar staan er tegenwoordig nog mensen geduldig in de rij te wachten tot ze een kerk in mogen? Misschien in Vaticaanstad en bij de Notre Dame in Parijs, maar waar nog meer? Hoogstwaarschijnlijk heeft dat wachten weinig tot niets met geloofsijver te maken of zo. Volgens mij wordt er in de Sagrada Familia zelden tot nooit een mis gelezen en ik betwijfel of de biecht er wordt afgenomen. Nee, het gaat de wachtende “kerkgangers” voornamelijk om Antoni Gaudi, de architect van het gebouw, één van de de laatste - zo niet de allerlaatste – grote kathedralenbouwer. De basiliek is dus gewoon een toeristische attractie. Er is een speciale ingang aan de achterkant voor de toeristen die per touringcar arriveren – er staan er ontelbaar veel geparkeerd - en aan de voorzijde is er een voor bezoekers die op eigen gelegenheid komen. De oudste multinationale onderneming ter wereld, want dat is de katholieke kerk in mijn ogen, heeft de regie stevig in handen. Bij de kassa naast de hoofdingang dient 12 Euro te worden betaald voordat de kerk mag worden betreden! De beeltenis van Jezus van Nazareth, de oprichter en inspirerende eerste leider van het bedrijf, hangt zoals te doen gebruikelijk aan een kruis boven de voordeur. Hij zou vast geen bezwaar hebben gemaakt tegen het heffen van entree voor dit filiaal, volgens het Nieuwe Testament zou hij zelfs hebben verklaard dat “Voorwaar, ik zeg u, dat de tollenaars en hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods”. De tollenaars in Barcelona zitten zonder meer gebeiteld.

De bouw van de Sagrada Familia ging in 1882 van start, een jaar later nam Gaudi de het project over en veranderde het oorspronkelijke ontwerp radicaal. Zijn ontwerp wordt tot op de dag van vandaag zo nauwkeurig mogelijk gevolgd, ondanks het verlies van het merendeel van Gaudí’s tekeningen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Toen hij in 1926 overleed, was de bouw ongeveer 20% gevorderd. En dat was na bijna 45 jaar bouwen! Wat ik met mijn eigen ogen na 128 jaar zie, is een verre van compleet gebouw waar een veelheid van bouwkranen met de vier zo karakteristieke torens ijvert wie het hoogste is. De allerhoogste toren, een van 170 meter, moet echter nog worden gebouwd. Zelfs op zondag wordt er gewerkt, zo lijkt het wel. Of zouden die mannen met helmen leden zijn van het organisatiecomité voor het aanstaande pauselijk bezoek die poolshoogte komen nemen? Het is toch wel iets wonderlijks dat de bouw tegenwoordig met heel andere technische hulpmiddelen en materialen wordt uitgevoerd als die meer dan 100 jaar geleden beschikbaar waren. Dat is niet alleen goed te zien aan die hoge bouwkranen, of aan de metalen steigers, maar vooral ook aan een zijbeuk in aanbouw. Daar staat een skelet van gewapend betonnen balken dat het nog te construeren dak moet gaan dragen. Als al dat moderne materiaal eenmaal is verdwenen achter de façade en onder de dakbedekking en de buitenkant over een jaar of vijftig lekker is verweerd door weer en wind en stevig aangetast door de luchtvervuiling, dan kraait daar natuurlijk geen haan meer na. De nieuwe bekroning van de lagere torens – zo te zien stapelingen van vruchten en bundels korenaren - aan de voorzijde, lijkt tenminste perfect op die wellicht tientallen jaren eerder op het dak aan de achterkant werden aangebracht. Die aan de voorzijde moeten alleen nog van een betonnen mandje worden voorzien. De commerciële kant is in ieder geval goed geregeld: de souvenirwinkel in de zijbeuk is volop in bedrijf!

In het parkje tegenover de Sagrada Familia bloeit de handel: eten, drinken en toeristische niemandalletjes. Wie gaat er nu in hemelsnaam naar Barcelona om in de schaduw van dit meesterwerk een matige aquarel van traditioneel Spaans straatje te kopen? Gelukkig hoor ik in het gedrang – er zijn hier wel heel erg veel Nederlanders - iemand zeggen “binnen is er dus eigenlijk niets te zien”. Het laatste duwtje dat ik nodig heb om niet in de rij te gaan staan om een blik op het interieur te slaan. Buiten het straatgewoel strijken we neer bij een “churroseria” een café-bar waar “churros’ de specialiteit zijn. Nooit eerder gezien of van gehoord, van een churroseria. Zelfs niet in Buenos Aires, waar churros met warme chocolademelk een winterse lekkernij zijn. Churros worden bereid door deeg door een geribbelde mal te persen, zeg maar op dezelfde manier waarop worstjes worden gemaakt, en het daarna in olie te bakken, zeg maar zoals oliebollen. Het kunnen gekrulde sliertjes zijn of wat dikkere “pijpjes” – formaat lange vinger - met een doorsnee van niet meer dan een centimeter. Ze kunnen bijvoorbeeld worden gevuld met dulce de leche of chocolade. Omdat er ook koud bier wordt getapt, kan ik er niet mee zitten dat mijn reisgenote warme chocolademelk besteld. Zij is nogal verkouden, vandaar. Mijn tappilsje wordt geserveerd in een glas dat in de vrieskist is voorgekoeld! De laatste keer dat ik zo werd verwend, was door mijn Gabonese geliefde van lang geleden. Libreville, op de evenaar, was altijd tropisch warm. Als ik ’s avonds thuis kwam, werd het bierglas uit de vrieskist gehaald en het ijskoude REGAB bier voor me ingeschonken. REGAB - REgie GAbonaise des Boissons, maar voor de Gabonezen, grote liefhebbers van deze licht alcoholische frisdrank, betekende het REgardez les GAbonais Boire. En zoiets schiet me dan net te binnen in het zicht van die niet al te heilige familie van Barcelona!