NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 46 (19102009)

Zaterdag, 19 september 2009. De snelste manier om van Kaapstad naar Swellendam te rijden, via de snelweg N2, is vandaag zeer waarschijnlijk niet de snelste. Op de radio wordt al vroeg in de ochtend gewaarschuwd dat reizigers die naar het vliegveld gaan, dat aan de N2 ligt, beter een half uur eerder van huis kunnen gaan in verband met wegwerkzaamheden. Normaal gesproken rijd ik die afstand in een minuut of 20, het moet goed mis zijn. Gelukkig ben ik er als oud-Rotterdammer aan gewend dat straten en wegen continu zijn opgebroken en trek mijn plan. Nu is de snelste weg zelden de leukste weg om te rijden en eigenlijk wil ik onderweg wijn gaan proeven. Dus kies ik voor een omweg via de N1 en een stuk Garden Route. Waarom zou ik me ook haasten, het weekeinde duurt nog tot morgenavond. Bij DuPreez in de Breede Riviervallei smaakt de nieuwe oogst haanepoot dessertwijn verrukkelijk. Een jaar geleden mocht ik er alleen maar van proeven - de lekkernij was uitverkocht - deze keer ben ik er wel op tijd bij. Binnendoor naar Worcester, een weg die sinds kort door de VVV als “de Breede Rivier achterafweg – de weg met veel minder verkeer” als een stukken prettigere route naar Swellendam wordt aangeprezen. De weg loopt in ieder geval door het dorp Robertson in de gelijknamige wijnstreek, waar ik tot nu altijd voor gesloten deuren stond. Vandaag zorg ik ervoor om voor sluitingstijd in de proefruimte te arriveren, alwaar de “fresh new 2009 sauvignon-blanc” wordt aangeprezen als een volle wijn met ondertonen van paprika en vers gemaaid gras. Vroeger zou ik zo’n wijn niet eens hebben aangeraakt, dat was toen ik nog niet had geleerd om uitsluitend op mijn eigen smaakpapillen te vertrouwen en waarde hechtte aan wat er op een etiket stond. ’t Is een heerlijk frisse zomerwijn naar mijn hart voor de prijs van ietsje meer dan een liter melk, maar wel met aanmerkelijk minder cholesterol. Gewoon een gezonde wijn dus, maar het zal wel verboden zijn om een dergelijke goede eigenschap op het etiket te zetten.

Ik maak een extra omweg door de Route 62 te volgen, de Garden Route. Dat zou de langste wijnroute ter wereld zijn, hoewel er allesbehalve sprake is van een aaneengesloten lint van wijngaarden en dorpen die van de wijnbouw bestaan. ’t Is niets minder dan marketinggrootspraak in de overtreffende trap. Even voorbij Ashton, begint die omweg pas echt door linksaf te slaan naar de Kogmanskloofpas en Montague. Dit is tevens het begin van de kurkdroge Karoo én de Klein Karoo wijnroute, hoewel er over een afstand van een paar honderd kilometer slechts met tussenpozen van tientallen kilometers aan wijnbouw wordt gedaan. Vlak voor Barrydale steek ik door de Langebergen via de Tradouwpas: Swellendam 44/Heidelberg 44. De niet al te hoge pas, hoogste punt 351 meter, is 14 kilometer lang. Het lijkt erop dat ik de weg voor mijzelf heb. Dat komt goed uit, want ik ben op zoek naar een monumentje dat hier ergens zou zijn opgericht op de plek waar de Nederlandse studente Marleen Konings in december 2003 werd vermoord. Van goed zoeken komt echter niet veel terecht omdat de natuur volop in bloei staat en alle aandacht opeist. Over de hellingen langs beide kanten van de weg ligt een gele sluier waar geen eind aan lijkt te komen. Veldbloemen en de blaadjes van een struik waarvan ik de naam niet ken maar, net zoals de Zangeres Zonder Naam, heeft ie die vast wel. Op de top even genieten zonder op de bochtige weg te hoeven letten: in de diepte een rivier, rechts gele hellingen, links hellingen waar geel en violet elkaar afwisselen, alsof er een heideveld ligt, recht vooruit Suurbraak. Jawel, weer zo’n door niet te stuiten geloofsijver gedreven zendelingen gesticht dorp. Daar staat in een weiland een verweerd monumentje dat sterk aan een ouderwetse grenspaal doet denken, de erop geschroefde plaquette is onleesbaar. Nee dit is beslist niet het monument waar ik naar op zoek ben.

Het in 1747 gestichte Stellendam ligt er, voor zover dat is te zien, zeer tevreden en welvarend bij. Dat kan ook haast niet anders want de onderkomens van de minder draagkrachtingen liggen volgens de oude apartheidsstadsplanning nog immer zoveel mogelijk buiten de bebouwde kom. Uit het zicht. Eerst even buurten bij “La Belle Alliance” een voormalige vrijmetselaarsloge - loge #54 van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, thans slapend - waarin al jaren een restaurant is gevestigd. Een mooi gebouwtje met een blikken torentje waarop een haan in de wind draait, alsof het een protestantse kerk is. De voorgevel bewijst het tegendeel: in de nok een passer en een winkelhaak, symbolen van de vrijmetselaren, eronder het motto Audi Vide Tace – Horen Zien en Zwijgen. Het terras ligt aan de als een beek ruisende Koornlandsrivier, de keuken is gesloten. Dat komt goed uit, want ik wil alleen wat drinken, het interieur bekijken en wat foto’s maken voor een vrijmetselende oud-collega. Tegen de achterwand hangt een portret van Napoleon Bonaparte, zijn hoofdkwartier voor de Slag bij Waterloo was immers gevestigd in een herberg met dezelfde naam. “Kijk eens of er in het midden van de vloer een luik is”, mailt de oud-collega als het al te laat is, “Dan weet je zeker dat het een loge was.” Naderhand kom ik erachter dat er inderdaad een luik is “achter het witte stoeltje rechtsonder” op een foto die ik hem heb gestuurd. Dat luik en de ruimte eronder speelden een rol bij de “Aloude en Aangenomen Schotse Ritus” een onderdeel van een in onbruik geraakte inwijdingsrite. Voor zover ik het begrijp, ging het daarbij om een soort “wedergeboorte” van de zich door de graden van perfectie werkende vrijmetselaar. Niets voor mij, één keer geboren worden, is meer dan genoeg.

wordt vervolgd