|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 49 (31102009) Woensdag, 30 september 2009. Charles Darwin dwaalde in 1836 een paar weken over de Kaap, zo lees ik vandaag in de krant. Voor mij was Darwin tot op heden synoniem met de andere oever van de oceaan, met Zuid-Amerika. Met de Vuurlanders, met de Galapagoseilanden. Niet helemaal fout, want het was op de weg terug van de reis rond dat continent dat Captain Fitzroy’s HMS Beagle een week of drie in Simonstad afmeerde. Destijds gebruikelijk om de zware winterstormen in de zuidelijke Atlantische Oceaan te ontlopen. En aldus haakt Kaapstad aan bij het Darwinjaar. “Darwin se besoek aan Kaap met staproete en kaart herdenk” bericht die Burger. Een kaart die kan worden afgehaald bij de plaatselijke VVV. Bij diezelfde plaatselijke VVV weet men echter van niets. “U bent vandaag de derde al die naar de kaart vraagt”, reageert Eugene. De dag erna breng ik hem een kopie van het krantenbericht, nog steeds weet men van niets. Een beetje doorzetter is niet voor één gat te vangen en plukt de “staproete” gewoon van het internet. Darwin maakte optimaal gebruik van zijn walverlof, trok over de zuid-westelijke punt van het Afrikaanse continent, verzamelde plantenmonsters en concludeerde, net als ik bijna 180 jaar later, dat de vegetatie van de Argentijnse pampa’s erg op die van de Zuid-Afrikaanse Karoo lijkt. Op de zuidpunt van Afrika maakte hij eveneens kennis met de Hottentotten, die door hem zeer neerbuigend “Hodmadods“ werden genoemd. Darwin vond het erg lelijke mensen en beschreef ze als “gebleekte negers”. Toen kon zoiets nog ongestraft in het openbaar worden gezegd. Aan de zuidelijkste punt van Zuid-Amerika, in Vuurland, had hij op 17 december 1832 voor het eerst kennis gemaakt met de aldaar wonende Yámana-indianen. Ook die kwamen er niet al te best af: “Het was ongetwijfeld het merkwaardigste en interessantste schouwspel dat ik ooit heb gezien. Ik had nooit kunnen geloven dat er zo’n groot verschil was tussen wilde en beschaafde mensen. Het verschil is groter dan tussen wilde en tamme dieren. Deze armzalige schepselen waren achtergebleven in groei, hun lelijke gezichten waren met witte verf beschilderd, hun huid was vuil en vettig, hun haar was verward, hun stemmen klonken onwelluidend en hun gebaren waren gewelddadig en zonder waardigheid. Wanneer men zulke mensen ziet, kan men nauwelijks geloven dat ze medeschepselen zijn en dezelfde wereld bewonen”. De Yámana’s en andere pre-koloniale bewoners van Vuurland werden vervolgens door Europese ziektes, goudzoekers en koloniserende Argentijnen deskundig uitgemoord. Een genocide die even deskundig werd en wordt doodgezwegen. Op alle plekken die Darwin aan de Kaap bezocht ben ik al eens of vaker geweest. De “Darwin staproete” kan ik met een gerust hart terzijde leggen, maar wel weer wat bijgeleerd. Zaterdag 3 oktober. Mijn Kaapse ontdekkingsreis naar nieuwe wynkelders gaat onverminderd voort, mede dankzij een bezoekende collega die graag de rol van gezelschapsdame op zich neemt. Onderweg naar “die Windmeul” in Voor Paardeberg, waar binnenkort het “Waterblommetjiesfees” zal worden gevierd “met een potjiekoskompetisie met waterblommetjies as die tema”, passeren we de David Frost Wine Estate. Zou die bekende Engelse journalist er een wynkelder op na houden in het niemandsland achter Paarl? Even kijken. Tertius, jawel de derde zoon en bedrijfsleider, ontvangt ons in het proeflokaal dat veel weg heeft van een comfortable salon in een oud landhuis. De ruimte is overdadig gedecoreerd met golftrofeeën. De eigenaar is inderdaad een naar het schijnt beroemde David Frost, doch niet dé David maar een Zuid-Afrikaanse golfer. Nogal wat bekende golferspelers investeren een deel van hun prijzengeld in wijngaarden, lees ik in een glossy. Zo hoeven onder andere Greg Norman, Nick Faldo, Arnold Palmer en Ernie Els nooit naar de slijter op de hoek als ze trek in een glas hebben. Met een glas “David Frost” in de hand bekijk ik de prijzenkasten, een verzameling lelijkheid van heb ik jou daar. De bekers en schalen worden omringd door zeer persoonlijke souvenirs, zoals golfballen waarmee een tournooi werd gewonnen of een hole in one werd geslagen. Het staat er keurig op “Hole in One, 232 yards, 5 iron, day 2 Open, 1989”. Ieder z’n meug. De zaterdagse sluitingstijden zitten ons dwars. Tussen 1 en 2 uur gaat de boel buiten de meer toeristische gebieden, die ik dus mijd als de pest, op slot tot maandagmorgen. Via Wellington en de Baineskloofpas – een mooie en lekker rustige route - naar de Slanghoek aan de andere kant van de Limietberg dan maar, daar ken ik een aardig restaurant met uitzicht over de vallei. De tafels zijn piekfijn gedekt, maar voor een bruiloft. Jammer, doch niet onoverkomelijk. Het alternatief ligt aan de voet van de Slanghoekbergen, diep de vallei in. Aan het eind van de weg: Jason’s Hill wynkelder en de Bistro@Jasons, waar waterblommetjies bredie en de bekroonde wijnen van wijnmaakster Ivy du Toit op de kaart staan. Dit wordt vast en zeker dubbel smullen! Na bijna twee jaar kan ik nu eindelijk eens waterblommetjies bredie proeven. Dit traditionele Afrikanergerecht is vrijwel zeker ontstaan bij gebrek aan beter – lees: aan ander voedsel - en afgekeken van de oorspronkelijke bewoners. Het waterblommetjie, dat ook wel Cape Pond Weed heet, is een onkruid of plant die overal in de Kaap in het wild op het water groeit en nogal wat vitamine C zou bevatten. De bredie – een stoofpotje – heeft als belangrijkste ingrediënten de bloemen en/of knoppen van de plant, aangevuld met brokken schaaps- of lamsvlees, uien en aardappels. Wat wordt geserveerd, ziet er niet al te appetijtelijk uit. ’t Is even weer zoals in mijn kinderjaren wanneer mijn moeder iets had gekookt dat ik niet lustte: niet zeuren, hap nemen, kauwen, slikken. Als je écht dingen wilt ontdekken, is het nu eenmaal nodig om af en toe door te bijten én te slikken. wordt vervolgd |