|
NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 52 (14112009) Vrijdag, 16 oktober 2009. De slechtste aankoop van deze week is een doosje diepvries “Chicken Frikkadels”. Frikandellen! Bij het zien van het woord alleen al begin ik bijna te kwijlen, heimweevoedsel van de ergste soort! Woolworth Food geeft de snackende klant de keus: “beesvleis”, dat wil zeggen rundvlees, of “chicken”. Ik ga voor de kipfrikandellen. Weer thuis gooi ik gelijk een paar van die dingen in de oven en gooi na één hap de rest gelijk in de vuilnisbak. Wat een tinnef is dat spul zeg! Pas na één fles sauvignon-blanc is de rotsmaak weggespoeld. Donderdag, 22 oktober 2009. De man die tijdens het WK 2010 verantwoordelijk is voor de beveiliging van het Duitse voetbalelftal heeft in een interview gezegd dat de spelers zich om veiligheidsredenen zo min mogelijk buiten het trainingskamp moeten begeven. Als dat wel gebeurt, zal dat onder gewapende escorte moeten zijn en zullen alle spelers "koeëlvaste baadjies" - kogelvrije vesten - moeten dragen. Wat een ergerlijk gelul is dat! Dit soort paranoïde opmerkingen verhouden zich op geen enkele manier met de werkelijkheid die wij hier iedere dag beleven. Tijdens de vele tienduizenden kilometers die ik inmiddels in mijn eentje door veelal dunbevolkte streken heb afgelegd, ben ik nog nooit geconfronteerd met geweld en nimmer bedreigd of beroofd. Slechts één keer heb ik in Kaapstad, toen ik ’s ochtends naar mijn werk wandelde, in de Langstraat een carjack op klaarlichte dag gezien. Jazeker, de moordstatistieken liegen er niet om, maar dit is niet het eerste grote sportevenement dat in Zuid-Afrika wordt georganiseerd. Eerder dit jaar werd als “generale repetitie” om de Federations Cup gevoetbald, tijdens dat grote internationale toernooi werden alleen maar een aantal voetballers beroofd die naar de hoeren waren geweest of die op hun hotelkamer ontvingen. Niets meer, niets minder. Volgens mij zou die Mannschaft, en alle andere spelers, beter geadviseerd kunnen worden om vanwege de verhoogde kans beroofd te worden het beter is de dames van lichte zeden te mijden of – praktische tip - net genoeg geld voor een wipje bij zich te steken. De Afrikaanstalige krant Die Burger bericht “Kaap laat professionele swartes koud”. Vrijwel gelijktijdig bericht de Cape Times, een Engelstalige krant, “Cape Town is a racist city” en “Where do all the black people work?”. Beide kranten putten uit dezelfde studie. Ja, Kaapstad en de hele West-Kaap zijn nu eenmaal nooit zo donker gekleurd geweest. Traditioneel woonden de Zulu’s en de Xhosa’s in de pas laat gekoloniseerde oostelijke kant van het land en de lichter gekleurde San en Khoi aan de door de VOC ingepikte westelijke kant. De grootste interne migratie, van oost naar west, naar de omgeving van Kaapstad, vond kort na de afschaffing van de apartheid plaats toen door de ANC aangemoedige arme zwarten arriveerden. Stemvee dat er voor moest zorgen dat de blanke meerderheid in een blanke minderheid zou veranderen. Niet al te hoogopgeleiden dus. Bovendien zijn in Joburg zowel de salarissen hoger, als de carri?rekansen stukken beter. Ongeacht op welk moment men zich bij een bemiddelaar meldt, tovert die in minder dan geen tijd een andere, beter betalende baan uit de hoed. Dat is de praktijk van alle dag die ik om me heen zie en waarvoor nauwelijks een diepgaande studie nodig is. Maar goed, die studie heeft uiteindelijk ook weer de nodige mensen aan het werk gehouden. Vrijdag, 23 oktober 2009. Vanwege hun naam zijn Verneukpan en Putsonderwater plekken die je bezocht moet hebben, vind ik. Als je niets beters te doen hebt tenminste, iets dat mij af en toe overkomt. Beide plaatsen liggen in de Noord-Kaap, alles behalve in de buurt, vandaar dat ik op vrijdagavond vast een paar honderd kilometer naar het noorden rijd. Naar Vanrhynsdorp. Tussen Morreesburg en Piketberg is in het nog maar net begonnen voorjaar de oogst al in volle gang. Aan het eind van de rit beland ik in Van Rhyn Gastehuis, een enorm huis uit de Victoriaanse tijd. Met eigenaar Ernest, gepensioeneerd architect, moet ik Afrikaans spreken. Hij komt uit de Oranje Vrijstaat, een Afrikaner bolwerk. Zijn partner Hubert is een narcotiseur in ruste, “klaasvakie”, is de vindingrijke omschrijving van zijn beroep die ik niet eerder hoorde. Hoe zou zo iemand badinerend in het Nederlands worden genoemd? Het is de zoveelste keer dat ik in de watten wordt gelegd door blanke Zuid-Afrikaanse academici die hun beschermde baan na de omwenteling zijn kwijtgeraakt. Zaterdag, 24 oktober 2009. Net als twee weken geleden in het nabijgelegen Klawer onweert het vroeg in de ochtend boven dezelfde bergen. De ontbijtkamer van het huis ziet er vreemd aangenaam uit. Uitzicht op de Gifberg, die vanaf deze kant wel een beetje het profiel van de Tafelberg heeft, lullige schilderijen en keramiek van plaatselijke beroemdheden, een grote koperen “ELEKTRA, Italy” koffiemachine uit de Belle Epoque, van het bedrijf welteverstaan. Een Espresso apparaat uit de tijd toen nog nooit iemand van George Clooney of Nespresso had gehoord. Konden we maar terug in de tijd. “Zijn er hier kranten te koop?” vraag ik Ernest. “Ja, maar alleen in het Afrikaans”, antwoordt hij. Precies wat ik zoek. Die krant is aan het aftellen tot het begin van het wereldkampioenschap voetballen – nog 230 dagen te gaan – maakt zich boos over de Duitse kogelvrije vesten en meldt dat het budget voor de aanleg van de nieuwe busbanen in Kaapstad is uitgeput. Vandaag weinig echt nieuws onder de Zuid-Afrikaanse zon. Verneukpan en Putsonderwater lonken. Ik stap in de auto en ga onderweg. wordt vervolgd |