NIEUWE KAAPSE KRONIEKEN - 61 (26122009)

Zaterdag, 7 november 2009. Het buitenmuseum van Die Groot Gat bestaat uit wat het best als een decor van een Wild Westfilm kan worden omschreven. Het stelt het Kimberley uit het einde van de 19e eeuw voor, toen het hier inderdaad wel wat van het Wilde Westen weghad. Dat heb ik net gezien in een film die het verhaal vertelt van het begin van de jacht op diamanten. Zorgvuldig politiek correct belicht vanuit verschillende raciale hoeken is het klip en klaar hoe de huidskleur van de gelukszoekers hun fortuin bepaalde. Het spreekt bijna vanzelf dat kleurlingen en zwarten een ondergeschikte en onderdanige rol vervulden. Hoewel het nog vroeg is, houd ik het verder toch maar voor gezien. Gisteren heb ik uit drie mogelijke routes terug naar Kaapstad, die via Calvinia gekozen, daar wil ik in Huize Carmel gaan overnachten, een huis dat zo’n honderd jaar geleden werd gebouwd door een goed boerende wolhandelaar. Kimberley, Campbell, Griekwastad, Groblershoop, dan Putsonderwater - Kenhardt via het grondpad dat 100 kilometer korter is dan het teerpad, de geasfalteerde weg. Het land is kurkdroog, de eerste 150 kilometer naar Griekwastad slingert de weg door een droge savanne die is bezaaid met termietenheuvels. Niet te ver van Groblershoop begint, met dank aan de Oranjerivier, het groene lint van wijngaarden dat net zo breed als het bevloeiingswater reikt. Dus in een vloek en een zucht voorbij. Op de autoradio een fmstation uit de Vrijstaat, waarop een uur lang Eurythmics worden gedraaid. De deejays ouwehoeren afwisselend in het Afrikaans en Engels over de muziek van het legendarische duo Dave Stewart en Annie Lennox en zorgen er zo voor dat ik enige tijd in aangenaam gezelschap doorbreng. Dat is natuurlijk bij gebrek aan beter, want na ruim een half uur vind ik dat er bar weinig variatie in de composities zit. Bijna zo eentonig als het landschap om me heen, hoewel de stem van Annie Lennox en het bereik daarvan dat maar net voorkomt.

Tussen Putsonderwater en Kenhardt verdwijnt de zon regelmatig, hetgeen de weg slecht “leesbaar” maakt, waardoor keien en kuilen onvoldoende opvallen om ze keer op keer te kunnen vermijden. Te hard rijden veroorzaakt dan zo maar lekke banden, iets waar ik in dit niemandsland zonder ander verkeer absoluut geen behoefte aan heb. Kenhardt, Brandvlei, Calvinia. Op de radio kan ik mijn favoriete Kaapse zender KFM 94.5 – de studio is vanaf mijn terras te zien - weer ontvangen, er wordt gemeld dat het stormt in Kaapstad en dat er zware regenbuien vallen. De afstand naar huis bedraagt inmiddels minder dan 400 kilometer, hier blijven slapen of doorrijden? Huize Carmel heeft geen kamer beschikbaar, zo beantwoordt de vraag zichzelf. Calvinia, Nieuwoudtville, Vanrhynsdorp, kwart voor 6, nog 303 kilometer over de N7 naar Kaapstad. Vroeg genoeg om voor het donker wordt bij Piketberg te zijn en het moeilijkste stuk weg achter de rug te hebben. Piketberg, meer dan duizend kilometer gereden, nog bijna 140 te gaan. Het begint te regenen, steeds harder. Het wordt pikkedonker, het begint te stortbuien, de ruitenwissers kunnen het nauwelijks bolwerken. Vrijwel geen hand voor ogen te zien op deze niet verlichte tweebaansweg vol met klootzakken die veel te hard rijden en inhalen alsof het een zonnige dag is. Er moet regelmatig hard op de rem worden getrapt, levensgevaarlijk voor deze chauffeur die op de vermoeidheidsgrens balanceert. Desondanks beëindig ik de reis schadevrij en zoals die donderdagochtend begon: met zware regen. Het zal de hele volgende week blijven plenzen in Kaapstad, de laatste stuiptrekkingen van de winter. Niets aan.

Vrijdag, 13 november 2009. Op vrijdag de dertiende spelen de “Bokken” het Zuid-Afrikaanse rugbyteam in Toulouse tegen Frankrijk. Voor het begin van de wedstrijd worden de volksliederen gezongen. De voorzanger van het Zuid-Afrikaanse volkslied is de in Durban geboren Ras Dumisani, die wordt begeleid door een Franse harmonie in saaie uniformen en twee drummende slordig geklede Bob Marley clones, waarschijnlijk leden van zijn Afrikhaya Band. De zanger, die in Frankrijk woont en daar zijn brood verdient als reggeazanger, is in zijn vaderland totaal onbekend. Deze Zulu met koninklijk bloed zingt “Nkosi Sikelel’ iAfrika! - God zegene Afrika”, het volkslied waarvan de tekst deels Xhosa, deels Engels, deels Afrikaans is. Eigenlijk “vreemde” talen voor Ras en dat is te merken. Die man zingt niet alleen verschrikkelijk vals, maar is bovendien alles behalve tekstvast. Een gigantische rel is geboren, heel Zuid-Afrika valt over hem heen, men wil de zanger een beroepsverbod opleggen. De ambassade in Parijs, die hem op verzoek van de Franse Rugbybond had aanbevolen, ontkent iedere verantwoordelijkheid. Om nog wat extra zout in de wonde te strooien, hangt de Zuid-Afrikaanse vlag ook nog eens ondersteboven! Geen wonder dat de Bokken roemloos ten ondergaan. De subtiele Franse sabotage is 100% geslaagd en Ras Dumisani is van de ene dag op de andere wereldberoemd!

Dinsdag, 17 november 2009. Bij de nieuwe exclusieve supermarkt, in het nog exclusievere nieuwe winkelcentrum “Cape Quarter II” – dat zichzelf trouwens als “Lifestyle Village” omschrijft - aan de overkant, koop ik in een opwelling skilpadjies – schilpadjes. Weer thuis ontleed ik die dingen op mijn gemak. Het is de Zuid-Afrikaanse versie van een blinde vink of slavink, bestaande uit gehakte lever dat in een paar reepjes spek is gerold. Bereidingswijze als bij de vaderlandse vinken. Smaak: even wennen. “Nee, toch veel liever een vaderlandse blinde vink, gehakt gerold in dunne lapjes kalfsvlees”, klagen mijn smaakpapillen de rest van de avond.

wordt vervolgd