|
BUENOS AIRES - VALPARAISO EN TERUG - 4 (01042011) Donderdag, 17 maart 2011. In de als het ware door wijngaarden overwoekerde woestijn liggen even buiten Tunuyán de wijnboerderijen van het huis Salentein. Salentein Killka heet de bodega die we gaan bezoeken. In Zuid-Afrika zou het hier gewoon “Mooigelegen” heten of zo, de wat lullige, doch enige manier om de eerste indrukken kort maar krachtig weer te geven. Waar het groen ophoudt, begint de met sneeuw bekroonde bergrug die strak tegen de blauwe lucht afsteekt. Van alles, werkelijk alles, straalt af dat hier een perfectionist de scepter zwaait, dat er nooit zielig is gedaan over een paar Euro’s. Kortweg: het moest goed worden gedaan of anders maar liever niet. Het is ruim vijf jaar geleden dat ik in de noordelijke provincie Salta het op dezelfde leest geschoeide wijngoed Colomé van de Zwitserse familie Hess bezocht. Sindsdien heb ik op vier continenten aardig wat bodega’s bezocht, maar tot nu toe was er niet één die ook maar in de verste verte aan Colomé kon tippen. Tot vandaag dus. We arriveren precies op tijd om in de “huisbioscoop” de verplichte reclamefilmpjes te zien, verspilde tijd, maar het hoort er nu eenmaal bij. Vervolgens een wandeling van het hoofdgebouw door de wijngaarden naar de tempel, naar het heiligdom waar het druivensap geduldig in eikenhouten vaten ligt te fermenteren totdat de wijnmaker het tot wijn verklaart en er gebotteld kan worden. In de schemerige ondergrondse ruimte liggen de vaten in oplopende rijen rond de cirkelvormige vloer, als toeschouwers rond een Romeinse arena. Er heerst een buitengewoon serene sfeer, je gaat bijna als vanzelf fluisteren om de wijn in wording vooral niet te storen. De rondleidster vertelt dat de eikenhouten vaten na zeven jaar worden afgedankt en verkocht. Spontaan wens ik mijzelf een door de Malbec – mijn favoriete Argentijnse wijn - verzadigde eikenhouten vloer toe voor de zitkamer. Of zal ik alvast een kist laten maken om over een jaar of veertig mee in de crematieoven te worden geschoven, waarna er vervolgens een heerlijk naar Malbec geurende wolk uit de schoorsteen zal ontsnappen. Of misschien wel allebei. Na de rondleiding en het proeven volgt de lunch. Mooi restaurant, fijne ambiance, uitstekend eten en drinken. Er blijft maar net genoeg tijd over om in alle rust de Killka kunstcollectie te bekijken. Eigenaren die van beeldende kunst houden en kunst verzamelen hebben Salentein en Colomé – Donald Hess en Mijndert Pon heten ze - eveneens gemeen. Op Colomé zijn de eetzaal en de salon gedecoreerd met werken uit de Hess collectie, voor de Amerikaanse “licht” artiest James Turrell werd een museum op maat tussen de wijnranken gebouwd. De Killka collectie van Salentein bestaat uit hedendaagse Argentijnse kunst en een klein aantal Nederlandse doeken uit de 19e en 20ste eeuw. Die moet de banden tussen Nederland en Argentinië benadrukken, niet in het minst vanwege de nationaliteit van de eigenaar. Het is geen grote collectie, maar zoals met alles hier gaat het om de kwaliteit en niet om kwantiteit. Nederlandse molens, de Schreierstoren en zo in een kleine ruimte, de Argentijnen in de rest. Een schilderij met een omgekeerde kaart van Zuid-Amerika van de hand van Nicolás García Uriburu herken ik onmiddelijk. Mijn eerste kennismaking met zijn werk, tijdens een retrospectief in 2003 in het Centro Cultural Recoleta in Buenos Aires, heeft een bljvende indruk gemaakt. Alleen al door dat ene gekke ontwerp uit 1971 om het water van de Amsterdams grachten groen te kleuren en de met groen water uit verschillende steden gevulde flessen die als een bijzondere grand cru aan de man werden gebracht. In datzelfde jaar 2003 schilderde Carlos Gorriarena, inmiddels wijlen, “Sombras blancas – Witte schaduwen” dat voor mijn gevoel het Argentijnse hedonisme op een treffende manier verbeeldt. Een paar dat op hun badlaken in de zon op een strand opzichtig ligt te zoenen. De vrouw is gekleed in een klein bikinibroekje dat haar volle ronde billen lekker benadrukt, de uitdagende billen die als magneten de ogen aantrekken, het soort billen waar de Argentijnse man dol op is. Een puur Argentijns beeld dat me lang zal bijblijven. De besneeuwde bergtoppen en blauwe hemel op de achtergrond geven de beeldentuin een extra dimensie, met name het door het materiaalgebruik bijna transparante werk van drie langgerekte menselijke figuren, die veel weghebben van de steltlopers van het carnaval op het eiland Trinidad. De naam van de maker is me ontschoten, het beeld allerminst. “Ik heb mijn ijdelheid onder controle”, zei Mijndert Pon ooit in een interview. De enige plaats waar zijn naam is te vinden, is in heel kleine letters onderop de plaquette die bij de Capilla de la Gratitud - de Kapel van de Dankbaarheid staat. Het eenvoudige interieur ruikt lekker naar het amandelhout waarvan de banken zijn gemaakt. Met die geur in de neus rijden we terug naar Mendoza. Terug in de stad aandacht voor wat minder doorwrochte kunstwerken. De gaffiti in Mendoza moet worden vastgelegd, dat doe ik in vrijwel iedere stad die ik bezoek. Hier zijn het een Che met Salvador Dalisnor en een ode aan Diego Maradona “Gracias Dios” die opvielen. En een gekke pisbak, waarvan ik de betekenis absoltuut niet begrijp. De toegang tot het hotel wordt geblokkeerd door Harleys met Chileense en Argentijnse nummerplaten. De receptie staat vol met in leren pakken gestoken motorrijders, de deelnemers aan het Harley Davidsonweekeinde verzamelen zich. Met enige opluchting constateren mijn reisgenote en ik dat wij morgenvroeg op de bus naar Valparaíso stappen en zo aan het motorgeweld zullen ontsnappen. wordt vervolgd |