FRAGMENTEN VAN EEN VRIENDSCHAP (02082011) Vanmorgen, de dag na zijn begrafenis, loop ik tijdens mijn Alzheimerpreventiewandeling – veel bewegen zou de hersens jong en Alzheimer weghouden - langs het huis met nummer 79. Langs het raam van de kamer waar Arjan werd geboren, langs het huis dat toen werd bewoond door zijn grootouders. Het mini-appartement van zijn ouders was nogal aan de krappe kant voor een bevalling. Om in de jaren met grote woningnood de strikte voorwaarden voor een woonvergunning te omzeilen, was dat door het bouwbedrijf van zijn grootvader op het dak van een nieuw gebouw gezet en bij aangemeld als “dienstwoning voor de huismeester”, een rol die zijn vader noodgedwongen op zich had genomen. Daar boven op het dak ontmoette ik Arjan voor het eerst toen mijn ouders er op kraamvisite gingen. Dat was in augustus 1958. Het zou ruim 40 jaar duren voordat ik hem opnieuw zou zien, begin 1999 in Rio de Janeiro. Hij had zo zijn twijfels en annonceerde mij bij zijn vrienden als “mijn Oom”, hoewel we achterneven waren. Daar stonden we dan wat vreemd tegenover elkaar in Rio. Herkenning was geen probleem, hij had het gezicht van mijn Tante Froukje, zijn grootmoeder, en tot zijn opluchting was ik geen handyman op een booreiland. We konden het gelijk goed met elkaar vinden en dankzij Arjan was het gemakkelijk wennen aan Rio. Hij liet me de stad zien en we gingen naar de kapper met het mooiste uitzicht van Rio, hoog in Rocinha de grootste favela van de stad. En we bezochten exposities waar hij soms behoorlijk ongeduldig was. Arjan banjerde door de zalen en ik hoorde hem voor zich uit mompelen “gezien, leuk, gezien, die ken ik al, OK klaar!” om vervolgens tegen mij, in zijn ogen de treuzelaar, te zeggen “heb je het nou nog niet gezien?” De domste dat hij mij ooit heeft gevraagd was “of ik nog wat ruimte in mijn container had.” Zijn ouders waren kleiner gaan wonen en wilden van “de rotzooi” van zijn opa af. Spullen die Arjan perse niet kwijt wilde. Die verhuisden mee met mijn huisraad die van Nigeria via Rotterdam naar Brazilië kwam. Het ding stond op de kade in Rio toen er een enorme tropische bui viel. Hoewel de inklaarder tot vandaag aan toe volhoudt dat het ding hoog en droog stond, was ie toch vol met water gelopen. Toen de verhuizers met het uitladen begonnen, informeerde Arjan gelijk waar zijn kisten stonden, waarop de aardige Brazilianen geruststellend “niets aan de hand, maak je geen zorgen” antwoordden. Met in het achterhoofd de prettige gedachte van “dat zit wel goed”, nam hij foto’s voor onze verzekering van de door het water verziekte kleding, het verpeste beddengoed en al het andere dat onbruikbaar was geworden. De werkelijkheid bleek anders. De eerste kisten waren nog maar net bij hem thuis uitgeladen of Arjan hing vrijwel ontroostbaar aan de telefoon: de in die kisten verpakte spullen van zijn grootvader waren kletsnat geworden. Het allerergste was dat terwijl wij alles wat naar de knoppen was opnieuw zouden kunnen kopen, hij zijn onvervangbare herinneringen dreigde kwijt te raken. De hele avond legden we samen natte brieven, documenten en handgeschreven aantekeningen op en tussen oude kranten om te redden wat er te redden viel. Al doende kletsten we over Opa van der Meer, over zijn bedrijf van der Meer&Schoep en over andere familieleden. Die avond was het voorgoed gedaan met “mijn Oom” en werden we vrienden voor het leven. Iedere keer als we door Ipanema of Leblon reden, wees hij de mij de coberturas – de penthouses aan, die hij had of zou willen kopen maar nooit kocht. En hij had telefoonlijnen. Die waren schaars in het Brazilië van voor de privatisering en dus veel geld waard. Opeens had Arjan een gouden idee: 06 lijnen, hij zou er miljoenen mee gaan verdienen. Kleine advertenties in de dagbladen kondigden de mooiste meiden aan. Stevige billen, grote borsten, mulata’s met sensuele lichamen en “marcas de biquini”. Iets dat Braziliaanse mannen behoorlijk schijnt op te winden en naar de telefoon doet grijpen voor een “bate papo” een kletspraatje. De realiteit was volgt: in een kamer van zijn kantoor zaten een stuk of zes niet al te mooie meiden in een soort open telefooncellen met voor zich de beschrijving van de vrouw die ze volgens de advertentie geacht werden te zijn. Ik heb erbij gestaan dat de jongedames, die echt in de verste verte niet op hun “profiel” leken, een burger en patat zaten te eten als de telefoon ging. Dan schoten ze meteen in hun rol en begonnen geld voor mijn neef te verdienen. Hoe langer ze zo’n geile beller aan de lijn hielden, hoe meer het opbracht. Toch is hij er geen miljonair mee geworden. De telefoonmaatschappij die hem “een fortuin” schuldig was, betaalde niet. Het waren inkomsten uit immorele aktiviteiten en dat was nu eenmaal wettelijk verboden. Nadat ik zeker iets te lang niets meer van me had laten horen, stuurde je vorige maand een aanmaning: “Jacques, the Lonely Wolff. Laat eens weten wat je zo allemaal aan het doen bent. Je bent nu in Holland, dus hebt weer sociale verplichtingen. FF coördineren svp”. Kijk Arjan, daarom ben ik zo triest en teleurgesteld dat jij er zomaar tussenuit bent geknepen zonder je ff aan je eigen sociale verplichtingen te houden en zonder iets te coördineren. Je verjaarscadeau lag verdorie klaar en je was mijn executeur-testamentair. Vorig jaar wilde je weten hoe het zat met de instructies. “Op tafel ligt een envelop waarop “ARJAN, voor het geval dat” staat. Die open je en dan begint de puzzelrit”, vertelde ik je. Daar moest je toen erg om lachen. En nu zadel jij je vrienden op met jouw puzzelrit en ben ik zonder voorbereiding een regelneef geworden. Die twee onbetaalde boetes voor het overtreden van de maximumsnelheid zullen worden geseponeerd, dat is al ff geregeld. Dus met aanmaningen en zo zul je aan gene zijde niet worden lastig gevallen, je kunt in vrede rusten. |