BUENOS AIRES - VALPARAISO EN TERUG - 8 (20042011)

Zondag, 20 maart 2011. “La Sebastiana” heet het huis waarin Pablo Neruda woonde als hij in Valparaíso verbleef. Het ligt op de Cerro Bellavista – de Heuvel met het Mooie Uitzicht – en torent hoog boven de stad uit. ’t Is een modern huis dat in de buurt nogal detoneert, hoewel – toegegeven - er nog hoger op de heuvels foeilelijke nieuwbouw is en wordt gepleegd die veel erger uit de toon valt. Het stadshuis is heel anders dan het strandhuis van Isla Negra, de voorkeuren wat inrichting betreft zijn echter vrijwel dezelfde: comfortabel meubilair, een café aan huis, eigenzinnig gedecoreerd, op alle verdiepingen bewijzen van Neruda’s verzamelwoede. De in 1544 door Pedro de Valdivia gestichte stad, die in de 19e eeuw tot grote bloei kwam dankzij de scheepvaart door Straat Magellaan, lag uitgebloeid aan zijn voeten. Valparaíso was de belangrijkste havenstad langs de kust van de Stille Oceaan totdat in 1914 de veel kortere route via het Panamakanaal werd geopend en de gevaarlijke omweg rond de zuidpunt van Zuid-Amerika kon worden vermeden. De haven lag opeens buiten de gangbare zeeroutes en verloor daardoor haar strategische plaats. De haven- en commerciële activiteit holde achteruit met alle negatieve gevolgen vandien voor de lokale economie. De stad verlepte en het zou bijna honderd jaar duren voordat het echte opkrabbelen op gang kwam. Ruim nadat aan de overkant van de baai, in Viña del Mar, het nieuwe geld van de door dictator Generaal Pinochet geliberaliseerde economie een niet te stuiten bouwwoede had veroorzaakt.

“La Sebastiana” zou een door Rietveld ontworpen huis kunnen zijn qua kleuren, de raampartijen in de gevel en de ruimte en het licht van het interieur. Uiteraard ontbreekt Rietveld’s functionele meubilair, Neruda was nu eenmaal op comfort gesteld. Zo staat voor het raam van de salon een op maat gemaakte fauteuil met bijpassend voetenbankje. Het huis is tegen de heuvel opgebouwd, vijf verdiepingen hoog. De eerste twee etages doen niet meer mee, receptie, kantoorruimte en zo, de bureaucratie van de Nerudastichting eist haar eigen vierkante meters op. Het bezoek begint goed. De kaartjes verkopende mevrouw vraagt naar mijn leeftijd, die recht blijkt te geven op de toegangsprijs voor studenten en wat in Spaanstalige landen zo mooi de “tercera edad” heet. Mijn gezelschapsdame vindt dat ik dus op het studententarief naar binnen mag, zij verdient daar flink wat bonuspunten mee. De wanden op de begane grond en in het trappenhuis naar de eerste verdieping zijn bekleed met een kunstwerk dat werd gemaakt door vorige eigenaresse. Een mozaïek. Smalle trappen, weinig ruimte. De bezoekersaantallen vallen vroeg op de dag gelukkig mee, zodat iedereen alles redelijk rustig en goed kan bekijken. Op de tweede verdieping de ruime eetzitkamer en het huiscafé van de schrijver. Niet supergroot, maar met een geweldig mooi uitzicht en bijzondere decoratieve accenten, zoals het antieke draaimolenpaard en de open haard in de vorm van een pijp. De twee hoogste etages, waar zich respectievelijk de slaapkamer en de werkkamer bevinden, zijn stukken kleiner. Deze keer echt de Haven van Rotterdam. Een antieke kaart van de havenmond van lang geleden, met het in de vorige eeuw door de niets ontzienende havenuitbreiding opgeslokte eiland Rozenburg, Goeree en Voorne Putten als eilanden pré Deltawerken en zonder Maasvlakte en, als klap op de vuurpijl, de Burcht van Oostvoorne. Een kort nostalgisch moment omdat ik ooit in een huis aan de burchtgracht woonde met “de Burcht”, waarin Jacoba van Beieren, Gravin van Holland, in de 15e eeuw af en toe verbleef, als het ware in mijn achtertuin. In de voortuin van “La Sebastiana” staat alleen maar een metalen chaise longue met het profiel van Neruda, je kunt daar even tegen hem aan leunen of desgewenst tegen hem aankletsen. Op een reactie hoef je ook hier echter niet te rekenen.

We negeren het “met de taxi terug” advies en dalen – kennelijk met gevaar voor eigen leven - te voet de Cerro Bellavista af in de richting van de kerk van de Carmelieten, een streng gesloten gebouw dat volgens de buurtbewoners nauwelijks meer wordt gebruikt. Met de taxi zouden we het Museo a Cielo Abierto – het Museum onder de Blote Hemel hebben gemist, nu wandelen we er doorheen. Geen traditioneel museum, het bestaat vooral uit muurschilderingen, tot kunstwerk verheven lantarenpalen en in gevels gemetselde tegels met poëtisch bedoelde versregels. Aardig, maar niet meer dan dat. We worden meerdere keren gewaarschuwd om vooral geen gebruik te maken van de voor voetgangers aangelegde smalle steile trappen die hoger gelegen straten met de lagere verbinden, alwaar je als buitenlandse toerist met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal worden beroofd. Hoewel je zo’n goed bedoeld advies natuurlijk niet met een korreltje zout moet nemen, eerbiedigen de straatrovers de zondagsrust en laten ons ongemoeid. Na het dalen begint in Valparaiso onvermijdelijk het klimmen weer. Klimmend naar ons hotel lopen we langs een eerbewijs van de Jonge Socialisten aan Salvador Allende: “Voor ons betekent de Revolutie niet vernietigen, maar opbouwen!” Voordat dit goed en wel begonnen was, werd de democratisch gekozen president door de Chileense luchtmacht al weer uit het presidentiële paleis gebombardeerd. Voor het huis ernaast een installatie bestaande uit twee gestapelde televisietoestellen met op de schermen de waarschuwing: “APAGA LA TELE, VIVE TU VIDA – DOE DE TELEVISIE UIT, LÉÉF JE LEVEN”. Helemaal eens! Heuvel op, heuvel af, heuvel op tot aan het recent gerestaureerde Palacio Babaruzzi, waarin het Museum voor Schone Kunsten is gevestigd. Het museum is al gesloten, dus moeten we ons tevreden stellen met het mooie art nouveau exterieur en het uitzicht over de baai.

wordt vervolgd