|
IN DE GEBOORTESTAD VAN CHE (10052011) Rosario, de stad waar Ernesto “Che” Guevara in 1928 werd geboren, 73 jaar later. Zonder bijna een woord te hebben gezegd, komt op een vraag in het Spaans het antwoord: “Ik spreek geen Engels, alleen maar Spaans”. Geen wonder dat In de ogen van de Porteños, de inwoners van Buenos Aires, Rosario niet meer is dan een “ciudad en el interior” oftewel een provinciestad. Na Córdoba wel de op één na grootste provinciestad van het land met bijna 1.3 miljoen inwoners, maar toch een provinciestad. Het bewijs werd zojuist geleverd. Het appartement waar “El Che” de eerste maanden van zijn leven heeft gewoond, ziet er buitengewoon burgerlijk en saai uit. Niet echt een plek die tot revolutionaire gedachten, laat staan tot acties, inspireert. “LA ROSARIO” COM?AÑIA DE SEGUROS staat met grote letters in de gevel van nummer 480 van de Entre Riosstraat gehakt. Ergens op een hogere verdieping geeft een niet al te jonge vrouw de geraniums water, zou hij daar hebben gewoond? Aan de overkant hangen lichtbakken met de beeltenis van Che die klanten naar Hostel Guevara moeten lokken. Een blok terug, op de Plaza de la Cooperación, een meer dan levensgrote en matig lijkende afbeelding van de doorleefde kop van Che. Wat een afgang. Het betonnen pleintje zou een eerbewijs moeten zijn aan “de man uit Rosario die streed voor een rechtvaardiger en betere maatschappij” in een tijd toen dat eigenlijk niet al te zeer op prijs werd gesteld. Die kleinburgerlijkheid straalt het dan ook uit, ondanks dat de door sloop van een gebouw vrijgekomen ruimte ook nog eens tot “Espacio Cultural Che Guevara” is gebombardeerd. Die ene slonzige zwerver die er vroeg in de ochtend gehuld in een wolk van marihuanarook op een stenen bank op zijn gemak high zit te worden, doet nauwelijks “cultureel” aan. Tsja, Che was heel lang een schoolvoorbeeld van de profeet die in eigen land niet wordt geëerd. Zelfs zijn naam mocht jarenlang niet in het openbaar worden genoemd of gepubliceerd, een lot dat in diezelfde tijd overigens ook Juan Domingo en Evita Perón was beschoren. Onderweg naar het beeld dat in 2008 ter gelegenheid van Che’s 80ste geboortedag vlakbij het oude spoorwegstation aan de andere kant van de stad werd opgericht, af en toe wat graffiti die de revolutionaire kwalificaties van de hedendaagse Rosarinos moet onderstrepen. Zij het heel erg dunnetjes. Rond een portret van Hitler die zichzelf door het hoofd schiet staat: “kleine suggestie aan de klootzakken: VOLG HET VOORBEELD VAN JULLIE LEIDER”. Kan er mee door. Ludiek is dat naast de neonverlichting op de gevel van confitería La Victoria, de woorden “hasta” en “siempre” zijn gespoten, zodat er nu “hasta la Victoria siempre” op de winkelpui staat. Een beroemde uitspraak van El Che. Twijfelachtig is het opleuken van de portretten van de kandidaten voor de voorverkiezingen van volgende maand met rode clownsneuzen, Dalisnorren en hakenkruizen. Intrigerend is de inspanning van de Juventud Guevarista die met sjablonen de herinnering aan Mario Roberto Santucho levend probeert te houden - “SANTUCHO VIVE” - terwijl er niet veel zichtbare moeite wordt gedaan voor hun grote inspirator. Waarschijnlijk omdat het dit jaar 35 jaar geleden is dat uiterst links georiënteerde activist Santucho, die in het verzet tegen de militaire dictatuur zat, werd neergeschoten. Het niet al te imposante beeld van Che staat er verloren bij aan de rand van een park, dat heel erg weinig van een park weg heeft. Dit is vast een rangeerterrein geweest, Che staat onverschillig stoer met zijn rug naar het voormalige station Rosario Central toe, de rails ligt hier en daar zelfs nog onder het gras! De in natuursteen gegraveerde teksten op de sokkel zijn bekrast en met verf “behandeld”, de hoeken zijn er af geslagen. Eén van de teksten is nog net leesbaar: ”Eerste bronzen monument ter ere van Ernesto “Che” Guevara. Tot stand gekomen dankzij de ondersteuning door 14.757 personen, die bij stemming hebben gekozen voor plaatsing ervan in Rosario”. De blinde fabrieksmuren langs de verre kant van het terrein worden opgefleurd met Che verheerlijkende muurschilderingen. De beeldentuin in het park is door vandalen onder handen genomen. De uit flinke brokken natuursteen gehakte sculpturen zijn of van de sokkel gerukt, of beschadigd en/of met verf bespoten, enig respect voor deze aan Che opgedragen “espacio cultural” is ver te zoeken. Aan de voet van het kolossale Monumento a la Bandera ligt de BarVip, een gezellig café-restaurant. “Van de vader van Lionel Messi”, meldde de mevrouw van de VVV toen we informeerden waar in de buurt bier van de tap werd geschonken. Hoewel we iets terug mompelen in de geest van “die is toch al rijk genoeg” komen we er uiteindelijk toch terecht. De wereldvoetballer van het jaar is het evenbeeld van zijn vader Jorge, die net doet of hij hier werkt, maar hoofdzakelijk met bekenden of die zich als zodanig voordoen staat te keuvelen. Gelukkig is er niets, maar dan ook helemaal niets in het interieur of het terras dat aan voetbal of de uit Rosario afkomstige Messi herinnert. De “mozo” – de ober, die ons Nederlands hoort spreken, beweert van Nederlandse afkomst te zijn. Zowel mijn reisgenoot als ik doen vreselijk ons best om zijn naam te verstaan en besluiten uiteindelijk dat hij Boekhout of iets dergelijks heet. Een dag later zal het huis van Messi’s oudere broer Matias worden beschoten. Alle Argentijnse tv-zenders en kranten besteden daar erg veel beelden en woorden aan en het bericht verschijnt zelfs in de internationale pers. En het is nog niet eens komkommertijd. wordt vervolgd |