DE TOREN VAN BABEL (26052011)

De bouw van de Toren van Babel op de Plaza San Martín in Buenos Aires is op een oor na gevild. De bouwplaats ligt er nog wat slordig bij, maar dat is slechts een kwestie van een paar dagen. Wat rest is het afvoeren van de overbodige bouwmaterialen die deels al in dozen verpakt aan de achterkant van de toren klaar staan. De door de Argentijnse beeldend kunstenares Marta Minujin ontworpen toren zal niet tot in de hemel reiken zoals de bijbelse Toren van Babel, die door de eeuwen heen een inspiratiebron was voor al zoveel kunstenaars. Het bouwwerk is slechts een meter of dertig hoog en valt in het niet bij de glimmende kantoortoren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het emblematische Edificio Kavanagh, in de jaren dertig van de vorige eeuw de hoogste wolkenkrabber van Zuid – Amerika. Hoewel, met Marta Minujin weet je nooit hoe hoog “hoog” dan wel is. Levendig herinner ik me een incident uit de zuidelijk halfrond zomer van 2004 dat plaats vond op Ezeiza, het internationale vliegveld van Buenos Aires. De hoogblonde of hooggeblondeerde kunstenares, ik ben vrijwel overtuigd van het laatste, wilde bij de controle haar paspoort uit haar handtas halen en liet die vallen. De inhoud viel op de vloer, waarop de te hulp gesnelde overheidsdienaren zomaar wat verdachte pakketjes ontdekten die, eenmaal geopend, cocaïne leken te bevatten en ook nog wat pilletjes voor de pep. Minujin werd gearresteerd voor drugsmokkel en na een nacht in de cel voorgeleid. De toen 63 jarige kunstenares bekende verslaafd te zijn en de drugs voor persoonlijk gebruik bij zich te hebben. In tegenstelling tot veel landen waar bekende personen worden geacht het goede voorbeeld te geven en waar ze onder gelijke omstandigheden extra hard zouden worden aangepakt, was de Argentijnse rechter bijzonder mild. Zou hij een kunstliefhebber zijn? Een bewonderaar van haar werk misschien? Hoewel het bezit en gebruik van cocaïne in Argentinië net zo verboden is als elders, oordeelde de rechter dat de verslaafde Marta niet verplicht hoefde af te kicken en eigenlijk niets had misdaan. Het had allemaal niets om het lijf, de drugs waren immers uitluitend voor persoonlijk gebruik bedoeld? Een dag later kon ze alsnog op het vliegtuig stappen en haar reis vervolgen. Vandaar dat je nooit weet hoe hoog “hoog” bij haar is.

Middeleeuwse schilders zoals Pieter Bruegel de Oude hielden zich bij het verbeelden van de Toren van Babel behoorlijk goed aan de tekst van het bijbelboek Genesis: “Laten we van klei blokken vormen en die bakken in het vuur.” Die kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. Ze zeiden: “laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt.” Op het schilderij dat in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen hangt, is dat goed te zien. Een uit de kluiten gewassen stenen gebouw van niet eens al te veel verdiepingen, ik tel een stuk of 10 heel erg hoge, bijna stad op zich. Langs de buitengevel lijken straten naar boven te lopen, als je goed kijkt zie je mensen als mieren werken aan de toren. Heel suggestief hangen er wat wolkjes rond de bovenkant, die hier beslist niet als laaghangende bewolking zijn bedoeld, eerder om aan te geven dat het bouwwerk de hemel al bijna had bereikt. De bouw van de toren was uiteindelijk de aanleding tot de Babylonische spraakverwarring, hetgeen in hetzelfde bijbelboek wordt beschreven: “Dit is één volk en ze spreken allemaal dezelfde taal, dacht de Heer, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat zij elkaar niet meer verstaan. De Heer verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt.” Marta Minujin heeft zowel de bouw van de toren als de gevolgen daarvan – een veelheid van talen – mooi in één enkele driedimensionale installatie verwerkt.

In de schaduw van het standbeeld van “El Libertador” Generaal San Martín – de Argentijnse Vader des Vaderlands - waar ieder bezoekend staatshoofd geacht wordt een krans te leggen, is een toren van steigerpijpen gebouwd. De vorm van de stukken kleinere toren herinnert sterk aan die op de klassieke afbeeldingen. Qua afmetingen zou deze toren er een maquette van kunnen zijn. Erg origineel is dat de kunstenares de Babylonische spraakverwarring verbeeldt door middel van een “gevelbekleding” van 30 duizend boeken in vele talen. De helft werd geschonken door diplomatieke vertegenwoordigingen, uiteraard geschreven in hun taal, de rest gedoneerd door burgers en lokale bibliotheken. Zo viert de stad Buenos Aires dat ze dit jaar de UNESCO Wereldhoofdstad van het Boek is. De boeken zijn in plastic mappen gedaan – type schoenenzak voor kleinbehuisden - waardoor de toren dankzij de veelkleurige omslagontwerpen een uiterst fleurig uiterlijk heeft gekregen. Vanachter de afzetting lukt het mij om wat Nederlandstalige boeken te ontdekken én om te ontdekken dat de vaderlandse bezuinigingen op cultuur tot in Argentinië zichtbaar zijn. Weinig gerenommeerde titels, behalve Max Havelaar, de rest vrijwel zeker niet eens goed genoeg om bij de Slegte in de schappen terecht te komen. Zo zijn er naar het Nederlands vertaalde zelfhelpboeken en thrillers tot en met titels als “Folteren en andere obsessies”, “Familievlees”, “Vliegende Kiep” en Walther Donner’s “De laatste prijs” dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de Allochtonen Boekenweek 2001. Gelukkig hebben de Argentijnen niet door dat de Nederlandse bijdrage vooral uit boeken bestaat die op het laatste nippertje uit de papiercontainer werden gered. Gelukkig maar.