TERUG VAN WEGGEWEEST – 14 (31052011)

Terug van weggeweest is “Ouderdomsarmoede” het eerste nieuwe woord dat aan mijn vocabulaire wordt toegevoegd. “In Nederland wordt de rollator nog steeds door de staat betaald, maar elders in Europa neemt de verpaupering van oudere burgers al wel ernstige vormen aan”, zo schrijft de tv-recensent van de NRC na een Duitse documentairete hebben gezien over ouderen die nauwelijks kunnen rondkomen van pensioen of uitkering. De verpaupering begint dus als je rollator niet gratis wordt verstrekt. Een bitter vooruitzicht voor hen die tijdens de naoorlogse geboortegolf het levenslicht zagen en nu met pensioen gaan. Of rollators en die krankzinnige scootmobiels, vanwege de vaderlandse hang naar gezelligheid bestaan daar zelfs tweepersoons versies van, nog lang met gulle hand zullen worden uitgedeeld, is de grote vraag. Gouden handel moet het zijn. Tot en met de HEMA heeft ze in de aanbieding, model Z400E Migo nog wel: “Opvouwbaar. Met stalen frame inclusief zitplank, dienblad, draadmand en stokhouder. Ideaal voor personen van 157cm tot 195cm en tot 130 kilo. Handgrepen in hoogte stelbaar. Zithoogte 61cm. prijs €75”. Wanneer die hebbedingen in de mode kwamen, weet ik niet meer. Na een paar jaar afwezigheid waren ze er zomaar. In de vele buitenlanden waar ik heb gewoond, zie je die dingen haast nooit. Of zouden daar veel minder mensen met westerse welvaartsziektes of gebreken wonen? Of met een minder gul sinterklazende overheid?

Het tweede nieuwe woord is “ecotaxi”, 30% voordeliger door de millieuvriendelijke en goedkopere brandstof. Ik bestel er een om me naar huis te laten brengen op een tijdstip dat het vaderlandse openbaar vervoer op één oor gaat,. Gelijk na middernacht dus. De taxi arriveert keurig op tijd, het is echter niet de geel met groene stippen gekleurde ecotaxi, maar een gewone zwarte. De chauffeur bekent het onmiddelijk, zegt dat er pas zes van die taxi’s zijn, maar dat ik uiteraard wel voor het ecotaxitarief zal worden vervoerd. Om vervolgens de hele rit te jammeren dat dit hem een klap geld kost. Om dat in te wrijven laat hij de meter lopen om te laten zien dat het afgesproken tarief veel te laag is om zijn kosten te dekken. Dit soort gezeik doet mij absoluut niets en dat vertel ik hem ook. Het mag niet baten. “Ja, ik geef u natuurlijk groot gelijk, ik zou hetzelfde doen. Maar ja het kost MIJ wel geld”. Gelukkig is er weinig verkeer en ben ik thuis voordat ik het weet. Een fooi? Nee, dat zit er niet in na dat gezeik. Of is dat tegenwoordig met een “s” en een “ij”? Ik weet zeker van niet, maar een “officieel” bord vlakbij huis had me even aan het twijfelen gebracht. “UITGANG ANDERE ZEIDE” stond erop. Moet dat geen “zijde” zijn? Of stukken gemakkelijker “andere kant”? En wat gezeik betreft, kwam ik zowaar een origineel nieuw verbodsbord tegen in het portiek van een huis aan de “andere zeide” van de straat. Er werd daar zeker te vaak wildgeplast – ik herinner me dat in het pand ernaast een klandestiene wietkwekerij zat – vandaar. Die bewoners moeten zich zo afgezeken hebben gevoeld, dat het hen tot het “verboden te pissen” bord heeft geïnspireerd.

Opeens denk ik een rol te spelen in een alternatieve versie van de Spaanse minifilm “036” waarin extreme bureaucratie en de daarmee vol overgave collaborende ambtenaren te kijk worden gezet. Van de belastingdienst ontving ik een WOZ aanslag met een zwaar verminkte achternaam, het juiste huisadres, doch zonder postcode en woonplaats. Gewoon Argentinië, punt uit. Daar wonen weliswaar ruim 40 miljoen andere mensen, maar dat komt vast wel goed denken de ambtenaren van het grote dorp Rotterdam, dat zich zo graag als “wereldstad” afficheert. Wonder boven wonder werd de groene envelop een paar weken na dagtekening zowaar bezorgd. Toch heb ik mijn adres jaren geleden keurig schriftelijk doorgegeven, zelfs overschrijven kan een behoorlijke opgave zijn. Via het internet blijkt het onmogelijk correcties door te geven, dus had ik mij voorgenomen even langs te gaan als ik in de buurt zou zijn. Nadat de achttien wachtenden voor mij aan de beurt zijn geweest, mag ik naar Balie 6. De uit een voormalig rijksdeel overzee afkomstige mevrouw vraagt vriendelijk waarmee ze mij van dienst kan zijn. Het corrigeren van onjuiste gegevens dus. Zonder ergens naar te kijken of ook maar één seconde na te denken antwoordt ze: “Dan moet u een bezwaarschrift indienen!”. “Mevrouw, ik heb geen bezwaar tegen de aanslag”, probeer ik, “mijn naam staat is verkeerd en mijn woonplaats ontbreekt, dat wil ik graag rechtzetten!” “Toch moet u een bezwaarschrift indienen”, houdt ze vol. Ik ben zowat met stomheid geslagen en moet een desperate indruk maken, want ze vraagt “Laat eens zien” en ontdekt dat dit wel eens een kleine moeite zou kunnen zijn. Nu blijk ik onvindbaar met de gegevens van het meegebrachte document van diezelfde gemeente. Volgt navraag bij een collega, die haar op een code wijst en ik besta weer. Een hele opluchting. Nee mevrouw, mijn achternaam schrijf je zo en niet zoals het daar staat. En, nee mevrouw, Argentinië is niet de stad, maar het land waar ik woon”. Mevrouw schrijft alles op een formulier en vraagt of het zo goed is. Als bewijs dat ik ben langs geweest voor een adreswijziging geeft ze me een ontvangstbewijs met stempel en datum. Eind goed, al goed? Een paar maanden later ontvang ik een brief met hetzelfde foute adres: “De van u ontvangen machtiging tot automatische afschrijving is helaas niet ondertekend en/of niet voorzien van een rekeningnummer”. Dat is, herinner ik me, het formulier dat ik bij Balie 6 had achtergelaten om mijn naam en adres te wijzigen.....