COPACABANA IN BUENOS AIRES (19102011)

Ze waren me niet eerder opgevallen, die onbemande keurig in het gelid staande muzieklessenaars in het parkje tegenover het Teatro Colón. Toen dat wel gebeurde stonden ze er in het schemerdonker wat schimmig bij, het hek van het parkje zat al op slot. Van wat dichterbij bekijken zat er niet in. Op een doordeweekse dag is dat onbegonnen werk, teveel verpozende mensen die het zicht belemmeren. Zoiets moet je op een zaterdag even na het middaguur doen of op een zondag, dan is het er rustig en staat de zon precies goed om foto’s te maken. De verkeerschaos onderweg komt als een grote verassing. Niet dat ik daar als voetganger veel last van heb, maar toch. Op een zaterdag verwacht je niet de werkdagtoestanden van demonstraties voor of tegen van alles en nog wat, die wegen en kruisingen blokkeren. Op de vrije dagen, in het weekeinde en tijdens de vakanties heeft ook de Argentijnse demonstrant vrijaf. De trottoirs dichter bij de Avenida 9 de Julio zijn een verzamelplaats van kleurig geklede mensen én een openbare kleedkamer voor hen die zich nog kleurig aan het kleden zijn. De ruiten van de winkels en kantoren dienen als spiegels. Het zijn duidelijk geen Argentijnen: klein van stuk, gitzwart haar, geen blanke huid te bekennen. Het blijken Bolivianen te zijn. “En wat vieren jullie vandaag?”, informeer ik. Dat is iets teveel van het goede. Volgens de ene Boliviaan gaat het om de nationale feestdag, maar welke weet hij niet, volgens een ander wordt 12 oktober gevierd, de dag van de ontdekking van Amerika door Columbus. Hoewel het vandaag al de 15e is. Volgens een van mijn buren zal het wel “om de een of andere heilige gaan”. Dat klopt, de naamdag van de Maagd van Copacabana wordt vandaag gevierd.

De Maagd, de beschermheilige van Bolivia, wordt geëerd met een urenlang defilé van de Boliviaanse gemeenschap die in en rond Buenos Aires woont. Dat zijn er ongeveer net zo veel als het inwonertal van de stad Utrecht: 300.000! Na een half uur langs de kant te hebben gestaan, is de routine me zo’n beetje duidelijk. Er defileren groepen die geheel uit vrouwen bestaan of geheel uit mannen en er zijn wat gemengde groepen waarin de vrouwen voorop gaan en de mannen volgen. Bij de meeste groepen lopen wat kortgerokte mooie jonge meiden op de eerste rij, die nemen als dansmariekes het voortouw. Ze worden gevolgd door 10 tot 20 rijen van een tiental gelijk geklede oudere dames en/of een even groot aantal stoer geklede mannen die op hun beurt gevolgd door een rommelig orkest dat ietwat slome muziek speelt. Op korte afstand volgt de volgende groep. Die hebben anders gekleurde, doch ongeveer dezelfde kleding aan en doen precies hetzelfde als de net gepasseerde groep. Het is een continue herhaling van zetten. De vrouwen dragen een zwart bolhoedje met een medallion van de Maagd van Copacabana erop, over hun blouse dragen ze een gebreide, een gehaakte of een geborduurde schouderdoek, de wijde lange rokken bestaan uit meerdere lagen. In hun ene hand hebben ze een ratel, in de andere een Boliviaans vlaggetje. Een schuifelpasje naar rechts, een schuifelpasje naar links, pasje rechts vooruit, pasje links vooruit, met de klok mee half in de rondte draaien, al ratelend tegen de klok in half in de rondte draaien en weer van voren af aan. Tijdens het draaien klokken de rokken breeduit en zien de vrouwen er eventjes uit als een ouderwetse theemuts.

De meerderheid van de mannen draagt een wit pak waarin veel plastic is verwerkt, het wekt bij mij de indruk dat ze zich opmaken voor een maanwandeling. Hoewel de felgekleurde langwerpige veren die ze dragen anders doen vermoeden. In hun rechterhand dragen ze een masker voorzien van een bolhoed en veren. In de andere hand het obligate rateltje, dat nogal lullig afsteekt bij die macho pakken, of een soort scepter die is bekroond met een baardig doodshoofd met pijp. “Een mengsel van vooroudersymbolen en van de Spaanse conquistadores”, vertelt iemand me op verontschuldigende toon. Op de ratels, op de bolhoeden van de maskers, op de pakken staan de naam en het logo van de groep. Vooral stoere namen: Fanaticos, Magnificos, la Nueva Elegancia, Los Intocables – the Untouchables waarvan de band van die lange leren maffiajassen aanheeft en ...... los Rebeldes die prominent de kop van de in Bolivia vermoorde Che in hun logo hebben. En dan de dansmariekes. Kleurige jakjes, korte rokjes, kniehoge laarzen met plateauzolen, een koket hoedje, de kleuren van de kleding in hun lange vlechten gevlochten met onderaan een pluimpje. Wat zien ze er verrukkelijk uit! En dan dringt zich de trieste gedachte op dat ze er over een aantal jaren net zo onaantrekkelijk, vermoeid en dik uit zullen zien als de vrouwen voor wie ze nu uitdansen.

Ondanks het oponthoud dat de Maagd van Copacabana heeft veroorzaakt, bereik ik alsnog het parkje met de 36 lege muzieklessenaars. Een tijdelijke kunstwerk van Carlos Gallardo met de titel “A toda orquesta II“. Op iedere lessenaar, al was het bladmuziek, ligt een stuk gras. De installatie verbeeldt een virtueel orkest dat een dialoog voert met de geluiden uit de natuur. Waarom die hier nog staat, is wat raadselachtig, want het werd anderhalf jaar geleden voor slechts drie maanden geplaatst. Gallardo overleed in 2008, het gras op de lessenaars is verdord, de geluiden uit de natuur bestaan hoofdzakelijk uit verkeerslawaai. De lessenaars beginnen hier en daar al wat te roesten waardoor, zo vermoed ik, het virtuele orkest over een poosje vanzelf een natuurlijke dood zal sterven.