|
NAAR OVERAL EN NERGENS (09072011) Ondanks de mooiweerbeloftes van de Vlaamse metereologen regent het in Brugge, toch valt de vroege ochtendwandeling niet in het water. Van het historisch centrum weg wandelend, ontdek ik hoog in de gevel van een huis een Mariabeeld onder een uit hardsteen gehakte baldakijn en nog één, en nog één. Welgemeende devotie of was het verplicht in dit deel van de stad zo’n beeldje in de gevel te hebben? “WEES GEGROET MARIA”, “AVE MARIA”, “ALLES VOOR JESUS ONZE LIEFDE-KONING” staat er onder een paar. Maar onder de meeste staat niets. De Karmelietenkerk aan de Ezelstraat heeft een stoere klokgevel, gisteren zag ik er ook al één in het Zeeuws-Vlaamse Sluis. De oorsprong van de Kaaps-Hollandse gevels in Zuid-Afrika moet haast wel in de 17e eeuwse Zuidelijke Nederlanden worden gezocht. De Bruggelingen hebben niet veel op te biechten, slechts twee van de zes biechtstoelen zijn in gebruik. Op de ene staat op een verlicht schermpje “AFWEZIG”, op de andere hangt een briefje “P. Jan hoort biecht in de speelkamer in het klooster de zaterdag voormiddag”. Voor niet katholieken blijft het wat vreemd dat Pater Jan je namens onze Lieve Heer de zonden kan vergeven. En wat moet men zich in de door pedofilie geplaagde katholieke kerk voorstellen bij “de speelkamer”? Wij Calvinisten dragen al onze zonden mee tot aan het laatste oordeel en laten ons niet door de ongetwijfeld zeer vergevingsgezinde Pater Jan de speelkamer inlokken. Onderweg naar Kemzeke, vlakbij Antwerpen, passeren we de in Sijsele een militair terrein waarvan de poort nogal aan die fameuze van Auschwitz doet denken. Qua constructie dan. Op vrijwel dezelfde manier als “ARBEIT MACHT FREI” staat er “51 Bn Log” boven de ingang. Een half uur later wordt in de expositieruimte van de Verbeke Foundation – voorheen de loods waar Verbeke zijn containertrucks parkeerde - nogmaals naar Auschwitz verwezen met het ludiek bedoelde: “AR...T MACHT FREI”. Een onverwachte coïncidentie. Geert Verbeke is geïnteresseerd in experimentele kunst en besteedt daar veel tijd en geld aan. Als bezoeker moet je hier op alles zijn voorbereid. Niet voor niets staan er in de donkere gang van de entree twee stationslichtbakken die de arriverende bezoeker de optie bieden naar PARTOUT of NULLE-PART te reizen, oftewel naar OVERAL of NERGENS. OVERAL uiteraard, te beginnen met de eindigheid van het leven. Bijzondere op bestelling gemaakte Ghanese doodskisten van Kane Kwei: een haan, een slak, een cacaovrucht, een op een raket lijkende ui, een adelaar. Iedere kist uit zijn timmermanswerkplaats is een verwijzing naar het beroep van degene die erin begraven zal worden. Kleurrijk en mooi zijn die tot kunstwerken verheven kisten. Ernaast een lange zaal gevuld met tientallen grafstenen, een installatie van Jan Fabre. In sommige stenen is de naam van een uitgestorven plant of dier gebeiteld. Bewust slordig gestapeld liggen hier tonnen in gewicht en geld, het zegt me niet zo veel. In de buitenruimte een sympathieke oorlogsbegraafplaats, een installatie van Roger Claessens. De eerste de beste steen heeft het opschrift “ALFREDO PIAZOLA – ISLAS MALVINAS 1964 – 1982”, de oorlog die ik in Engeland wonend min of meer aan den lijve ondervond en naderhand in Buenos Aires van de andere kant zou leren kennen. Die fanatieke kop van Margaret Thatcher, die nationalistische propaganda en het gebral dat experts uit eerdere oorlogen tot kleine jongens degradeerde, zal ik niet snel vergeten. Wat was ik opgelucht toen de oorlog voorbij was. Tien jaar voordat de oorlog om de Falkland Eilanden uitbrak, reisde Wim Gijzen door Nederland om van ieder van de toen bestaande 863 gemeenten het plaatsnaambord te fotograferen, verder kocht hij in iedere gemeente twee dezelfde ansichtkaarten waarvan er één werd verzonden naar de sponsor van het project, de Rotterdamse Kunststichting. Tenslotte maakte Gijzen een foto van de winkel waar hij de kaarten kocht en de brievenbus waar hij de kaart postte. Naderhand werden de foto’s en de voor- en achterkant van de kaarten volgens een vaste lay-out ingelijst. En hier hangen ze dan allemaal op een lange muur, het recente verleden gedocumenteerd. Dankzij de gemeentelijke herindeling zijn er veertig jaar later nog maar 418 gemeenten over. De beeldend kunstenaar als geschiedschrijver. Wanneer Gijzen op pad ging, was zijn doel om 15 gemeenten per dag aan te doen en als dat lukte beloonde hij zichzelf met een grote Havana. Zo vertelt hij later op de avond net over de grens in Noord-Frankrijk. Halverwege pauzeren we in het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Net op tijd! Tegen het eind van het jaar wordt begonnen met de renovatie en dat betekent het einde van een ietwat gedateerde, maar daardoor juist zo charmante presentatie van de collectie. De directie vindt dat er verhalen moeten worden verteld die het voor de bezoeker makkelijker maken om het hedendaagse Afrika te begrijpen. Dat zal vorm krijgen in drie parcoursen: geschiedenis, millieu, samenleving en cultuur. Hoe het gaat worden, kan vast worden beleefd in de zalen van de expo “Congostroom”, waar door het uitbundige gebruik van multimedia de tentoongestelde objecten secundair zijn geworden. Krijsende wilde dieren, zingende vogels, ruisend en watervallend water, menselijke stemmen, beeldschermen en jungledecors doen tegelijkertijd moeite om de aandacht van de bezoeker af te leiden. Quelle horreur! De dag eindigt in de Ermitage van Saint Walfroy zoals die in Brugge begon: tussen de heiligenbeelden. In een kerkje dat sereen op een heuveltop in de Franse Ardennen ligt, speelt een Nederlands trombonesextet “Obladi oblada” van de Beatles voor het altaar waar over een paar uur de mis wordt gelezen. Hoewel het dan best wel eens minder gezellig en minder druk zou kunnen zijn. |