VAN B NAAR A (22022012)

Onderweg van B naar A, van Buenos Aires naar Arnhem. Van de hoofdstad van Argentinië naar de hoofdstad van Gelderland. Voor de tweede keer in weinig dagen neem ik een internationale vlucht, voor de tweede keer in weinig dagen ga ik enigszins teleurgesteld in mijn vliegtuigstoel zitten. Niet omdat het inchecken of de andere bureaucratie tegenzaten, het ging juist erg vlot. Nee, wat me tegenviel was dat ik de sinds kort in dienst getreden Argentijnse dollarsnuffelhonden niet in actie had gezien, iets waar ik zo naar had uitgekeken. Deze nouveauté werd eind vorig jaar, vlak voor de zomervakantie op het zuidelijk halfrond, met veel tamtam door de autoriteiten gepresenteerd. In plaats van drugs of zo die worden binnengesmokkeld, zijn de honden afgericht om dollars op te sporen die het land worden uitgesmokkeld. Een ontmoedigingsbeleid om kapitaalvlucht tegen te gaan lang nadat iedereen die flinke hoeveelheden geld in het buitenland wilde stallen, dat al had gedaan. Zoals zo vaak is de kleine krabbelaar nu de lul, hetgeen duidelijk is af te leiden uit de bedragen die dankzij de snuffelende honden worden gevonden: 50duizend dollars de ene keer, een ton dollars de andere. De miljarden die eerder de grens overgingen blijven uiteraard ongemoeid, net zoals de politici die schaamteloos hun vermogen verveelvoudigen terwijl ze een publieke functie vervullen en uitsluitend en alleen dankzij die functie. In de meeste landen hebben ze daar een woord voor: corruptie. In het buurland Brazilië wordt de ene na de andere hoge functionaris om deze reden de laan uitgestuurd, bij hun zuiderburen gaat het feest schaamteloos verder. Argentinië lijkt steeds meer op een ander land waar ik lang heb gewoond: Nigeria. Dat land stond jarenlang bovenaan in de Corruption Perceptions Index van Transparency International. Argentinië is sinds in 2010 in dezelfde corruptiecategorie ingedeeld als Nigeria: de op één na laagste. Of beter gezegd: de op één na ergste.

Een intermezzo in Rotterdam of Circus Rawterdam zoals de stad tijdelijk door de organisatoren van de RAW Art Fair is herdoopt. Een kunstbeurs gestart door galeriehouders die werden geweigerd voor de “gevestigde” beurs Art Rotterdam en uit boosheid daarover voor zichzelf zijn begonnen. Raw Art heeft onderdak gevonden in één van de twee op herontwikkeling wachtende Fenixloodsen op Katendrecht. Die zijn sinds een paar dagen door een brug over de Rijnhaven verbonden met de kop van de Wilhelminapier, daar waar Hotel New York staat. Officieel heet de verbinding de Rijnhavenbrug, maar in de volksmond is het “de Hoerenloper”. Katendrecht – de Kaap – was voorheen de bij passagierende zeelieden en andere hoerenlopers populaire rose buurt. Uit die tijd ken ik het nog, hoewel ik er niet naar toeging om me door de meisjes van plezier te laten verwennen. Bij het bedrijf waar ik toen werkte was het de gewoonte om bij de “beste Chinees van Rotterdam” aan de Atjehstraat te gaan eten als er moest worden overgewerkt. De prostitutie is al tientallen jaren van de Kaap verdwenen, in de opgeknapte panden van het Deliplein geen hoeren meer, wel een eetwinkel die “Kwiezien” heet. Gewoon “Keuken” zou ik stukken minder lullig vinden klinken. Variaties op de soepblikken van Andy Warhol op de zijmuur van de loods, een aanklacht tegen de praktijken van de ingeblikte vruchtenfabrikant Delmonte, de houtgestookte raketkachel op het besneeuwde plein ervoor is een ludiek project van Frank de Bruijn. Ook binnen is het zeer gevarieerd, zowel qua aanbod als qua kwaliteit. Wat me is bijgebleven: The Couple, twee menselijke apen chillend op hun bed (Mitsy Groenendijk), Family Man, een met kleding overdekte man (Jurgen Winkler), In God we Trust, een figuur met dollarbiljetten in de vleugels in plaats van veren (Birgit Verwer), cybermeisjes ?atricia & Monique van Giles Walker met als hoofd een kleine 2CV, kleurige in stolpflessen gevangen hersenspinsels op sterk water van Olaf Mooij, een portret van Beatrix met de handen voor de ogen blijkt achteraf op het noodlot vooruit te lopen. Buiten vormt de sneeuwbui een giraffenhuidpatroon op het ijs van de bevroren Rijnhaven.

Met de trein naar Arnhem. Bij het overstappen in Utrecht laat de aansluitende trein verstek gaan wegens een onbekend mankement. Een kwartier later komt de volgende wel, maar die geeft het op in Ede-Wageningen vanwege een trein die bij het station Arnhem de lijn blokkeert. Sinds het vervullen van mijn militaire dienstplicht ben ik hier niet meer geweest. Aan de ene kant van het perron het verlaten kazernecomplex waar ik anderhalf jaar van mijn leven het vaderland diende, aan de andere kant de vrijwel ontmantelde ENKAfabriek, waar ooit kunstzijde werd gesponnen. De bij het nu al tien jaar in de steigers staande nieuwe station van Arnhem vertelt de op mijn gastheer dat er ter hoogte van het Gesticht Wolfheze een paar keer per week mensen voor de trein springen. Zie daar de verklaring voor een half uur vertraging. We rijden de Apeldoornseweg op, langs Park Sonsbeek, langs de MMS van mijn oudste zus, richting Valkenhuizen waar de ouders van klasgenootjes een koffiehuis hadden en het Openluchtmuseum waar ik op het bevroren water bij de molens heb leren schaatsen. Tegenover de begraafplaats Moscowa de afslag naar Monnikenhuizen, waar mijn ouders in de jaren 50 van de vorige eeuw de eerste bewoners waren van het huis aan de Roekenstraat 51. “Er was hier toch en watertoren?”, vraag ik. “Die is er nog steeds, we gaan er lunchen!” Beelden uit mijn kinderjaren: Klarenbeek, het openluchtzwembad aan de voet van de heuvel, midden in het bos de Steenen Tafel, het restant van een kloosterbegraafplaats, de Saksen Weimarkazerne, Hoogte 80, de Geitenkamp. De reis van B naar A, van Buenos Aires naar Arnhem, is ongemerkt in een sentimental journey veranderd.