|
ZUIDWAARTS - 3 (04092011) Een waterrad in een vrijwel onzichtbaar riviertje ergens in het oude Maastricht herinnert me aan mijn lagere schooltijd. Aan de spannende geschiedenislessen over de kruistochten, aan het klaslokaal met aan de muur de legendarische schoolplaten van J. H. Isings om die lessen extra luister bij te zetten. Zo’n beetje de slide shows en powerpoint presentaties uit het pre-pc tijdperk. Eén van die platen had als titel “Kruisvaarders voor Jeruzalem, 1099”. Eén van de beroemdste Kruisridders was Godfried van Bouillon (1060 - 1100) die, voordat hij in Jeruzalem overleed, de eigenaar was van deze watermolen in het snelstromende riviertje de Jeker, de molen die sindsdien al bijna duizend jaar de Bisschopsmolen heet. Om zijn deelname aan de kruistochten te bekostigen, had Godfried ondermeer zijn Maastrichtse watermolen aan de Bisschop van Luik verpand. Energie opwekking was al vroeg goede handel. Eén van de voorwaarden van de overeenkomst was dat indien Godfried zou overlijden, de Bisschop de watermolen, waar voornamelijk graan werd gemalen, in bezit zou krijgen. En aldus geschiedde. De Bisschop verplichtte zijn in Maastricht wonende onderdanen om zijn molen te gebruiken voor hun maalderij. Een vroege vorm van wat later “gedwongen winkelnering” zou worden genoemd. Zo moesten de in Maastricht wonende onderdanen van de Hertog van Brabant gebruik maken van de Hertogsmolen. Beide molens zouden ruim vierhonderd jaar later het eigendom worden van het Brouwersgilde, waarna alle Maastrichtse brouwers werden verplicht hun mout bij die molens te laten malen totdat ze in 1795 door de Fransen werden onteigend in het kader van de Liberté, Egalité et Fraternité. De in 2004 gerestaureerde molen is sedert 1920 eigendom van de stad Maastricht. De huidige molenaar maalt speltgraan voor onder andere de Gulpener Brouwerij, die er Korenwolf witbier mee brouwt. Aldus wordt een eeuwenoude traditie in stand gehouden. Slenteren over de stadswallen, door de oude straten. Veel raamlijsten van grijze hardsteen, uit de Ardennen afkomstige “arduin” volgens een met de materie bekende vriend. Veel klokgevels, die me na een paar jaar Zuid-Afrika pas zijn gaan opvallen in de Zuidelijke Nederlanden. En aan de andere kant van de stad, rechts van de lijn die je staande op het bordes van het stadhuis kan trekken, veel historische gevelstenen. De Vier Heemskinderen, de Twaalf Apostelen, in het Swart Lamke (een kroeg?), Inden Walvis (een herberg?), In Het Draaken Veld (1769), Prins van Oranjen Stadhouder (1749), een naamloze zwarte kraai uit 1700. Rond het Marktplein grote en hoge huizen met bijzondere gevels en bijzondere hoogoplopende en achterover leunende daken, die er mogelijkerwijs pas naderhand zijn opgezet om nog meer ruimte te maken. Een strak doch frivool huis met een torentje, jugendstil geveldecoraties en een gevelsteen met een schapenkop om aan te geven dat er een slagerij was gevestigd. Naast de ramen twee in die tijd populaire vlaggenstokhouders, de ene met een kroontje, de andere met het Nederlandse wapenschild. Huizen uit ongeveer hetzelfde bouwjaar in andere steden hebben soms net zo’n houder aan de gevel. Aan het smeedijzeren balkonhek hangen zinken emmers die aan brandweeremmers doen denken, doch vrijwel zeker als plantenbakken worden gebruikt. Ergens om een hoek hangt een groot kruisbeeld op de zijgevel, eronder staat een in moslimdracht gehulde zwarte vrouw op iemand te wachten. Een wel heel erg eigentijds beeld tussen al die oude kerken, huizen en gebouwen. Op de Markt, aan het begin van de Boschstraat, staat een monument van een kleine als geestelijke geklede man met wat potten en pannen om zich heen. In zijn linkerhand heeft hij een soort blaasbalg waaruit een vlam komt. Een beroemde Maastrichtse glasblazer denk ik in eerste instantie. Helemaal fout. Het is een eerbewijs aan de natuurkundige Jan Pieter Minckelers (1748 – 1824), de ontdekker van het lichtgas – steenkolengas - en uitvinder van de gasverlichting. Bovendien wordt hij in sommige kringen als een van de grondleggers van de luchtvaart beschouwd omdat zijn uit verwarmd fijngestapte steenkool gemaakte “brandbare lucht” geschikt bleek om een luchtballon mee te vullen en te laten vliegen. Dat gebeurde voor het eerst op 21 november 1783. Toch is zijn naam niet terug te vinden in de lijst van luchtballonpioniers, in tegenstelling tot die van de Groninger Jan Modderman die in maart 1784 een ballon met een vogel in een kooi de lucht in stuurde. Een profeet die in eigen land niet wordt geëerd? Daar lijkt het inderdaad op als ik een paar maanden na het bezoek aan Maastricht lees dat de ”eeuwige vlam” van het monument niet langer ”eeuwig” kan zijn omdat de sponsor de gasrekening niet langer wil betalen en de stad Maastricht dat te duur vindt. De verantwoordelijke wethouder kleineert de protesten van stadgenoten met de uitspraak ”Alsof het om erfgoed uit de Romeinse tijd ging of toch op zijn minst van kort daarna”. Wat een kortzichtige lul! Dat de poten onder zijn diverse regentenstoelen binnenkort mogen worden afgezaagd. Toch is er misschien wat licht aan het eind van de tunnel. Een prijsvraag die naar een oplossing zocht voor het branden van de vlam zonder dat het de gemeente geld zou hoeven te kosten, leverde het idee van een geldautomaat op. Na inworp van één of meerdere Euros gaat de vlam dan weer eventjes aan. Als het plan tenminste wordt uitgevoerd, want ook dat kost geld, en de passerende toeristen bereid zijn geld in de automaat te gooien. Ben niet meer dan gematigd optimistisch of dit zal gaan lukken. wordt vervolgd |