|
ZUIDWAARTS - 4 (08092011) Ergens achter de rug van Minckelers ligt aan de Boschstraat nummer 24 het verlaten fabrieksterrein van de Sphinx, alwaar het vuur op 31 december 2006 definitief werd gedoofd. Daar zullen de vlammen van de ovens nooit meer branden, zelfs niet indien er een geldautomaat voor de deur zou worden geplaatst waarin vrijwillige bijdragen zouden kunnen worden gestort. Voor veel Nederlanders was een “sphinx” niet zozeer het mythische Egyptische wezen dat ondermeer de piramides “bewaakte”, maar het merk van de toiletpot waarop ze en waarin ze pisten en poepten, de wastafels waarin ze hun handen en andere lichaamsdelen wasten, douchebakken en badkuipen. Hoewel het bedrijf oorsronkelijk glaswerk, tegels en huishoudelijk aardewerk produceerde. Het enorme complex, met langs de straat een paar hoge witte gebouwen die in de volksmond “de Eiffel” heten, is grondig gevandaliseerd: al het koper is er uit gesloopt, de ramen zijn ingegooid. De trieste neergang van Nederland als industriële natie kan niet op een meer schrijnende manier worden verbeeld. ?etrus Regout was de man die het Maastrichtse keramiek op de kaart zette, met dank aan de afscheiding van België en de Nederlandse boycot van Belgische produkten als politiek drukmiddel omdat ongedaan te maken. Er is weinig nieuws onder de hedendaagse zon. De ouders van Regout hadden een winkel waar glas en aardewerk werd verkocht dat zij inkochten in het nabijgelegen Luik en omgeving en toen dat dus werd verboden, begon Regout zijn eigen kristalslijperij aan de Boschstraat waar een paar jaar later het maken van aardewerk aan werd toegevoegd. Maastrichts aardewerk was geboren. Regout was Nederlands eerste grootindustrieel, de man die aan de wieg stond van de vaderlandse industriële revolutie, hij zou bij zijn overlijden een van de rijkste Nederlanders van toen zijn geweest. In het Boschkwartier zijn de ingrepen in het landschap door Regout en zijn opvolgers nog altijd goed te zien: de vervallen fabrieken op het 280 hectare grote fabrieksterrein, de Bassinhaven die voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten werd aangelegd, de elektriciteitsfabriek, de timmerfabriek waar de verpakking voor het te verzenden aardewerk werd geproduceerd en het aanleunende directiekantoor. Vrijwel allemaal op terreinen waar voorheen kloosters stonden. De ?enitentenpoort – de oude toegangspoort van het door de Fransen opgeheven en geconfisqueerde klooster van de Zusters ?enitenten - liet Regout staan na de aankoop die diende voor de uitbreiding van zijn ernaast gelegen fabriek. De sober gerestaureerde voormalige timmerfabriek is deze zomer veranderd in het “grootste tijdelijke museum voor hedendaagse kunst in Europa”. Dat klinkt behoorlijk pedant en is vast en zeker bedacht om de kansen van Maastricht te verhogen om te worden verkozen tot Culturele Hoofdstad voor 2018. De ruime hallen en de zolder van de meer dan 100 jaar oude fabriek, aangevuld met de kamers en grote zaal van het directiekantoor, zijn een bijna perfect decor voor 350 werken uit de collectie van het FRAC Nord-?as de Calais, één van de 22 Franse regionale fondsen voor hedendaagse kunst. Als zeer toepasselijke titel is voor “Out of Storage” gekozen, omdat het FRAC (nog) niet over een eigen expositieruimte beschikt en daardoor afhankelijk is van anderen om te tonen wat ze in afwachting daarvan zoal hebben verzameld. Op de buitenmuren reclame-achtige werken: “MARK WALLINGER IS INNOCENT” van de Brit Mark Wallinger en “Moi Non” een banner van Gerald van der Knaap waarop een verveelde vrouw op bed een boek met die titel ligt te lezen, eronder staat de allesverklarende tekst “c’est pas moi qui a changé”. Nog maar net binnen sta ik gelijk oog in oog met de “Adjustable Wall Bra” van Vito Acconci, een giga beha geïnspireerd door de rondborstige Amerikaanse pin-ups uit de vorige eeuw. Totaal ongeschikt als boezemvriend, maar zeer als luie stoel: iedere cup heeft ingebouwde sfeerverlichting, surround muziek en zuchtgeluiden. Op de binnenplaats, met uitzicht op in staat van verval verkerende elektriciteitscentrale, staat “le satellite des sens” van Studio van Lieshout geparkeerd, een werk dat wordt omschreven als “een surrealistische droom op wielen” die bezoekers een ontdekkingsreis naar de vijf zintuigen zou bieden. Weer binnen staat een met oude vloerkleden beklede filmcabine waarin de in Rotterdam opgenomen homo-erotische korte film “Respect” van Erik van Lieshout wordt vertoond. Behoorlijk provocerend. Ernaast, op de vloer, een beeldscherm waarop zonder ophouden een vol Coca-Colablikje wordt stuk getrapt. Een doorgebroken muur geeft toegang tot het directiekantoor, de tegenstelling met de fabriek is een kunstwerk op zich, mooie wand- en vloertegels, rust uitstralende lichte ruimtes. In de Erezaal, net een balzaal, staat de grote installatie “Copy Right” van het Deense collectief Superflex, die bestaat uit 80 gekleurde stoelen en de zaagresten van de zittingen en rugleuningen die er omheen op de vloer liggen. Te gek voor woorden. Door de grote ramen veel licht, door een raam in het dak nog meer. Hoewel allemaal hetzelfde en dus ogenschijnlijk eentoning, is het juist fascinerend. Vanuit iedere hoek die je maar kunt bedenken en met iedere stap die je zet, verschijnt er een ander beeld op het netvlies. Ik kom ogen tekort. Als kalmerend contrast staat in een hoek een eenzaam uit 21 segmenten bestaand stuk rondhout van bijna 2 meter hoog van de jong gestorven André Cadere. Het zou een grenspaal kunnen zijn, fantaseer ik. Niet in het minst omdat het grote fabrieksterrein van de Sphinx aan de overkant van de straat doorloopt tot aan de grens met België, die letterlijk op loopafstand hier vandaan ligt. wordt vervolgd |