|
ZUIDWAARTS - 5 (13092011) Een mitrailleurnest op de eerste verdieping, een mitrailleur omgeven door een aantal zandzakken, is wel het laatste wat ik in deze met kunst gevulde ruimte had verwacht. Dom, dom, bij hedendaagse kunst moet je nu eenmaal op alles zijn voorbereid. Dus ook op dit werk zonder titel van de Belg Leo Copers. In deze omgeving neem je zonder lang na te denken een collage van Florian Slotawa van grote en wat minder grote waterpassen met de naam KS.026 op de koop toe en twijfel je of men de oude gietijzeren schakelkast is vergeten van de muur te halen tijdens de renovatie of dat het een kunstwerk is. De bovenste verdieping van de oude fabriek heeft trouwens meer verrassingen in petto. In de hoek uiterst rechts hangen een aantal werken van Jacques Villeglé (1926), de meester van de plak- en scheurkunst, die zichzelf ooit omschreef als “een affichedief”. Ik zag zijn werk voor het eerst in het Centro Cultural van Recoleta in Buenos Aires, het was in februari 2003, het was tijdens de Maand van de Straatkunst. De helft van de werken die er hingen, had de bejaarde meester de weken ervoor in Buenos Aires gemaakt van de affiches die hij in de straten van de stad had “geoogst”. Dat waren namelijk de basismaterialen voor zijn collages: de gejatte affiches laag voor laag over elkaar heen plakken en vervolgens delen afscheuren – openscheuren eigenlijk – zodat er een gelaagd kunstwerk ontstaat. Ik herkende het werk van Villeglé onmiddellijk omdat Lex Wirtz, een bevriend in Parijs wonende beeldend kunstenaar, enige tijd één van zijn navolgers was en soortgelijk werk maakte met onder andere combinaties van gekleurd papier en door hemzelf op papier geschilderde tekens. Zodoende bezit ik een aantal kunstwerken die werden geïnspireerd door Villeglé. Het aardige is dat er hier eveneens werk hangt van Villeglé’s tijdgenoot en broeder in het kwaad Raymond Hains, een fotograaf met wie hij samenwerkte. Het werk van Hains is minder kleurrijk, vooral grijs, het venijn en de clou zitten echter in het smalle randje met de tekst “AGENCE FRANÇAISE DE PROPAGANDE”. De tegenpool wordt iets verderop gevormd door het luchtige “Blue Sail” van Hans Haacke, een in de vrije ruimte hangend stuk blauw textiel dat door een tafelventilator, die eronder op de vloer staat, permanent in beweging wordt gehouden en daardoor continu een andere vorm heeft. Erg boeiend. Als ik een groot huis zou hebben, zou ik in een van de ruimtes eenzelfde installatie willen hebben. En dan is er dat gekke “Portrait of Andy Warhol” van Joan Wallace. Een strak op het onderstel van een tafel gespannen stuk linnen waarop een laag latex is aangebracht, op “deze tafel” staat een ouderwetse bolle bureaulamp van roestvrij staal. In het doek – het tafelblad - is een klein vierkant gat gesneden, een passe-partout als het ware, waar de glimmende kop van lamp overheen hangt. Til de tafel op, bevestig die met de poten aan de muur, steek de lamp aan et voilà, daar verschijnt het portret tussen de poten van de tafel als een vierkante schaduw op de muur. In ”The Book” heeft de Pool Pawal Althamer zijn leven tot 2007 gedocumenteerd met rekeningen, kassabonnen en bonnetjes die hij betaalde, de geboorteaktes van zijn 7 kinderen, paspoorten, tickets, enzovoort. De “Think Tank” van Liam Gillick bestaat uit twee grote vierkante waterbakken, die overigens niet zijn gevuld. Ken Lum’s foto “My name is Scott Ruzycki” toont een jonge man wiens paspoort uitgebreid door dounebeambten en agenten wordt gecontroleerd. Een heel ander werk als “Melly Shum hates her job” dat in Rotterdam op de buitenmuur van Witte de With hangt. Het aangename van de tentoonstelling in de Timmerfabriek is dat er zo rustig is, dat alle werken met veel ruimte er omheen zijn gehangen of opgesteld, dat het zo gevarieerd is, dat alles kan worden bekeken zonder voortgeduwd te worden door andere bezoekers, dat je nieuwsgierig wordt naar de andere werken uit de collectie, dat de gratis documentatie zo goed is verzorgd. Een unieke oase, die helaas een veel te kort leven is beschoren. Terug naar de overkant van de Maas. Vanaf de Sint Servaasbrug zijn in de verte de contouren van een paar grote versteende drollen te zien: het dak van het Bonnefantenmuseum in het stadsdeel Céramique. Die nieuwe wijk werd gebouwd op het terrein waar voorheen de fabrieken van de Société Céramique stonden. Vanuit de lucht gezien schuin tegenover de fabrieken van concurrent de Sphinx, op de andere oever en aan de andere kant van de stad. Net zoals de Sphinx vervaardigde Société Céramique aanvankelijk hoofdzakelijk gebruiksaardewerk en sieraardewerk, dat tegenwoordig zeer gewild is bij verzamelaars. En naderhand, net zoals de Sphinx, ging men zich meer en meer toeleggen op de productie van sanitair. De Maastrichtse concurrenten fuseerden in 1958. In het Centre Céramique wordt permanent een klein deel van de uit 57.000 objecten bestaande Sphinx-Céramique bedrijfscollectie getoond. Na de hedendaagse kunst in de Timmerfabriek voelt een bezoek aan het Bonnefanten of aan die ene vitrine met Maastrichts aardewerk ietwat aan als vreemdgaan: heel erg spannend, doch niet altijd verstandig. Vandaag dus maar niet. wordt vervolgd |