|
EEN MONUMENT VOOR OSCAR - 4 (27122012) Na toch wel erg veel foto’s van het Centro Niemeyer te hebben gemaakt, wordt het de hoogste tijd om wat door Avilés te dwalen en plannen te maken voor morgen. We wandelen van het ene verlaten plein met statige panden naar het volgende verlaten plein en daarna naar het volgende, de winkels zijn gesloten er loopt vrijwel geen mens op straat. Crisis of siësta? We gaan op een terras aan de Plaza de España, het centrale plein, wat drinken. Tegenover het oude stadhuis waarvan de klok op het dak 5 minuten achterloopt, maar de hele en de halve uren wel keurig op tijd slaat. Het carillon wordt bekroond door zo’n scheepje waarmee Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte, hetgeen te maken heeft met de historie van dit aan de Cantabrische Zee – het zuidelijke deel van de Golf van Biskaje - gelegen havenstadje. Dat ontdek ik echter pas naderhand in een park waar het standbeeld van admiraal Pedro Menéndez de Avilés staat, die volgens de tekst op de sokkel “CONQUISTADOR DE LA FLORIDA” was en in 1565 de stichter van het stadje San Augustín dat 200 jaar lang de hoofdstad van Spaans Florida is geweest. Maar wie weet nog dat die Amerikaanse deelstaat van 1513 tot 1763 deel van de kolonie Nuevo España was? Langzamerhand komt Avilés weer tot leven, het was dus siësta. De Jacobsschelp op een gevel aan de overkant heeft niets te maken met een visrestaurant waar Coquilles Saint Jacques op het menu staan, maar is een richtingaanwijzer op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, dat 225 kilometer verderop ligt. Tegen een uur of 5 komen de eerste pelgrims – licht voorover gebogen, zwetend, vaak stok in de hand, aan de schouders een stoere rugzak waaraan uiteraard een Jacobsschelp bungelt – puffend voorbij. Ongetwijfeld onderweg naar één van de “refugios” om te overnachten. Daar, zo heb ik ooit van een bevriende ex-pelgrim begrepen, moet je op tijd arriveren omdat er anders geen plaats meer is. Opvallend keurig gekleed daarentegen zijn de mensen die de terrasjes beginnen te vullen, alsof de plaatselijke etiquette dat zo voorschrijft. Palacio del Marqués de Ferrera, het uit zandsteen gehakte familiewapen is in de gevel aangebracht, is een van de oudste barrokke bouwerken in Asturië, hoewel het in mijn ogen op geen enkele manier aan barok doet denken. Gewoon een strak groot gebouw met een onzichtbare Franse tuin aan de achterkant. Het Spaanse woord “barocco” betekent echter niet alleen “barok”, maar ook “pompeus” of “bombastisch”, dat lijkt meer op zijn plaats. De tuin is mooi in ere hersteld, een deel van het interieur eveneens, met name de wand- en plafondschilderingen. Heel authentiek is de grote ronde houten spil waar omheen de trap naar boven draait tot aan de toren, het hoogste punt van het paleis. Het is, zo wordt ons verteld, een scheepsmast. Erg passend bij een familie van zeevaarende handelaars die een caravel – een middeleeuws zeilschip - in het wapen voert en, zo wordt ons toevertrouwd, tot wie de conquistador van Florida behoorde. De Markiezen hebben er tot het eind van de vorige eeuw gewoond, nu slapen wij er. Én veel van de buitenlandse bezoekers die uitsluitend naar Avilés komen omdat Oscar Niemeyer het een cultureel centrum cadeau deed, dat inmiddels weer is gesloten. De noodkreet “YO APOYO CENTRO NIEMEYER – IK STEUN HET CENTRO NIEMEYER” die op veel plaatsen in de stad is aangeplakt, zal daar – vrees ik - niet zoveel aan veranderen. Voor de avond verhuizen we naar een ander plein en een ander terras. Een verkeerde beslissing die met matige bediening en het gedwongen aanschouwen van het folklorische schenken van appelcider – een Asturische specialiteit – wordt bestraft. Dat gaat als volgt: de ober posteert zich naast de tafel die hij bedient, opent de fles, neemt een halve spreidstand aan, houdt met de linkerhand een leeg glas voor zijn kruis en met de rechter de fles schuin ter hoogte van zijn voorhoofd om aldus met een lange straal vanaf zijn neus het glas te vullen. Schijnt zo te horen, voor ons echter reden om opnieuw te verkassen naar een tapasrestaurant. Heerlijke witte wijn, verrukkelijke hapjes, ontspannen sfeer, een terras aan een straat waarlangs de inwoners van Avilés flaneren. Ogen, neus en smaakpappillen komen aan hun trekken, een echte aanrader. Tussen de bedrijven door worden de opties voor morgen doorgenomen. Het Guggenheimmuseum in Bilboa, een spectaculair gebouw ontworpen door Frank Gehry, ligt 300 kilometer naar het oosten. Het pelgrimsoord Santiago de Compostela ligt 225 kilometer de andere kant op. Hoewel beide steden met het openbaar vervoer of een huurauto zijn te bereiken, vallen de reistijden nogal tegen. En ja, we zijn hier nu eenmaal naar toe gereisd voor Oscar Niemeyer en het idee om dan gelijk maar even naar het werk van Gehry te gaan kijken heeft toch wel iets weg van schaamteloos vreemdgaan. En hoewel ik zowel mijn doopnaam als mijn roepnaam aan de heilige van de coquilles heb te danken, zitten er ergens diep in mij resten van al die Calvinistisch vooroordelen tegen dat “katholieke gedoe” van zelfkastijding en lange voettochten. Oviedo ligt dus eigenlijk veel meer voor de hand. De hoofdstad van het Prinsdom Asturië dat eveneens een mooi middeleeuws centrum heeft. Bovendien lekker dichtbij – 27 kilometer - en in een vloek en een zucht te bereiken met bus of trein. wordt vervolgd |