|
EEN MONUMENT VOOR OSCAR - 6 (10012013) In voorheen het Benedictijner San Vicenteklooster is bij gebrek aan nieuwe roepingen thans een museum gevestigd, het Museo Arqueológico de Asturias. Met uiteraard een klauw geld uit het Europese Regionaal Ontwikkelingsfonds is het complex aan de 21ste eeuw én aan de museumfunctie aangepast. Aan de balie van het gratis toegankelijke museum ondervinden we aan den lijve wat de “hoogwaardige dienstverlening aan de burgerij”, waar zojuist nog voor werd gedemonstreerd, ongeveer betekent. We worden geacht een toegangsbewijs ”te kopen” zonder dat er voor hoeft te worden betaald en waarop dan ook nog eens duidelijk “GRATUITA” staat gedrukt. Aldus worden een drukkerij, een kaartjesverkoper en een kaartjescontroleur aan het werk gehouden met iets waarvan de opzichtige zinloosheid toch voor een ieder die erbij is betrokken klip en klaar moet zijn. Daar tegenover staat dat het museum een kleine doch interessante collectie heeft die voor hen die geen flauw benul van de Asturische geschiedenis hebben – waaronder ik – daarvoor de ogen op een prettige manier opent. Van prehistorische rotstekeningen via objecten uit de neolithische- en ijzertijd, de overgangstijd van het bronzen tijdperk naar de Romeinse tijd en de Middeleeuwen, het wordt in dit museum thematisch en heel vanzelfsprekend gepresenteerd. De bezoeker wandelt en klimt van tijdperk maar tijderk en wordt keer op keer verrast. Met rotstekeningen heb ik iets sinds ik die ruim twintig jaar geleden in Birnin Kudu – niet te ver van Kano in het noorden van Nigeria - voor het eerst zag op een kalender van mijn werkgever en naderhand, door nieuwsgierigheid gedreven, in het echt. In Zuid-Afrika maakte ik vanuit Kaapstad diverse trips om de “boesmantekeninge” te bekijken, niet alleen in grotten, zoals hier in Asturië, maar tot gravures in stenen – petroglieven - in het open veld even ten zuiden van Kimberley, de diamantstad aan de rand van de Kalahariwoestijn. In het museum moeten we het doen met een videopresentatie die laat zien hoeveel de thematiek van die ver van elkaar wonende rotskunstenaars met elkaar gemeen heeft. Alsof er toen ook al via het internet of skype kon worden gecommuniceerd en er afspraken konden worden gemaakt over wat er nu weer eens op de kale rotswanden zou worden gekrast: dieren, mensen, religieuze ceremonies of de jacht? Wat mij verder bezighoudt zijn de vier Romeinse “Itinerario de barro”, kleine kleitabletten die sprekend lijken op de houten islamitische schrijfplanken uit West-Afrika die ik ooit verzamelde. De “itenerario” werden hoogstwaarschijnlijk tussen de jaren 267 en 276, vervaardigd, aldus is middels de thermoluminescentiedateringsmethode vastgesteld. Men vermoedt dat die tabletten dienden als richtingaanwijzers, gezien de aanwijzingen en patronen die in de klei staan gekrast. De vraag die bij mij is blijven hangen is waarom die dingen dan niet overal in Europa worden gevonden of waren de echt innovatieve Romeinen toevallig alleen maar in Asturië gelegerd? Twee tot op heden niet beantwoorde vragen. Er is natuurlijk veel meer te zien dat zeer de moeite waard is. De imposante graftombe van de edelman Gonzalo Bernaldo de Quirós fascineert me omdat boven op het grafmonument zijn hond aan zijn voeten ligt samen met zijn geknielde schildknaap die de helm van de edelman in zijn handen houdt. Zouden die mee zijn begraven zoals dat ook in sommige andere culturen gebeurde? Het in steen gehakte kruis van Asturië, de prachtige uit grijze kalksteen gehakte primitieve koppen uit de 12e eeuw, de Jacobsschelp, de rijk gedecoreerde op een menhir lijkende langwerpige steen van het type dat ik eerder in Mollet, aan de andere kant van het Iberisch schiereiland, in Catalonië zag. Een fraai bewerkte steen, Romeinse mozaïek, maalstenen, een oude afbeelding van Avilés met in de haven de middeleeuwse schepen die nu in het klein op het carillon van het stadhuis staan, het kan niet op. Na deze overdaad steekt de rij armoedig uitziende wachtenden voor de gaarkeuken in een hofje tegenover de museumingang nogal schril af. Zonder enig schuldgevoel lunchen wij lekker uitgebreid op een terras aan een mooi plein iets verderop. Net als in Avilés lopen we in Oviedo van plein naar plein naar plein, alsof het in het middeleeuwse Asturië zo in het handboek voor stadsplanners was voorgeschreven. Op de muur van de kerk naast de overdekte markt staat “se prohibe jugar a la pelota en este sitio”, verboden met een bal tegen de kerkmuur te gooien. Verboden om te voetballen en zo om de rust van de gelovigen die binnen zitten niet te verstoren? Ik kan me niet voorstellen dat het hier om het spel “pelota” gaat waarbij een bal met enorme kracht tegen een muur wordt gekletst met behulp van een aan de arm bevestigd verlengstuk. Een churreria – een winkel waar Spaanse donuts worden gebakken en verkocht. Mmmm, churros met dulce de leche, een Argentijnse lekkernij, maar die variant is hier niet te koop. Een bar met op de gevel een klassieke Bacardi reclame, ah Cuba Libre! Het ding dateert vast en zeker uit de tijd dat deze van oorsprong Cubaanse rumfabriek nog niet door Fidel Castro en consorten was geconfisqueerd: “Hoy como ayer, hay muchos rones – pero solo un Bacard – er zijn veel soorten rum, maar er maar één Bacardi” – iets dat verdacht veel weg heeft van het trotse Nederlandse “Er is maar één Karel I”. Vind ik. wordt vervolgd |