|
BOA VISTA - 2 (26022013) Het boek over de familiegeschiedenis van de Trago’s dat ik aan het herlezen ben, is door de auteur grotendeels gesitueerd in Sal Rei, maar af en toe spelen Estancia de Baixo, Povoçao Velha en de zoutputten van het eiland eveneens een bescheiden rol. De afstand van het hotel naar Sal Rei bedraagt 8 kilometer, ik zou er langs het strand naar toe kunnen lopen. In de komende dagen misschien maar eens proberen, maar dan wel “na 10 uur in de ochtend en voor 5 uur ’s middags”, zo heeft de vertegenwoordiger van het reisbureau geadviseerd. Volgens hem is het maken van de strandwandeling buiten die uren een uitnodiging om te worden beroofd. Nu valt er bij mij tijdens dergelijke ondernemingen zelden iets te jatten, doodgewoon omdat ik geen sieraden of horloge draag en slechts een noodfondsje om weer thuis te komen in één van mijn schoenen of in de boxer heb zitten. Het vervelende is echter dat teleurgestelde overvallers nog wel eens lichamelijk geweld willen gebruiken, iets waar ik een gloeiende hekel aan heb. Ooit is me samen met een aantal collega’s iets dergelijks overkomen tijdens een wandeling langs Lighthouse Beach, even buiten Lagos in Nigeria. De collega’s raakten hun horloges, ringen en andere waardevolle zaken kwijt. Ik moest mijn zwembroek laten zakken, maar de familiejuwelen waren aard- en nagelvast bevestigd! Niet dat ik er moeite mee heb om mijn zwembroek te laten zakken, maar liever niet voor een stelletje met messen en gebroken bierflessen bewapende Nigeriaanse mannen. Dus vandaag eerst maar eens met de bus op excursie. Halverwege het hotel en het dorp gelijk al een “bezienswaardigheid”: de maanden geleden ingezakte tamelijk nieuwe betonnen brug die de onverwacht zware regenval niet had kunnen weerstaan. Volgens de gids regent het hier hooguit 5 dagen per jaar, de ingenieurs zullen dus wel geen rekening hebben gehouden met een kolkende en snel stromende watermassa in de normaal gesproken kurkdroge bedding. De omleiding bestaat uit een aarden nooddam ietsje verderop, eigenlijk een ideale en tegelijkertijd goedkope oplossing die wel eens heel erg blijvend zou kunnen worden. De welvaart die het toerisme aan het creëren is, wordt zichtbaar in de buitenwijken: nieuwe huizen en kleine flatgebouwen, een glanzend nieuw benzinestation van mijn ex-werkgever en dus auto’s, XXLreclameborden van mobiele telefonie aanbieders. In het centrum van Sal Rei bouwplaatsen en er is aardig wat opknapwerk gaande, hoewel er ook een aantal bouwvallige grote huizen staan waarvan de eigenaar ongetwijfeld op het “grote geld” zit te wachten. Bij het zien van die grote oude huizen weet ik gewoon dat in één daarvan Pedro Trago – de hoofdpersoon van het boek - zijn winkel en magazijn moet hebben gehad met erboven het huis waarin familie woonde of tenminste degenen die er model voor hebben gestaan. Zou het dat vervallen uitziende huis bij het strand zijn of één van de stukken beter onderhouden huizen tegenover de kerk. Aan het centrale dorpsplein – Sal Rei heeft minder dan drieduizend inwoners – staat de aan Santa Isabel gewijde kerk die in het boek een heerlijk katholieke rol speelt. Santa Isabel was de tweede keus, de kerk had eerst zullen worden opgedragen aan Sao Roque – Rochus van Montpellier – de beschermheilige tegen de pest en besmettelijke ziekten. Net als de buitenkant, is binnen alles in de kleuren wit en blauw geschilderd. Het interieur is uiterst eenvoudig: een paar mooie altaren, een onopvallende kruisweg. Op het prikbord hangt naast de goede raad om toch vooral een christelijk leven te leiden, de aankondiging dat er binnenkort kan worden ingeschreven voor de 2e etappe van de doop van kinderen tussen 0 en 5 jaar. Nooit geweten dat de katholieken wederdopers zijn. Het dopen van een kind kan echter niet zomaar, er moet een cursus worden gevolgd over wat de doop inhoudt en zowel ouders als peetouders moeten de nodige documenten overleggen, waaronder een doopbewijs. Eerst bewijzen dat je gekwalificeerd katholiek bent, voordat je kind kan worden gedoopt, zo begrijp ik het tenminste. Geen wonder dat de protestantse evangelische kerken op Boa Vista een snel groeiende aanhang hebben. Een oudere vrouw met een grote oranje schort om, veegt de straat aan met een ouderwetse takkenbezem, wij steken het plein over naar de overdekte markt. Beneden groenten en fruit, op de bovengalerij hebbedingetjes voor toeristen. Het aanbod is niet overdadig, niet verwonderlijk op een droog eiland waar weinig tuinbouw mogelijk is. Het moet een logistieke nachtmerrie voor de grote resorts zijn om hun buffetten dag in, dag uit er uit te laten zien of het niet op kan. Het meeste wordt ongetwijfeld aangevoerd van Ilha de Fogo, een eiland dat stukken vruchtbaarder is en waar onder andere koffieplantages zijn en wijngaarden. De gids jaagt ons op, het geprogrammeerde bezoek aan de basisschool dient plaats te vinden tijdens de pauze. Maar niet vandaag, de voorbereiding voor het kindercarnaval later op de dag is in volle gang, iets waarbij geen pottenkijkers worden geduld. De vismarkt dan maar, onderweg er naartoe duikt toch wel wat onverwacht Afrika op in de vorm van twee in blouse en wikkelrok van kleurige wax geklede Senegales vrouwen die ieder een met souvenirs gevulde mand op het hoofd dragen. wordt vervolgd |