|
BOA VISTA - 4 (09032013) En dan is er de plaag van niet van ophouden wetende Senegalese souvernirverkopers. Ik ken ze van langs de hele Afrikaanse westkust tot en met de Groenmarkt van Kaapstad. Met hen raak ik in gesprek. Een heeft er net als ik in Libreville, de hoofdstad van Gabon, gewoond iets dat een onverwachte band schept. Waar heb je gewoond? “In la Sablière”, een dure buitenwijk waar ik Pascaline, de dochter van President Bongo, als buurvrouw had en waar de huidige President Ali Ben Bongo een paleisachtige villa aan het bouwen was. We halen herinneringen op aan de Boulevard du Bord de Mer waarlangs ik – dankzij de tropische warmte noodzakelijke lunchpauze van 3 uur - meerdere malen per dag van en naar mijn werk reed, aan de grote markt van Mont-Bouët waar mijn toenmalige schoonmama een marktstalletje had. We praten over Oyem de hoofdstad van de provincie Woleu Ntem waar mijn Gabonese geliefde vandaan kwam, over Port-Gentil net aan de andere kant van de evenaar, over Franceville en Cocobeach, over de Equato's – huisbedienden afkomstig uit het toen nog superarme Equatoriaal Guinee van voor de ontdekking van aardolie in zee – over Lambaréné het dorp van Dr. Albert Schweitzer dat ik twee keer bezocht. Onverwacht wordt een deel van mijn “harde schijf” geactiveerd dat al erg lang niet is geraadpleegd. Of ik in de “pétrole” heb gewerkt, wil hij weten. Ontkennen heeft geen enkele zin. Na de excursie moet er in het hotel worden gewerkt. Lezen dus. In de zon op een zonnebed. Ieder half uur naar de bar voor een koud tappilsje. Het begint er op te lijken dat ik deze werkvacantie - als reizend schrijver – moeiteloos tot een goed einde zal brengen. De voorgenomen trip naar het buureiland Santiago – volgens de folder het meest “Afrikaanse” van de Kaapverdische eianden – is deze week helaas niet beschikbaar omdat één van de twee kleine vliegtuigen die daarvoor gebruikt worden een grote onderhoudsbeurt krijgt. Zoals vrijwel overal, heeft ook in Cabo Verde ieder nadeel z’n voordeel, omdat ik nu min of meer word “gedwongen” om Boa Vista te gaan verkennen. Om verder te gaan met het veldwerk waartoe Germano Almeida mij heeft aangezet, daarvoor ben ik immers hier naartoe gevlogen? Het eiland is zo klein, dat je het met het grootste gemak in een enkele dag van noord naar zuid en van oost naar west kunt doorkruisen en dan nog voldoende tijd overhoudt om op tijd terug in het hotel te zijn voor het borreluur. Op vrijwel dezelfde manier verkende ik in het verleden Terschelling, Trinidad, São Tomé, het Paaseiland en Bermuda, compacte eilanden die je moeiteloos in weinig tijd kunt leren kennen. Het wordt vandaag de noordkant tijdens de morgenuren en het zuidelijke deel na de lunch. In de open achterbak van een Landrover via de buitenkant van Sal Rei en vervolgens over zandpaden naar het strand van de Baia de Boa Esperança, de Baai van de Goede Hoop. Niet al te hoge doornige struiken, zandverstuivingen, onthoofde palmbomen, zouden het de resten van in het boek genoemde dadelplantages zijn? Vlak voor het strand ligt al 45 jaar het wrak van het Spaanse vrachtschip Cabo Santa Maria in de onstuimige zee, op het strand zou er een schilpaddenkerkhof zijn. De door het zoute zeewater aangevreten resten van het schip zijn nog net zichtbaar, schilpaddengraven ho maar. Zeeschildpadden komen hier hun eieren leggen en de schilden van de gestorven dieren zouden er los in het zand liggen. Geen enkele gezien, wel veel aangespoeld zwerfvuil en losgeslagen stukken van het schip. Over een paar jaar zal wat nog over is van het scheepskarkas trouwens helemaal zijn verdwenen en zal Boa Vista een toeristische attractie minder hebben. Volgende stop het slaperige dorpje Bofareira dat minder dan 200 inwoners heeft en wat kleurige gevels. Op één ervan is boven de voordeur een bordje bevestigd met de ietwat mysterieuze tekst: “EM TUDO DAI GRAÇAS PORQUE ESTA É A VONTADE DE DEUS – WEES DANKBAAR VOOR ALLES WANT DIT IS DE WIL VAN GOD” – Guine Portuguesa – 1 de eneiro 1962. Wat er hier op die dag is voorgevallen, blijft ondanks navraag en veel zoeken in nevelen gehuld. Het zou best eens kunnen zijn dat het huis, want het lijkt niet op een kerk of zo, toen is ingewijd ?n het is een verwijzing naar de tijd dat Guinee-Bissau op het vaste land en de Kaapverdische eilanden samen ?n kolonie vormden. Wetend dat we in de buurt van João Galego zijn, het geboortedorp van Germano Almeida, informeer ik bij Freddy, de gids, of we daar doorheen zullen rijden of stoppen en vertel hem waarom. Freddy is van het eiland São Nicolau en moet navraag doen bij een oudere, in Boa Vista geboren, chauffeur. Die antwoordt dat de familie Almeida inmiddels naar Sal Rei is verhuisd en beschrijft hun huis dat vlakbij de kerk van Santa Isabel ligt. Dat ze zijn verhuisd interesseert me niet zo, staat zijn geboortehuis er nog? Ja! “We zullen stoppen, dan kan je er een foto van maken”, zo wordt me beloofd. wordt vervolgd |