BOA VISTA - 8 (31032013)

Na de ontspannen rust van de zoutpannen, opnieuw de drukte, de luxe en de overdaad aan eten en drinken van het “24 uur alles inbegrepen resort” RIU Karamboa. Daar proberen voornamelijk uit het noord-westen van Europa afkomstige reizigers om voor korte tijd en voor veel geld “de crisis” te vergeten en/of aan het carnaval te ontsnappen. Op de enige plek van het resort waar gratis wifi beschikbaar is, is het stervensdruk. Ik ben bewust zonder zonder pc, telefoon of welk ander digitaal apparaat op reis gegaan en daar zitten op dat terras vrijwel alleen maar mensen die met een tablet of smart phone luidkeels aan het skypen zijn met het thuisfront ver van hier. Zo'n economische crisis gaat de mensen duidelijk niet in de koude kleren zitten. Ik trek me terug op het terras van de bar bij het theater waar geen wifi is en dus rust heerst. Verwarring: ik bestel een caipirinha volgens eigen recept. Niet met grogue, de lokale tegenhanger van de cachaça, maar met ponche de mel, de beter bij mijn smaakpapillen passende variant. Het moet twee keer over voordat het goed is, de barkeeper vindt namelijk dat ik de caipirinha volgens het “officiële” recept hoor te drinken. Ik vind uiteraard het recht te hebben om te drinken wat ik lekker vind en niet wat hij vindt dat ik hoor te drinken. Uit de luidsprekers van het theater komt muziek die aan de overkant van het water doet denken, aan de Senegalese zanger Youssou N'dour. Voor zover ik weet zingt die niet in het Kaapverdische crioulo, de mengtaal van het Portugees en Afrikaanse talen die alhier de lingua franca is. Het aardige meisje van de bediening lost het raadsel voor me op. De stem is van de op het eiland Santiago geboren Kaapverdische zanger Gil Semedo die nota bene in Nederland woont! In de winkel van sinkel van het resort koop ik zijn enige CD die nog in voorraad is. Het eerste souvenir is gekocht en gelijk het laatste.

Op het podium zijn ondertussen de repetities van de Engelse coverband begonnen. Twee overjarige dames en en twee overjarige heren die populaitre liedjes uit hun jeud – en de mijne - vertolken. Het valt niet mee, maar toch ga ik na de maaltijd uit nieuwsgiergheid nog even luisteren en kijken.'t Is nog te vroeg om naar bed te gaan. Buiten het zingen gebeurt er iets waar ik een hartgrondige hekel aan heb. Het resort zet het “animatieteam” in om ervoor te zorgen dat de gasten optimaal genieten, zo vermoed ik althans. Dat team bestaat uit goed ogende jonge mannnen en vrouwen die zijn gekleed in respectievelijk rokcostuum en elegante avondjurk, ze zien er stralend uit. Het is hun taak is om gasten naar de dansvloer te halen, ga je niet spontaan mee, dan wordt er gesoebat om je van gedachten te doen veranderen. Ik zit met opzet wat achterin, ik hier ben is om naar de muziek te luisteren, niet om te worden geanimeerd. Het noodlot is echter niet af te wenden. De beslist aantrekkelijke Kaapverdiaanse komt, na al twee keer te zijn afgewezen, hoopvol mijn kant op. Ik vermijd ieder oogcontact, het mag niet baten “do you want to dance with me?” Ik poeier haar af met een streng uitgesproken “NO!” en wordt gelijk met rust gelaten. Nadat “Twisting the night away” van Sam Cooke en “Do you love me” van Brian Poole and the Tremeloes op brute wijze zijn verkracht, wordt “Twist and Shout” van de Beatles aangepakt. Ik kan het niet langer aanhoren, haal nog een caipirinha met ponche aan de 24 uurs bar en ga naar mijn kamer.

Het tweede boek van Germano Almeida dat ik bij me heb heet “Het testament van senhor Araújo”. Een heel ander ander verhaal dat zich afspeelt op het eiland São Vicente, hoewel de hoofdpersoon afkomstig is van São Nicolau. Ook dit boek moet op Kaapverdiaanse grond worden gelezen, zo heb ik mijzelf opgedragen. Een prachtig verhaal dat onmiddellijk herinnert aan “Een lange brief” van Mariama Bâ en de “Postwissel” van Sembène Ousmane, twee Senegalese schrijvers. Petites histoires die op een dusdanige manier worden verteld – uitgekauwd zouden wij zeggen – dat ze op gewichtige gebeurtenissen beginnen te lijken. Dat is natuurlijk ook het geval, maar alleen voor de hoofdpersonen dan. Ik lees het onderhoudende en tragikomische boek bij het zwembad van het resort, in de wachtruimte van het vliegveld van Boa Vista entijdens de vlucht naar Sal, het buureiland waar een tussenlanding wordt gemaakt. Het lukt me de laatste hoofdstukken in de wachtruimte van de luchthaven Amilcar Cabral van Sal te lezen. Cabral, de leider was van de onafhankelijkheidsbeweging PAIG, die de gewapende strijd met de Portugezen aanging om het koloniale juk in Guinee-Bissau en Kaapverdië af te werpen. Ooit zag ik een primitieve propagandistische zwart-wit film die Cabral volgens de beste Marxistische gebruiken verheerlijkte. Niet om aan te zien, maar wel helemaal uitgekeken. Het idee om uiteindelijk samen één onafhankelijke staat te vormen, is op een gegeven moment losgelaten. Terecht. Guinee-Bissau is een van de minst ontwikkelde landen ter wereld, de hoofdstad Bissau werd door Graham Greene in “Journey without Maps” beschreven als een “hell hole” en heeft behalve de taal weinig gemeen met de Kaapverdische eilanden. Het vervelende van ook dit boek is dat de schrijver Mindelo en São Vicente dusdanig gedetailleerd beschrijft dat ik onmiddellijk zin krijg om er naar toe te gaan om het het stadje en het eiland te gaan verkennen. Dure romans, die boeken, die van Germano Almeida, ik beveel ze van harte aan.

slot