DAGBOEK SURINAME (190813)

Dinsdag 13 augustus 2013 – Amsterdam - Paramaribo.
Na negen uur zee en wolken verschijnt er in de verte zowaar een streep groen: het vaste land van Zuid-Amerika, Suriname. Even later over land vliegend: oneindig veel groen onderbroken door een weg van rood lateriet, weinig tekens van menselijke bewoning totdat de witte zandputten vlakbij het vliegveld Zanderij in zicht komen. De grote KLM Boeing torent overal bovenuit, geen enkel ander vliegtuig in zicht. Welkom in het voormalig Rijksdeel Overzee. Een eenvoudig stationsgebouw met eenvoudige faciliteiten. Geduldig wachten op de bagage, je afvragen wat de aanleiding is geweest om borden met de waarschuwing “Geen Kinderen op/nabij de Transportband” op te hangen. Dounecontrole afwezig, bij de uitgang WELCOME IN SURINAME. In de lauwe warmte wachten op de reisgenoten, al doende valt de nacht alsof er een gordijn wordt dichtgetrokken. Eindeloos lijkende transfer van het vliegveld naar het hotel in Paramaribo. Een smalle tweebaansweg, lintbebouwing, door Chinezen bestierde supermarkten, eerst weinig verkeer, daarna te veel, slechte verlichting. Honderden jaren Nederlands koloniaal bestuur heeft niet echt tot iets geleid om trots op te zijn, is de gedachte die zich bij mij opdringt na het bestellen van de eerste - er zullen er nog vele volgen - ijskoude djogo Parbobier. Een “djogo” is een literfles. Nog maar net gearriveerd en gelijk al een nuttig woord in het het Sranan Tongo geleerd.

Woensdag 14 augustus 2013 – Paramaribo.
Wakker worden met de opgaande zon boven de Surinamerivier aan de ene kant en een grote rumfabriek aan de andere. De eerste dag van de kennismaking met Suriname bij daglicht. Een stadswandeling onder begeleiding om een gevoel voor Paramaribo te krijgen en om te wennen aan het reizen met een groep, die gelukkig uit slechts 7 personen bestaat. Net onderweg maken we al kennis met de “boembus” een busje dat jongere mensen vervoert en waaruit luide hedendaagse muziek klinkt. Vroeg in de avond maken we kennis met half open dubbeldeks partybus, de rijdende disco die erg populair schijnt te zijn. De palmentuin achter het presidentiële paleis, wat verwaarloosde houten huisjes, het voormalige gebouw van de burgerlijke stand waarin President Desi Bouterse nu kantoor houdt. Ervoor staat een beeld van een moeder die vijf kinderen aan de borst klemt, het enige dat nog aan die vroegere functie herinnert. Ernaast staan de kale muren van de tijdens de revolutie afgebrande en daarna nooit herbouwde gevangenis. Onze gids waarschuwt dat de militairen die het kantoor bewaken, fotograferen niet altijd op prijs stellen, voorzichtig dus. Maar uit niets blijkt dat dat zo is. Hetzelfde herhaalt ze bij Fort Zeelandia waar de “decembermoorden” plaatsvonden daarvan zouden de kogelgaten nog zichtbaar zijn. Langs de Waterkant. In de verte ligt het wegroestende wrak van de SS Goslar lui op haar zijde. Een Duits schip dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de kapitein tot zinken werd gebracht om inbeslagname te voorkomen. De gids draaft in hoog tempo verder en gunt ons nauwelijks de tijd om Paramaribo in ons op te nemen of aan de warmte te wennen. 't Is alsof ze over een uur een dringende afspraak heeft of de kinderen de lunch moet voorzetten. Grote en kleinere houten huizen uit de koloniale tijd, voor het voormalige Paleis van de Gouverneur zijn de voorbereidingen voor het Carifesta – een Caribisch muziek- en cultuurfestival dat dit jaar door Suriname wordt georganiseerd – in volle gang. In de timpaan van het paleis staat het wapen van de West-Indische Compagnie, eens de eigenaar van Suriname. De gids geeft een tip: “Jullie moeten daar snel een foto van maken, want de regering is van plan het eraf te laten halen”. Op veel plaatsen beelden van politici, dat stoere beeld van Jopie Pengel springt het meest in het oog, het doet me heel erg aan de Dokwerker denken. Achter zijn brede rug staat het huis dat toebehoorde aan Susanna du Plessis die de borsten van de jonge slavin Alida afsneed en die gekookt aan haar man voorzette met de woorden: “Je wilde Alida's borsten, hier zijn ze.”

Meer slavenverhalen bij De Waag, een buitengewoon onwaarschijnlijk slavenverhaal zelfs dat in het gebouw zelf zal worden gelogenstraft. De gids beweert dat het de plek was waar de aangevoerde slaven werden gewogen en vervolgens tegen een “prijs per kilo” werden verkocht. Baarlijke nonsens. Op de muur van het grand-café, dat er nu in is gevestigd, hangt naast de houten weegschaal een keurige verklarende tekst over de functie van de Waag: “De Waag (1824), adres Waterkant 5. De Waag werd, zoals de naam al aangeeft, gebruikt om goederen die via het water of over land werden aangevoerd te wegen”. We lopen door richting overdekte markt, op de hoek van de Jodenbreestraat wordt schaafijs verkocht uit een karretje met de afbeelding van Che Guevara erop. Ik vraag de verkoper “waarom Che?” “Omdat ik die man bewonder”, luidt het antwoord, waarna ik er een foto van mag maken voor mij Che-archief. Een groot reclamebord om de multiculturele samenleving te vieren: Als NATIE samen vooruit. Hoe wij hier ook samen kwamen. Wij feliciteren elkaar met 140 jaar Hindustaanse immigratie, 150 jaar Keti-Koti, 160 jaar Chinese immigratie.

wordt vervolgd