DAGBOEK SURINAME - 8 (230913)

Maandag 19 augustus 2013 – Brownsberg – Brownsweg - Ston Eiland.
”Omu nak me one 220” staat er boven de op de buitenmuur van de Chinese supermarkt geschilderde reclame voor de 220 Volt Energy Drink, de Surinaamse concurrent van Red Bull. Van mijn uit Suriname afkomstige reisgenoot leer ik dat de Chinees achter de kassa gewoonlijk met “Omu – Oom” wordt aangesproken. “Hé Oom, doe me eens snel een 220”, schijnt de vrije vertaling te zijn. Mooi vind ik dat en herkenbaar. Mijn Nigeriaanse schoonzusjes noemden mijn geliefde uit respect “auntie”, omdat zij de oudste zus was. Toen ik hun zusje aan de haak sloeg, werd ik voor hen automatisch “uncle”. Ook al was het even wennen, daarna voelde ik mij zeer vereerd. De afdaling van de Brownswerg is een stuk minder opwindend dan de reis naar boven van zaterdag, hoewel enige opwinding ontstaat als er een doodgereden stekelvarken op de weg ligt. Die opwinding is echter van korte duur. Stoppen, uitstappen, foto's maken en weer verder naar het vlakbij gelegen Ston Eiland, een schiereilandje dat uitsteekt in het Brokopondomeer. Aan de voet van de Brownsberg is de accommodatie stukken beter dan er bovenop. Het is er ook stukken warmer. Opvallend dat je op ruim vijfhonderd meter boven de zeespiegel het gemis aan airconditioning niet merkt omdat de nachten zo heerlijk koel zijn. Ik betrapte me er zellfs op in de vroege ochtend een laken over me heen te trekken om de kilte te verdrijven. Het middagprogramma is nogal mager: piranha's vissen met geïmproviseerde hengels. Het resultaat is navenant, niemand vangt iets. Na een half uur in een korjaal te hebben staan wiegelen geef ik het op. Wat er boven het wateroppervlak uitsteekt is stukken interessanter: afgestorven boomstammen en niet zo weinig ook. Toen het gebied in 1964 onder water werd gezet, vond men – het Nederlandse bestuur - het te duur om het terrein schoon te kappen, op die manier staat er nu voor een fortuin aan hout te wachten om te worden geoogst. En het is nog millieuvriendelijk bovendien omdat er geen houtkap plaatsvindt zoals in “droge” bossen”. Wie had dat vijftig jaar of langer geleden kunnen bedenken? Wel een erg vreemd gezicht hoor, al die grijze dode boomtoppen die boven het water uitsteken. Na te zijn uitgevist ga ik op het terras zitten en kijk ernaar tot na zonsondergang, later ziet het er bij bijna volle maan zelfs heel erg spookachtig uit.

Dinsdag 20 augustus 2013 – Ston Eiland – Brownsweg - Atjoni - Danta Bai – Apresinasula – Danta Bai.
“LAAT HET TOILET ZOALS JE BENT ACHTER. DUS ALS JE NETJES BENT.....” Net zoals de afgelopen dagen in Brownsberg, ook hier weer gedeelde toiletten en douches. Ze zijn in Ston Eilamd gelukkig stukken schoner. Het meenemen van de aanbevolen zaklantaarn blijkt ondertussen behoorlijk essentieel. Meer nog omdat veel dorpen In het binnenland van Suriname slechts een beperkt aantal uren per dag en nacht elektrisch licht hebben. Bij het ontbijt maken we niet dezelfde fout als gisteren bij het avondeten, toen de heerlijk mollige jonge marronvrouwen die voor ons kookten de bij het toetje aanschuivende gids er discreet op wezen dat we onze schoenen niet bij de entree naar de eetruimte hadden uitgedaan. Oei, ernstige fout tegen de lokale etiquette, ik had beter moeten weten. Bij mijn Surinaamse vrienden in Rotterdam weet ik niet beter en instrueer mjn gezelschapsdame vooraf vooral haar schoenen uit te trekken. En dan hier, in het land zelf, gedraag ik me als een toch wel wat als een arrogante blanke door dat niet te doen. Schande! Dat de dames zelf veel te laat voor het ontbijt arriveren, is tot daaraan toe. Een sterfgeval in hun dorp had vanzelfsprekend voorrang. Nogmaals: 's lands wijs, 's lands eer.

In het nabij gelegen Brownsweg begint de dag met een dorpswandeling die is bedoeld om nader kennis te maken de Marroncultuur. Marrons, de nakomelingen van de van de plantages weggevluchte slaven, die in het binnenland dorpen bouwden en daar leefgemeenschappen vormden van gelijkgestemden met slechts één gemeenschappelijk doel: met alle mogelijke middelen voorkomen om opnieuw op een plantage terecht te komen. Zo vormden ze nieuwe stamverbanden. Brownsweg is een transmigratiedorp waar families wonen die door de aanleg van het Brokopondomeer naar elders moesten verhuizen. Het is een cluster van zeven dorpen die dusdanig dicht bij elkaar liggen, dat het wijken van een plattelandsstadje zouden kunnen zijn. Iedere “wijk” heeft de naam van het dorp van waaruit de bewoners naar hogere en drogere grond werden verplaatst. In de bijna 20 jaar geleden door de Nederlandse televisie uitgezonden documentaire “Brokopondo: verhalen van het verdronken land” wordt al snel duidelijk dat de applaudisserende kapiteins van de dorpen die onder water terecht zouden komen geen flauw idee hadden wat hun te wachten stond. Ze konden zich met de beste wil van de wereld waarschijnlijk niet eens voorstellen wat de bedoelingen van de bakra's, de blanken, waren en de gevolgen daarvan voor hun gemeenschappen. Het zijn ontluisterende beelden. Toen de stuwdam er eenmaal stond en het water van de Surinamerivier er achter begon te stijgen, werden op de offerplaatsen de traditionele goden aangeroepen om de dam in te laten storten. Het mocht echter niet baten tegen het vernuft van de blanke ingenieurs.

wordt vervolgd