|
DAGBOEK SURINAME - 9 (290913) Dinsdag 20 augustus 2013 – Ston Eiland – Brownsweg - Atjoni - Danta Bai – Apresinasula – Danta Bai. Dorp uit, grote weg oversteken. Makambie is het volgende dorp. Daar is op de buitenmuur van een bedrijspand een annonce geschilderd: “Gas Bom te koop”. Gelukkig zorgt de bijbehorende afbeelding ervoor dat de bom onmiddelijk onschadelijk wordt gemaakt, een gasbom is namelijk een fles kookgas. Niet meer, niet minder. In dit dorp is goed te zien dat bij de transmigratie de traditionele dorpsstructuur grondig om zeep werd geholpen. En waarom eigenlijk? Suriname heeft vier keer de oppervlakte van Nederland en minder dan een miljoen inwoners, ruimte zat dus. Nee niet de cirkelstructuren handhaven, maar lullige houten huizen bouwen langs rechte niet geasfalteerde wegen, iedereen vooral in een strak westers keurslijf opsluiten. Een jonge collega in Zuid-Afrika opende mij een paar jaar geleden hiervoor de ogen: jullie (blanken) willen alles vierkant of rechthoekig hebben, wij (zwarten) houden van ronde vormen, kijk maar eens naar onze rondavels om daar vervolgens met een vette knipoog aan toe te voegen, en naar onze vrouwen. De offerhut is tot mijn spijt gesloten vanwege een sterfgeval, wel is te zien hoe het hout van de huizen geleidelijk aan wordt vervangen door beton en stenen, dat er quad bikes staan geparkeerd, dat er ver van huis aan een deurkruk de zeer herkenbare blauwe AH-tas hangt. Dat we een dorpswandeling maken om met de “echte” Surinaamse cultuur kennis te maken, gaat derhalve nauwelijks op. Nog een keer de weg oversteken om te worden geconfronteerd met de kant en klare Bruynzeelwoningen die daar voor het onderwijzend personeel in elkaar werden geschroefd, de lagere school en het ook hier ietwat verlepte kerkgebouw van de Evangelische Broedergemeente. Op naar de plek waar de bus staat, waar een paar jonge Fransen ons aanspreken in de hoop een lift te krijgen naar Brownsberg nota bene. Ik sta op het punt hen te ontmoedigen, maar hou toch maar mijn mond. Met de bus naar Atjoni, het dorp waar de weg ophoudt en het water begint. Een door een Chinese onderneming met Chinese arbeiders aangelegde gladde asfaltweg, dat was inclusief de retourticket en de verblijfskosten stukken goedkoper dan met Surinaamse arbeiders te werken! Ik kan mijn oren niet geloven. In Atjoni liggen op de oever van de Surinamerivier een lange rij kleurige korjalen te wachten, om verder stroomafwaarts te gaan, vanaf hier is de enige weg de waterweg. Onze korjaal is blauw met op de boeg de naam POWERMIE, daarmee gaan we naar Danta Bai. We varen aan de onderkant van het Brokopondomeer, de oevers zien er aan beide zijden echter vrijwel hetzelfde uit als stroomopwaarts: groen. Maar omdat het water hier niet zilt is, ontbreekt de mangrove. De bootsman heeft het relatief gemakkelijk, het heeft de afgelopen dagen zwaar geregend waardoor de waterstand hoog is en de rotsen, die het navigeren bij lage waterstand moeilijk maken, diep genoeg liggen om weinig acht op te slaan. Na een dik kwartier bereiken we Danta Bai. Eenmaal aan wal krijgen we een verblijf toegewezen, net als in Brownsberg ben ik niet erg onder de indruk. Hoewel het mooi op de rivieroever ligt en het de naam van het resort – Danta Bai betekent ”het geruis van de rivier” – alle eer aandoet – is de accommodatie, laten we zeggen, nogal rudimentair. wordt vervolgd |