DAGBOEK SURINAME - 10 (031013)

Dinsdag 20 augustus 2013 – Ston Eiland – Brownsweg - Atjoni - Danta Bai – Apresinasula – Danta Bai.
Het allerergste is niet dat de accommodatie redelijk klote is, maar dat de vrieskist van de bar leeg is. Dat wil zeggen dat na alle inspanningen er niet eens een paar flessen of blikjes koude Parbo op ons liggen te wachten. Er is trouwens tot vanavond 7 uur ook geen elektriciteit, hetgeen betekent dat als het bier zo dadelijk per korjaal wordt aangevoerd, het lauw zal zijn en niet te drinken. De meegebrachte nog enigszins koele flessen drinkwater helpen bij het lessen van de dorst, dat wel, maar het is behelpen. Beter vanaf het terras van het gemeenschappelijke onderkomen de omgeving met de ogen verkennen totdat de warmste uren van de dag voorbij zullen zijn. Veel stroomversnellingen, stroomopwaarts en stroomafwaarts varende korjalen beladen met vracht en/of passagiers die handig door die stroomversnellingen manoeuvreren. Oneindig veel tinten groen op beide oevers. Even speel ik zelfs met het idee om dit dagboek de ondertitel “50 Tinten Groen” te geven, maar zie daar gelijk weer van af als een dame uit het gezelschap informeert of het een pikant dagboek gaat worden. Dan moet er natuurlijk wel aanleiding zijn tot enige pikanterie, hetgeen helaas absoluut niet het geval is. Tegen vijven vertrekken we in de richting van de Apresinasula, de Sinaasappelversnelling, twintig minuten stroomopwaarts. In de richting van het Brokopondomeer dus. De versnelling van het water wordt veroorzaakt door grote rotsblokken die over de volle breedte van de rivier liggen als een bijna onneembare barrière. Het water stroomt er met lawaai, kracht en grote snelheid over- en doorheen. De bootsman zoekt naar een aanlegmogelijkheid waar we met zijn allen op een wat hoger uit het water stekende rotspunt kunnen stappen die net genoeg is om plaats te bieden aan acht tijdelijke bewoners. Kleding uit en voorzichtig de sterke stroom in, stapje voor stapje en er vooral voor zorgen dat je voeten dusdanig worden neergezet dat je lichaam de kracht van het water kan weerstaan. Als je dan voor het grootste deel min of meer verankerd in het water staat, kan je voorover gebogen tegen de stroom in gaan hangen. Hoofd stoer vooruit en onder water, handen langs het lichaam, zoals een skiër die van een hoge springschans afduikt. Zo zie ik en ervaar ik het althans zonder ooit van mijn leven op ski's te hebben gestaan. Een heerlijk verkoelende ervaring, dat is het zonder meer. De wat avontuurlijker ingestelde Surinaamse reisgenoot wordt verleid om zich van iets hogerop in de rivier door de stoom over de versnelling te laten tillen. Het kost hem duidelijk erg veel kracht, maar het lukt. Zelf sla ik de uitnodiging om het ook eens te proberen daarna maar af.

Woensdag 21 augustus 2013 – Danta Bai – Pokigron – Danta Bai.
Na het ontbijt vol goede moed met de korjaal naar Pokigron voor de dorpswandeling van de dag. Het is het meest zuidelijk gelegen dorp dat via de weg vanuit Paramaribo is te bereiken en daardoor strategisch gelegen tijdens de binnenlandse oorlog die in de tweede helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw in Suriname woedde. Tijdens die oorlog werd het dorp verwoest en vluchten de meeste inwoners naar elders, volgens de gids veelal naar Frans-Guyana. Nadat de rust was weergekeerd bleven velen daar wonen en komen nu alleen tijdens vakanties terug naar Pokigron. De gevolgen van het conflict zijn goed zichtbaar, het enige gebouw dat dateert van voor die tijd is de vrijwel aan de rivier gelegen houten kerk van de Evangelische Broedergemeente. Binnen in dat afgetakelde gebouw staat op het balkon met het orgel duidelijk het jaartal vermeld: 1962. Op de wand achter de spreekstoel staat Psalm 100 vers 2 geschreven: DIENIMASRANANGAPLISIRI, hetgeen volgens de Nederlandstalige Bijbel: “Dien den Heere met blijdschap” betekent. Voor de kerkgangers staan er diezelfde ongemakkelijke witte banken die ik uit de Moravische kerken in Zuid-Afrika ken, hoewel mannen en vrouwen hier niet gescheiden hoeven te zitten. Bedenkelijk. Qua eenvoud van inrichting doet dit gebouw echter niet onder voor die van de broeders en zusters aan de andere kant van de oceaan. Een simpele kansel, de orde van dienst is met krijt op twee kleine schoolborden geschreven, de betimmering van de wanden is vertrokken. De verhuizing naar het nieuwe kerkgebouw is dan ook aanstaande, men is hard aan het werk de betonnen buitenmuren van een laag verf te voorzien. Op de stevig vergrendelde voordeur ontdek ik de afbladderende sticker van een mannenkoor – het mannenkoor van Pokigron? – dat in 1979 in Den Haag heeft deelgenomen aan een internationaal, ja een internationaal wat eigenlijk. Er is helaas niemand in de buurt om het mysterie te ontsluieren.

Het dorp ligt er behoorlijk verlaten bij, veel huizen zijn afgesloten, de vakantie vierende familieleden uit Frans-Guyana zijn weer terug naar huis. We nemen een kijkje bij de “wegens vakantie” gesloten lagere school. Op een tafel ligt een ouderwets gekaft geschiedenisboek dat “WIJ EN ONS VERLEDEN” heet, met als ondertitel “De geschiedenis van ons volk voor de vijfde klas van de basisschool”. In een keurig handschrift staat op de kaft “afgekeurd, niet compleet” geschreven. Ik blader er doorheen en lees hoofdstuk 14 dat over “Afrikaanse Slaven in de Kolonie Suriname” gaat. Daarin staat dat de slavenmarkt in Paramaribo op het Kerkplein werd gehouden, alsnog een bewijs dat de uitleg van onze gids over de Waag in Paramaribo een broodjeaapverhaal was.

wordt vervolgd